De chiastische structuur van soera De Opening
8 minuten leestijd

Camille Scholtz

De chiastische structuur van soera De Opening

Over ringcomposities

De chiastische structuur van soera De Opening
8 minuten leestijd

1. In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle. 2. Alle lof zij God, de Heer der Werelden. 3. De Barmhartige, de Genadevolle. 4. Meester van de Dag des Oordeels. 5. U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp. 6. Leid ons op het rechte pad, 7. Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebt geschonken — niet dat van hen, op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.


Dit artikel betreft een bewerking en vertaling van diverse stukken afkomstig van de blog Qur’anic Musings over de samenstelling van de eerste soera (hoofdstuk, bij gebrek aan een betere term) van de Koran.1 Deze artikelen deden mij de schoonheid van de soera inzien en introduceerden mij ook tot het zeer interessante concept van de chiastische structuur, een literaire stijlfiguur dat ook te vinden is in andere oude teksten, zoals de Bijbel en de Illias.2

In het geloof en de praktijk van de moslims is de Fātiḥa (letterlijk “De Opening”) het volmaakte gebed dat door God is onderwezen om te worden gereciteerd als het belangrijkste deel van het dagelijkse gebed. Het vertegenwoordigt tevens een samenvatting van de belangrijkste thema’s van de Koran, waardoor het de titel Umm al-kitāb, wat ‘Moeder van het Boek’ betekent, heeft gekregen. Er is een ḥadīth (overlevering) die wordt toegeschreven aan Alī ibn Abī Ṭālib, waarin hij stelt:

Weet dat alle wijsheid van de Hemelse Geschriften in de Koran is en wat in de Koran is, is in de Fātiḥa.3

De chiastische structuur

De chiastische structuur, ook wel ringcompositie genoemd, is een literaire stijlfiguur waarin verschillende thema’s in een bepaalde volgorde binnen een verhaallijn zijn gerangschikt. De eerste helft van het verhaal heeft de structuur A-B-C… enzovoorts, terwijl de tweede helft precies het spiegelbeeld is (…C-B-A). e algemene structuur zal er dus als volgt uitzien: A-B-C-D-C-B-A.

De chiastische structuur komt vooral voor in oude teksten zoals de Bijbel en de Torah. Een voorbeeld uit de Torah is de passage van het midden van het boek Exodus tot het eind van Leviticus. Deze passage begint en eindigt met een overeenkomst tussen God en de Israëlieten bij de Sinaï, en het einde is ook een soort overeenkomst wanneer God de Hebreeën vertelt wat er met hen zal gebeuren als zij zich niet aan zijn wetten houden. Daartussenin worden de belangrijkste ideeën verkondigt, die te maken hebben met de heiligheid van de Tenach en van de Israëlieten.

Een ander voorbeeld is te vinden in de tweede soera van de Koran. Die telt 286 verzen die samen een ringcompositie vormen, met vele kleinere ringcomposities binnen de overkoepelende chiastische tekst. Het is interessant op te merken dat het exacte middelste vers van de soera, en als zodanig van het overkoepelende chiasme, vers 143, als volgt luidt:4

Zo maakten Wij u tot een middengemeenschap, opdat gij getuigen moogt zijn voor de mensen en opdat de boodschapper een getuige moogt zijn voor u. En Wij hebben de qiblah daarom veranderd, opdat men zou kunnen onderscheiden tussen hen, welke hem volgen en diegenen welke hem den rug toekeren.

De Opening

Een chiastische structuur is ook te vinden in de Fātiḥa. Deze soera is samengesteld uit twee chiasmes die in een ringcompositie passen. De structuur geeft een diepgaand inzicht in de betekenis van de afzonderlijke verzen van de soera. Laten we de compositie eerst uitschetsen:

In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle.

A. Alle lof zij God, de Heer der Werelden.
B. De Barmhartige,
B’. de Genadevolle.
A’. Meester van de Dag des Oordeels.

C. U alleen aanbidden wij
C’. en U alleen smeken wij om hulp.

A. Leid ons op het rechte pad,
B. Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebt geschonken
B’. niet dat van hen, op wie toorn is nedergedaald,
A’. noch dat der dwalenden.

Laten we beginnen met de uitleg van het eerste chiasme (in blauw):

A beschrijft Gods relatie met mensen in deze wereld, terwijl A’ zijn relatie met hen in het hiernamaals beschrijft. A gebruikt de term rabb (vertaald als “Heer”) terwijl A’ de term mālik (vertaald als “Meester”) gebruikt. Dit zijn synoniemen in de Arabische taal, waarbij mālik een van de betekenissen van het woord rabb is.

“Ik heb het gebed tussen Mijzelf en Mijn dienaar in twee helften verdeeld, en Mijn dienaar zal bezitten hetgeen hij heeft gevraagd.”

De Profeet (ﷺ) namens God

Het verband tussen B en B’ is duidelijk. Het zijn beide namen van God die zijn barmhartigheid (raḥma) benadrukken. De nuance in hun betekenissen wordt echter naar voren gebracht door hun plaatsing in het chiasme. B is nauw verbonden met A, omdat zij in de eerste plaats deze wereld betreffen. B’ is nauw verbonden met A’, omdat zij in de eerste plaats de volgende wereld betreffen.

Laten we C-C’ even overslaan en kijken naar het tweede chiasme (in rood):

De verhouding tussen A en B is duidelijk, en de verhouding tussen B’ en A’ is duidelijk. De eerste betreft degenen die worden geleid, terwijl de tweede betrekking heeft op degenen zonder leiding.

Wat zeer interessant is, is de relatie tussen A en A’, en B en B’. A heeft betrekking op leiding (hidāya) terwijl A’ betrekking heeft op zijn tegenpool, misleiding/ afdwalen (ḍalāl). B betreft een klasse van mensen die alladhīna anʿamta ʿalayhim (“dergenen aan wie Gij gunsten hebt geschonken”) genoemd wordt, terwijl B’ een klasse van mensen betreft die al-maghḍūbi ʿalayhim (“degenen op wie toorn is nedergedaald”) genoemd wordt. Dit zijn geen exacte antithesen, maar dit lijkt een voorbeeld te zijn van een literaire techniek die de Koran gebruikt om twee niet geheel tegengestelde termen naast elkaar te plaatsen om zo een vergelijking in vier richtingen te creëren. De antithese van niʿmah (“gunst” - B) in het Arabisch is niqma (“vergelding, straf”), terwijl de antithese van ghaḍab (“toorn” - B’) riḍā (“voldoening”) is. De implicatie is dat degenen die in aanmerking komen voor Gods gunst ook in aanmerking komen voor Zijn voldoening, terwijl degenen die Zijn toorn hebben teweeggebracht ook Zijn vergelding hebben teweeggebracht.

Nu terugkerend naar het centrum (C-C’):

“U alleen aanbidden wij, en U alleen smeken wij om hulp” is de centrale gedachte van deze soera. Bij implicatie, aangezien deze soerah de inhoud van de Koran samenvat, belichaamt het vers de hoofdgedachte van de gehele Koran. Het is de relatie van de aanbidder (ʿābid) met zijn God (ilāh), en van de slaaf (ʿabd) met zijn Heer (rabb). Het is gelijkwaardig aan de islamitische geloofsverklaring, “er is niets dat aanbidding waard is behalve God” (lā illāha illā ’llāh).

C betreft de exclusieve aanbidding van God. Kijk nu naar de hele eerste helft van de soera die eindigt met C - van “Alle lof zij God” tot “U alleen aanbidden wij”. De hele eerste helft bestaat in feite uit precies dat: aanbidding van God.

C’ betreft het uitsluitend bidden tot God om hulp. Kijk nu naar de gehele tweede helft van de soera beginnend met C’ - van “U alleen smeken wij om hulp” tot “noch dat der dwalenden”. De gehele tweede helft van de soera bestaat in feite geheel uit het bidden tot God om hulp!

De soera heeft dus een briljante structuur, die nauw verbonden is met zijn betekenissen. Het is zo precies verwoord en gerangschikt, dat er niets aan toegevoegd of uit weggenomen zou kunnen worden, zonder de hele compositie te breken. Bovendien vat het op prachtige wijze de hoofdthema’s van de Koran samen.

De remedie

De Fātiḥa staat ook bekend als “De Remedie” (al-Shifāʾ), omdat er wordt gezegd dat het genezende krachten heeft voor zowel lichaam als ziel.

Het einde van de soera verdeelt degenen die geen leiding hebben in twee groepen mensen. De eerste van deze groepen zijn degenen die toorn hebben verdiend. Uit andere Koranteksten en uit het commentaar van de Profeet (ﷺ) op deze verzen, wordt dit begrepen als een verwijzing naar mensen die, ondanks het feit dat zij kennis hebben van Gods geboden, besloten hebben om tegen deze geboden te handelen.

“De Opening van het Boek is een remedie voor elk vergif.”

De Profeet (ﷺ)

De tweede groep mensen zijn zij die dwalen. In tegenstelling tot de vorige groep verwijst dit naar mensen die geen leiding hebben omdat zij niet de juiste kennis hebben over wat het Rechte Pad inhoudt.

Daarom missen de twee soorten mensen die zonder leiding ofwel (1) gedegen kennis ofwel (2) gedegen handelen, dus bestaat leiding uit deze beide samen. Het gebed zelf is gestructureerd om deze beide problemen te verhelpen. Het eerste chiasme bestaat uit gezonde kennis van God (Zijn eigenschappen), terwijl het tweede bestaat uit gezonde handeling (tot Hem komen in gebed).


  1. Zie The Structure of Sūrat al-Fātiḥa (Part I), en de opeenvolgende delen. ↩︎

  2. Voor meer over chiastische structuren en de oude werken die er gebruik van maken, raad ik het boek Thinking in Circles van Mary Douglas aan. ↩︎

  3. Dit is een deel van een ḥadīth overgeleverd door verschillende soefi’s, en zoals vaak het geval is, wordt deze overlevering betwist door sommigen. God weet het het beste. ↩︎

  4. Voor meer over chiastische structuren in de Koran zie Structure and Qur’anic Interpretation: A Study of Symmetry and Coherence in Islam’s Holy Text van Raymond Farrin. Een goede inleiding specifiek over de structuren in de tweede soera is de video The Remarkable Structure of the Qur’an↩︎

Mooi! Ik herinner mij een dame die de dichterlijke structuur (en de schoonheid, zelfs perfectie hiervan) aandroeg als argument voor de goddelijkheid van de Koran. Erg interessant om dat iets dieper uitgelegd te zien. Stijlfiguren zoals het chiasmus vinden we in Shakespeare (what‘s Hecuba to him, or he to Hecuba) in bijzonder letterlijke zin, alsook in de muziek (Bach heeft een bijzonder groot aandeel aan palindromische vormen in zijn muziek). Het is de vorm die de inhoud kracht bijzet, zo is Psalm 115 (113) ook door de vorm bijzonder krachtig (antithese): “Non nobis, Domine, non nobis, sed nomini tuo da gloriam”

De chiastisiche structuur is het topje van de ijsberg van mathematische wonderen in Al-Baqarah en de Koran