De dood van de held
4 minuten leestijd

De dood van de held

Wie is de dader?

Cultuur
'Hercules on Mount Oeta' door John Flaxman.
'Hercules on Mount Oeta' door John Flaxman.
4 minuten leestijd

Wat hem de nekslag gaf, is de psychologie. De plaats delict is de Literatuur die doorgaat voor Kunst. De daders waren de modernisten van het interbellum. Zij introduceerden de ‘echte mens’ – in lijn met een paar trendsetters die op hun pagina’s het mentale interieur uitspitten van hun romanpersonages. Het resultaat van die procedure hebben de connaisseurs o.a. gerelateerd aan de psychoanalyse en bewierookt als een innovatieve verruiming van het narratieve genre. De traditionele vertelkunde, gebaseerd op een ontwikkeling en een ontknoping, verwierpen zij als kunstmatig en in strijd met het werkelijke leven. Want dat verloopt via onvoorziene toevalligheden en willekeurige associaties, gelijk dat van de eigentijdse lezers.

Heldhaftige personages hebben geen psychoanalyse nodig, alleen een verhaallijn. Hun daden spreken voor zich. Zo Hector, of Antigone; zo Don Quichot, of Jeanne d’Arc. Of, om dichter bij huis te blijven, zo Max Havelaar, of Rechter Tie, en niet te vergeten de boetelinge Hedwig in Frederik van Eedens Van de koele meren des doods. Die waren van een heel ander gehalte dan aan de schijnbare werkelijkheid ontleende figuren van Proust, of de protagonist met de veelzeggende naam Dedalus als Ulysses - die ver afstaat van de oude Odysseus. Want in het alledaags bestaan waar de nieuwe literaire kunst van getuigt, is zoeken of doelloos dolen blijkbaar werkelijkheidsgetrouwer dan vinden of bereiken. Tegen die achtergrond is heldendom niet meer van onze tijd. Het kan alleen nog als karikatuur, dan wel in sprookjes en strips.

De psychiatrie van tegenwoordig

“De opdracht van de moderne psychiater is dat hij ethische dilemma’s van het leven moet verhullen en transformeren in klinische en technische problemen die vatbaar zijn voor vakkundige behandeling”, aldus de Hongaars-Amerikaanse hoogleraar psychiatrie Thomas Szasz - die zijn kennisgebied kritisch doorlicht. Ongeacht de naam die we er aan geven, opperde hij, is de zorg voor ons mentale functioneren thans een kolossaal bedrijf. Geestelijke gezondheid en geestelijke gestoordheid zijn nieuwe omschrijvingen via de geldende gedragsregels. Wie daarvan afwijkt, heet ‘geestesziek’ en wordt door het systeem buitengesloten. Szasz ziet ons aan het eind van een explosieve kettingreactie die is begonnen met de zondeval, toen de mens van de boom der kennis at en de goddelijke genade verloor. Daardoor werd hij zich steeds bewuster van zichzelf en de hem omringende wereld, en moest hij een steeds zwaardere last van ‘begrip’ met zich meetorsen. In de negentiende-eeuwse roman ging het nog om de strijd tussen deugden en ondeugden. In onze naoorlogse literatuur gaat het onderscheid tussen goed en kwaad - dat exclusief het individu aangaat - ten onder in wat men sociaal gezien voor fatsoenlijk, of politiek correct houdt.

Jorge Luis Borges

De modieuze, aan vermeend realisme verknochte literator negeert de uitzonderlijke lotsbestemming. In een van zijn Ficciones constateert de Argentijnse dichter en filosoof inzake het interbellum: “In Europa is het ras van de klassieke lezers uitgestorven. Maar het wemelt van de schrijvers. Het publiek wil ‘gevoel’, ‘Freud’, ‘seks’. Het geschrevene, ook wat daar niet voor is bedoeld, wordt freudiaans geïnterpreteerd. Psychologie, dan wel sociologie is wat de klok slaat. Auteurs wie het om ideeën gaat, worden misverstaan.” (uit Examen de la obra de Herbert Quain). Zo ook Borges. Men zag in zijn ficties een vorm van ‘magisch realisme’. Daarom vond hij roem het ergste wat hem kon overkomen. Dat verklaart hoe hij bij herhaling het thema van de ‘antagonist’ opvoerde, degene die hem - tot zijn opluchting - zou ontmaskeren. Begrepen en veroordeeld worden is beter dan loze bewondering. Wie de verlossende rol op zich nam, was de populaire Italiaanse schrijver Umberto Eco in zijn bestseller De naam van de roos. Daarin portretteert hij Borges als een oude middeleeuwse dominicaan c.q. inquisiteur, die gespeend was van humor. Een groter gemis is niet denkbaar. Conform daarmee laat Eco hem in zijn roman een onvergeeflijke misdaad begaan. Hij vergiftigt de pagina’s van een apologetisch traktaat van Aristoteles over de ‘lach’. De monniken die het werk in de bibliotheek van de plank halen en het met hun vingers openslaan, sterven. Maar toen de bejaarde schurk tenslotte de bibliotheek in brand wilde steken, werd hij gearresteerd door de progressieve franciscaan William van Baskerville, alter ego van de schrijver Eco. Tja, de Italiaan begreep quasi niet waaraan die Argentijn - auteur nota bene van Inquisiciones en Otras Inquisiciones – zijn internationale reputatie dankte. Veeleer zou hij als reactionair moeten worden weggezet. Doch Eco’s waarschuwing hielp niet. Want zijn postmoderne bewonderaars willen evenmin ontmaskerd worden.

Niet collectieve bewegingen, maar individuele verrichtingen bepalen de gebeurtenissen, aldus Borges’ opvatting van literatuur. Niet de massa mensen aan wie Hegel de vooruitgang toeschrijft, maar de helden van Thomas Carlyle’s On Heroes and Hero-worship: “The history of the world is but the biography of great men”. “Er is geen psychologie”, concludeerde Thomas Szasz , “er zijn alleen biografieën en autobiografieën”.