De droom van de olie
4 minuten leestijd
Robert Lemm
Robert Lemm

De pen van Lemm

Robert Lemm schrijft elke week een column over culturele en maatschappelijke onderwerpen.

De droom van de olie

Over Mossadegh en Iran

Onderzoek
4 minuten leestijd

Mohammed Mossadegh tijdens de zitting van het Iraanse parlement op 13 mei 1951:

In de zomer van 1950, voorafgaand aan de stemming over de nationalisatie van de olie, schreef mijn arts me een lange rustperiode voor. Een maand later, terwijl ik sliep, zag ik in dromen een wit blinkende persoon die tot mij sprak: “Dit is geen tijd voor rust; sta op en verbreek de ketens van het volk van Iran." Gehoor gevend aan die oproep, en, niettegenstaande mijn zware vermoeidheid, hervatte ik mijn werk in de commissie van de olie. Toen twee maanden later de commissie akkoord ging met het principe van nationalisatie, begreep ik dat het personage uit mijn droom mij een gelukkig inzicht had gegeven.

In augustus 1953 debuteerde de CIA met de strategie van regime change. Mossadegh, de Eerste Minister, werd opzijgeschoven en vervangen door zijn koning, Mohammad Reza Pahlavi, de sjah van Perzië. Reden voor die Amerikaanse ingreep was de vermeende invloed van de Sovjet-Unie op de socialistische minister. Een jaar later ontketende de CIA een tweede staatsgreep tegen de democratisch gekozen socialistische regering van Jacobo Árbenz in Guatemala, dit maal ter bescherming van de belangen aldaar van de Amerikaanse United Fruit Company. In beide gevallen verkocht Washington de zaak als ‘strijd tegen het communisme’. Een vaste prik tijdens de Koude Oorlog.

De Reactionair

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen door u in te schrijven op onze nieuwsbrief!

Wij sturen u een e-mail ter verificatie, zie uw inbox.

Envelop

Zwaarder geïrriteerd door Mossadegh was Londen. Want Engeland had het Oliebedrijf in Iran opgezet, en nu bleven de lucratieve inkomsten hangen op de locatie waar het spul vandaan kwam. Winston Churchill, minister president van het Verenigd Koninkrijk, kreeg bijval van sjah Reza Pahlavi, want die zag Mossadegh als een gevaar voor zijn troon. En omdat deze door het volk op handen werd gedragen, had hij kort tevoren zijn toevlucht genomen in Italië. Nu kwam hij als geroepen voor de Amerikaanse president Eisenhower, en mocht hij als paladijn van uncle Sam weer terug naar zijn paleis in Teheran. Mohammed Mossadegh kreeg drie jaar gevangenisstraf wegens hoogverraad. Daarna werd zijn straf omgezet in huisarrest. Hij bleef populair onder het volk, dat tijdens het schrikbewind van de sjah naar hem terugverlangde. Hij stierf in 1967.

Mossadegh was een unieke figuur in de geschiedenis van de twintigste eeuw, met een aristocratische uitstraling. Zijn vader was minister geweest onder de eerdere koning en had hem naar Frankrijk en Zwitserland gestuurd voor zijn vorming. Mossadegh was in 1951 door Time Magazine nog uitgeroepen tot Man of the Year, meldt Stephen Kinzer in zijn in 2003 verschenen boek An American Coup and the Roots of Middle East Terror. Winston Churchill had een gruwelijke hekel aan die man van het jaar, en noemde hem “an elderly lunatic bent on wrecking his country and handing it over to the communists”. Tja, want het verlies van de olie bleek voor het VK - sinds WO2 als macht verlopen - een gevoelige deuk voor het ooit imperiale prestige.

Mohammed Mossadegh was allesbehalve een pragmatist. Hij was een visionair, een utopist, een millenarist. Het doelbewuste waarmee hij zijn campagne tegen de Anglo-Iraanse Olie Maatschappij had gevoerd, sloot voor hem ieder compromis uit, zegt Kinzer. De houding van de held spoorde met het Iraans islamitische sjiisme met zijn traditie van martelaarschap, dat hij niet zou schuwen. Niet zomaar bleef de bevolking tot aan zijn dood naar hem omzien. Want het regime van de Shah loog er niet om. De SAVAK, de beruchte geheime dienst met zijn grootschalige slachting van politieke tegenstanders wierp een donkere schaduw over de geschiedenis van het land.

De New York Times vertelde in 1953 nog dat vele Midden-Oosten-specialisten Mossadegh beschouwden als een bevrijder vergelijkbaar met Thomas Jefferson en Thomas Payne. De Londense Observer daarentegen, omschreef hem als een fanatieke Robespierre en een tragische Frankenstein, gedreven door de xenofobische obsessie de Britten van hun Iraanse petroleum business te beroven.

De tijden veranderden, en op 1 februari 1979 volgde er in Iran een nieuwe regime change, dit keer tegen de Amerikanen, hun zetbaas de sjah en diens schrikbewind. Reza Pahlavi en zijn vrouw ontvluchtten een paar weken later hun land om onderdak te krijgen in de Verenigde Staten. De nieuwe leider was de uit ballingschap teruggekeerde ayatollah Khomeini, en die riep de Islamitische Republiek uit. Van Mossadegh was de Ayatollah nooit een vriend geweest. Hij zag te veel een liberaal in hem, zoals in de vermaledijde sjah. Hun tijd was nu voorbij. Het enige wat rest, verklaarde hij, waren Allah en zijn Profeet…

Maar de droom van de olie bleef. Dat bleek eens te meer in 2003, toen de Amerikanen met hun Europese bondgenoten Irak binnenvielen. Onder het mom van een einde maken aan de dictatuur van Saddam Hoessein - met het excuus van diens vermeende massavernietigingswapens - verkocht Washington de regime change dit maal als evangelie van de liberale democratie. Maar het ging om de olie, want voor niets gaat de zon op. Nog steeds.