De dwaas en zijn wijngaard
5 minuten leestijd

De dwaas en zijn wijngaard

Chi troppo vuole, nulla stringe

Cultuur
Elin Danielson-Gambogi, Viinitarhassa (1898).
Elin Danielson-Gambogi, Viinitarhassa (1898).
5 minuten leestijd

De avondzon die tot net boven de bergtoppen scheen, liet het dorpje in Toscane glinsteren. Als het uur verstreken was zou in dit dorpje, dat tussen het oud gebergte en een heuvelachtig landschap lag, het licht uitdoven als een opgebrande kaars, en een smeulende, grijze lucht achterlaten. Even was de lucht achter de bergtoppen nog karmijnrood, dieppaars, pastelblauw en boterbloemgeel op allerlei verschillende lagen en hoogten.

Giacobbe was een simpel man. Vroeg in de ochtend legde hij altijd precies dezelfde weg af door zijn wijngaard. Na verloop van tijd groeide er geen gras meer op de plekken waar hij met zijn blote voeten op liep. Tussen de twee kale paden aan de beide zijden van de wijnranken, was een dunne strook ongerept gras gegroeid.

’s Avonds wandelde hij het liefst door zijn wijngaard, tijdens het plukken van de druiven zag hij dan vanuit zijn ooghoeken de prachtige hemel. Af en toe stond hij even stil met wat vers geplukte vruchten in zijn handen.

Na vier uur geplukt te hebben, daalde Giacobbe af met zijn enorme rieten mand met verzamelde vruchten, terug naar zijn trullo waar hij de mand in zijn ondergrondse kelder opsloeg. Dan liep hij naar boven en zonder te eten pakte hij een boek uit zijn handgemaakte boekenkast, die was gemaakt van de Italiaanse cipres, en begon te lezen – ondanks dat hij een simpel man was, was hij wel degelijk belezen. De oudheid was zijn grootste liefde, naast zijn liefde voor God. In deze liefde begeerde hij Plato het meest; hij was de eigenschap die de oudheid bezat waardoor zijn hartstocht onwrikbaar bleef. Maar als hij de liefde voor zijn vaderland weer wilde voelen, las hij een werk van Giambattista Vico. Hij herlas met regelmaat de Bijbel, enkel op voorwaarde dat zijn vrouw en kinderen aandachtig genoeg waren, zodat hij hun dan kon voorlezen. Op zulke avonden maakte hij voorafgaand aan het lezen een houtvuur aan en bekeken ze onderwijl de sterren. Zijn vrouw merkte dan op dat als hij een lange dag hard had gewerkt, hij dan wel wallen onder zijn ogen had, maar dat zijn ogen fonkelden van voldoening.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals De seksuele revolutie, in onze boekenwinkel.

De seksuele revolutie

Op een snikhete zomerdag, nadat het gerijpte, glinsterende voedsel opgehaald werd door de man met de huifkar en klaar was om verkocht te worden aan de kooplieden van het dorp, besloot Giacobbe een dag vrij te nemen. Hij daalde af naar het dorp, waar hij al snel een jonge knaap tegen het lijf liep. In tegenstelling tot de meeste jonge mannen in het dorp liep hij in een groot, smoezelig gewaad rond. Zijn gezicht was ingevallen en hij had een grote verdikking op zijn rechterwang. De knaap was, tot grote verbazing van Giacobbe, lijkbleek – het was al maandenlang zonnig in Toscane.

‘U moet de reisverslagen lezen,’ zei de jongeling. ‘Ken ik u?’ vroeg Giacobbe. De jongeling schudde stellig zijn hoofd. ‘U moet de reisverslagen lezen,’ zei hij nogmaals terwijl hij in een kartonnen doos achter een marktkraam begon te zoeken. Ondertussen mompelde de jongeling dat Giacobbe die reisverslagen ook best over kon slaan. In een wanordelijke toestand haalde hij allerlei boeken uit de doos en hij pakte uiteindelijk een onmetelijk dik boek beet. Hij hield het tegen het zonlicht omhoog en slaakte een diepe zucht van opluchting. Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, las Giacobbe, van Denis Diderot en Jean le Rond d’Alembert. ‘Geen zorgen, ik heb het vertaald.’ Hij drukte het boek, dat wel tientallen kilo’s leek te wegen - het deed Giacobbe denken aan zijn manden met fruit - in zijn handen. ‘Ik hoef er niets voor,’ zei hij nors terwijl hij zijn doos optilde en in een kromgebogen houding wegliep bij Giacobbe.

De volgende ochtend liep Giacobbe zijn weg langs de wijnranken, denkend aan het boek dat hij gister in één ruk uitgelezen had, plukte de vruchten en ging huiswaarts. Toen de man met de huifkar langs kwam, hield Giacobbe hem tegen. ‘Ik wil mee op uw rit. De druiven leveren wij morgen wel af.’ Achter in de huifkar tussen de vruchten legden zij een hobbelige weg af. Oorspronkelijk was het plan dat hij louter een aantal dagen achterin de huifkar zou zitten, maar de reis mondde uit in een maandenlange trektocht door Italië. Giacobbe kocht wat appels, daar was namelijk de grootste schaarste van in het daldorp - de man met de huifkar kwam namelijk niet in dat gebied. Giacobbe wilde zijn daldorp voorzien van de lekkerste vruchten. Appels, perziken, abrikozen, pruimen. Giacobbe had een nieuw inzicht verkregen door het geweldige, ronduit uitmuntend geschreven boek dat hij had gekregen van de jongeling: burgers moesten vrij zijn in welke vruchten zij zouden eten, en daar waren keuzemogelijkheden voor nodig, zo dacht Giacobbe.

Na drie maanden zag hij in de verte zijn trullo. Triomfantelijk stapte hij van de huifkar af met de manden vol met fruit. De man met de huifkar hielp hem hoffelijk, hij tilde de zware manden, die tot de nok toe waren gevuld met het fruit, met de kracht uit zijn brede armen op en liep met straffe passen naar de opslagruimte naast de trullo. Giacobbe volgde hem. Hij vertraagde zijn pas toen hij een rooklucht opmerkte. Het was een indringende geur en het deed hem op een of andere manier denken aan de dood. Op geen enkele manier was deze geur vergelijkbaar met die van zijn pijp. Pas toen hij zijn ogen van het fruit afhaalde en voor zich uitkeek, stopte hij abrupt met lopen en liet hij pardoes de manden vallen. Het fruit lag bezaaid over de gortdroge grond. De fruitsoorten werkten als een levendig kleurenpalet tegen de nagenoeg witgekleurde aarde. Zijn ranken waren neergehaald, doormidden gebroken en lagen zelfs over de paden bezaaid. Het ergste was dat zijn druiven waren verdroogd, verpieterd zoals oude mensen die door het leven zijn verschrompeld. Zijn vrouw kwam onbesuisd naar buiten: ‘Tesoro, stupido,’ huilde ze, ‘zij snakken naar de druiven! Zij vechten elkaar de tent uit!’ Toen Giacobbe vanaf de heuvel naar het daldorp keek, zag hij vanuit achter een aantal gebouwen rook vandaan komen. ‘Het is oorlog, het is schaarste,’ murmelde ze.

Mooi stuk, een pijnlijke maar leerzame adaptatie van de verborgen schat.