De expert als geleerde dommerik
4 minuten leestijd

Marit Elechan

De expert als geleerde dommerik

Waarom hebben de hoogste autoriteiten soms zulke wereldvreemde meningen?

De expert als geleerde dommerik
4 minuten leestijd

In de hedendaagse samenleving zien wij het regelmatig: een geleerde met een hoogdravende mening. Vaak is dit nog over een precair maatschappelijk onderwerp. De geleerde wordt uitgenodigd voor televisieprogramma’s, kranten, tijdschriften, enzovoort. Is dit gek?

Op zich niet. Met de verschrompeling van de kerkelijke autoriteit heeft het grote publiek nood gekregen aan een nieuw leidend licht. Niet meer de priester, maar de wetenschapper krijgt nu het grootste vertrouwen. Hij zou immers ‘objectief’ zijn. Echter: al vaak is gebleken dat deze objectiviteit helemaal niet objectief is. Dikwijls blijkt de geleerde namelijk een twijfelachtige mening te verkondigen over een onderwerp dat totaal buiten zijn onderzoeksgebied ligt. Dit is vreemd, maar bij nader inzien verklaarbaar. Want wat blijkt: de heiligverklaring van de wetenschapper heeft geleid tot het fenomeen van de zogeheten ‘geleerde dommerik’.

Wat is dit fenomeen? De Spaanse filosoof José Ortega y Gasset was er zo door ontdaan dat hij een apart hoofdstuk eraan wijdde in zijn magnum opus De opstand der horden (1930).1 De titel luidde: ‘De barbaarsheid van het “specialisme”’. Dit is veelzeggend.

De wetenschap begon als een ingenieuze onderzoeksmethode om meer van de wereld te weten te komen. Iedere wetenschapper hield ten allen tijde het ‘grotere plaatje’ in het oog. Denk aan de homo universalis van de renaissance: hij blonk uit op verscheidene wetenschapsgebieden die onderling totaal verschillend van elkaar waren. Zo kon hij een algemeen, samenhangend wereldbeeld verkrijgen. De wetenschap ontwikkelde zich op deze manier eeuwenlang door, met hoogtepunten van Galilei en Newton. Maar in de loop der tijd werd het duidelijk dat de wetenschap zich enkel kon doorontwikkelen door zich te specialiseren. Dit wil zeggen: niet de wetenschap zelf, maar de wetenschappers.

Zodoende ontstond er een versplintering. De losse wetenschapsgebieden raakten, in de daaropvolgende eeuwen, steeds meer van elkaar gescheiden. Iemand kon veel van natuurkunde weten, maar niets van biologie. Dit was geen positieve ontwikkeling. De wetenschapper in de negentiende eeuw omschrijft Ortega y Gasset als iemand die ‘slechts één bepaalde wetenschap kent, en zelfs van deze wetenschap kent hij alleen het kleine gedeelte waarin hij zelf onderzoekingen doet.’2

In de huidige tijd heeft zich dit verergerd. De hedendaagse wetenschapper vóélt zich algemeen ontwikkeld, maar is dat niet. Hij beschikt niet over een algemeen inzicht in de grote levenszaken, maar enkel over gespecialiseerde kennis. Zijn intellect is overontwikkeld, zijn geest onderontwikkeld. Hij weet dus ‘heel goed wat er in zijn minieme hoekje van het heelal is besloten, maar hij is volkomen onkundig van al het overige’.3

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals Man and Technics, in onze boekenwinkel.

Man and Technics

Ortega y Gasset heeft geen hoge dunk van de hedendaagse mens. Hij noemt hem ‘een primitief mens, een barbaar […] met betrekking tot de ingewikkelde beschaving waarin hij geboren is’.4 De wetenschapper is volgens Ortega y Gasset een prototype hiervan. Het probleem is immers dat niemand in de samenleving de wetenschapper durft tegen te spreken. Hij wordt gezien als de hoogste autoriteit: zijn mening is niet alleen de waarheid, maar zelfs normbepalend. Dientengevolge is de wetenschapper heilig overtuigd van zijn eigen gelijk. Hij kàn geen fouten maken - en dit levert hem een blinde vlek op.

Deze blinde vlek is gevaarlijk. Immers: zolang de specialist een toespraak houdt over zijn eigen vakgebied, is er niet veel aan de hand. Maar wanneer een natuurkundige zich plots een mening vormt over politiek, kunst, cultuur of religie, zal hij zeker niet wijzer spreken dan de gemiddelde plebejer. Toch wordt de natuurkundige uiterst serieus genomen, en de plebejer niet. Zijn mening is waarheid. En dat is meten met twee maten. Regelmatig gebeurt het dat een specialist in het publieke debat zijn eigen lukrake mening verkondigt, en dat hij zich vervolgens verschuilt achter zijn doctorstitel, voor de ‘geloofwaardigheid’.

Ortega y Gasset vindt de specialist een vreemdsoortig geval. Vroeger kon men de mensen opdelen in òfwel onwetend, òfwel geleerd. Maar de specialist is zowel geleerd als onwetend. Dit is problematisch. Een plebejer heeft geen doctorstitel, en dus is hij zich nog in enige mate bewust van zijn beperkte algemene ontwikkeling. Maar een specialist spreekt met de hoogdravendheid van een wijsgeer, terwijl hij qua algemene ontwikkeling vaak niet onderdoet voor een plebejer. Bewust of onbewust brengt hij hiermee dus talloze onwaarheden de wereld in. Maar niemand durft hem tegen te spreken - want de wetenschapper is de hoogste autoriteit.

Zodoende voltrekt zich een tragische ontwikkeling in de westerse samenleving. Het toppunt van beschaving - de wetenschapper - brengt zelf een overvloed aan barbaarsheid voort. Hijzelf is de laatste die dit doorheeft.


  1. José Ortega y Gasset, De opstand der horden. Den Haag: H. P. Leopold Uitgevers-Maatschappij, 1941. Bladzijden 146-153. Vertaling door Johan Brouwer. ↩︎

  2. Ortega y Gasset, De opstand der horden, 149. ↩︎

  3. Ortega y Gasset, De opstand der horden, 151. ↩︎

  4. Ortega y Gasset, De opstand der horden, 124 ↩︎

Volgens mij was Eduard Douwes Dekker, Multatuli dus, Ortega y Gasset ruim een halve eeuw voor: “Duizend en eenige hoofdstukken over specialiteiten,” (1871).