De Hoenders uit het Betere Kippenhok
Diaspora op de boerderij
Politiek
Er was eens een boerderij waar vele kippen werden gehouden in verschillende kippenhokken. De kippen kwamen allemaal van dezelfde boerderij. Sterker nog, alle kuikentjes waren nakomelingen van dezelfde, vruchtbare kip. Op een dag was er een probleem in een van de kippenhokken - het plafond stond op instorten. “Verdorie”, zei de boer, “en nog wel in een van mijn favoriete hokken!” De boer vond dit zijn fijnste kippenhok omdat die goed was ingericht en makkelijk schoon gehouden kon worden. Om de problemen te verhelpen moest hij de kippen in andere hokken plaatsen. De groep werd opgesplitst en geplaatst bij de andere kippen. Gelukkig was er genoeg ruimte om alle dieren goed te huisvesten.
De verdeelde kippen legden zich neer bij hun lot, maar weigerden zich te mengen met de anderen. Hadden zij niet van de boer vernomen dat zij uit zijn favoriete hok afkomstig waren? Daarmee behoorden zij toch duidelijk tot een ander slag hoenders! De kippen hadden namelijk de woorden van de boer niet goed begrepen. Toen hij het over het betere hok had, had hij het natuurlijk over de inrichting gehad, niet over de dieren zelf. Die kwamen immers allemaal van dezelfde kip. Maar het idee van het betere hok was een prettige, de ijdelheid van de kippen strelende gedachte, en begon na verloop van tijd in de koppen van de dieren een eigen leven te leiden. Met een beetje afkeer keken ze naar de andere kippen die veel rotzooi maakten en luid kakelden, en ze vergaten al snel dat vroeger hun eigen stal ook dat beeld had gegeven. Parmantig liepen ze door de stal en zeiden tegen elkaar: “zo deden wij dat in de betere stal niet. Wij maakten nooit ruzie en waren veel rustiger, en lieten niet overal onze ontlasting achter. Nee, wij zijn veel betere, door de boer uitverkoren hoenders!” De kippen staken zo nu en dan hun hoofden over de stalhekken om met de andere kippen uit de oude, betere stal te praten, en daar mijmerden ze over de goede oude tijd, waar het zoveel rustiger en schoner zou zijn geweest. Naarmate de herinnering aan hun oude hok, waar zoals gezegd de dingen niet veel anders waren dan in de stal waar ze nu zaten, meer vervaagde, maakte deze plaats maken voor een verheerlijkte, bijna betoverde herinnering aan hun eigen hok waar ze ooit uit waren verdreven, zo veel beter dan de zwijnenstal waarin ze nu moesten leven.
Van lieverlee raakten velen ervan overtuigd dat ze helemaal niet dezelfde afkomst hadden als de andere kippen. Nee, zij kwamen van een andere boerderij, en waren de nakomelingen van een veel sterkere en slimmere moederhoen. Niet elke kip was hiervan overtuigd, maar ook voor deze kippen was het idee de ‘Hoenders van het Betere Kippenhok’ te sterk geworden, te egostrelend en te veel gekoesterd om helemaal te laten varen - want niet alleen mensen, maar ook kippen zijn ijdele en trotse wezens. En zo werden er dan meer dingen gevonden om het gevoel van de andere, betere hoen te laten voeden. Waren het de andere kippen niet die hen nooit hadden geaccepteerd en altijd hadden buitengesloten? Nee, het was duidelijk dat ze tot een ander slag kippen behoorden! Deze situatie begon van lieverlee voor beide partijen erg vervelend te worden. Spanningen werden groter en van beide kanten werden stevige verwijten gemaakt. Eindelijk was ook de boer het zat en besloot hij om de verplaatste kippen te verzamelen en ze samen in een ander hok te plaatsen. En dat was best even wennen voor ze. Want toen alle kippen weer onder elkaar waren, kregen ook zij vaak ruzie met elkaar, kakelden luid, en lieten ook overal hun ontlasting achter. Uiteindelijk moesten ze, tegen wil en dank, toegeven dat het een stal was zoals alle andere, met daarin kippen zoals alle anderen. En met die nuchtere realiteit verdween razendsnel de mythe van de Hoenders van het Betere Kippenhok, waar ze eerlijk gezegd met een beetje schaamte op terugkeken. Want ook bij kippen houdt de meest gekoesterde illusie geen stand tegenover de nuchtere werkelijkheid.

