De hysterie van Fukuyama
De piramidaal liberale topmens en zijn profeet
Geschiedenis
Wie nu Het einde van de geschiedenis en de laatste mens uit 1992 leest – de uitgesproken Amerikaanse en alom geprezen bestseller van Francis Fukuyama - valt van de ene verbazing in de andere verbijstering. Hoe kan iemand bij zijn gezond verstand werkelijk hebben gemeend dat de liberale democratie het hoogtepunt van de beschaving is, en dat alle daaraan voorgaande bestuursvormen afgedaan kunnen worden als duister, barbaars, irrationeel. Dankzij de natuurwetenschappen en de technologie, het geavanceerd kapitalisme, een overweldigende consensus betreffende haar levenskracht zou, volgens hem, de liberale democratie niet alleen een ongekende welvaartsstijging hebben bevorderd, maar zelfs als eerste regeringsvorm in de Geschiedenis de status van legitimiteit toekomen. Fukuyama haalt van ter zake kundige filosofen uitspraken aan die zijn standpunt onderbouwen, met als grootmeester de Duitse denker Hegel. Die verlichte geest, zegt hij, heeft al vroeg vastgesteld dat de wereld met sprongen opwaarts vliegt. Zelfs die andere grootmeester, de eveneens Duitse denker Nietzsche, viel hem bij door de liberaal-democratische mens te ontwaren op de top van de sociale piramide.
Die piramidaal liberale topmens mag zich als eerste verheugen in een Geschiedenis die de naam ‘universeel’ waardig is. Vroegere geschiedenissen gingen nog mank aan het achterhaalde begrip ‘nationalistisch’. Jammer genoeg schortte er ook aan Spenglers Ondergang van het Avondland uit 1917 het nodige als gevolg van zijn pessimisme. Maar voor pessimisme is er sinds 1992 geen reden meer, aangezien de democratie praktisch overal ingang heeft gevonden. De bedenker van de goede natuurmens, Rousseau, twijfelde in zijn generatie nog of wij werkelijk al zo ver zijn gestegen, maar voorzag een toekomstig mensengeslacht dat het gezegende idee van ‘kansengelijkheid’ zou omarmen. En dat geslacht zou staan voor de onderlegde bourgeoisie die oprees uit de Omwenteling van 1789. De enige spelbrekers die sedertdien soms opduiken zijn dictators van het type Hitler en Pol Pot. Doch dat zijn voorbijgaande erupties van de oude barbarij.
Gepaard met het liberaal-democratische gedachtegoed, gaat – verduidelijkt de historicus Fukuyama - het begrip thymos, waarmee bedoeld ons aangeboren rechtsgevoel, plus besef van eigenwaarde en vrijheid. De laatste horde in onze progressieve opmars vormt de slavenideologie van het christendom. Want de goedgelovigen verkondigen spijtig genoeg nog steeds dat God de mens schiep, terwijl in werkelijkheid de mens God heeft geschapen - om zodoende zijn eigen verantwoordelijkheid af te schuiven op een hoger wezen. Hegel dixit.
De vooruitstrevende Hegel zag, aldus Fukuyama, in ‘arbeid’ de waarde van de geëmancipeerde, met thymos begiftigde mens. Arbeid maakt hem vrij, en zijn nut bepaalt hoe lang hij leeft. Jammer alleen is dat de gerespecteerde filosoof Nietzsche ook de wil tot macht had aanbevolen. Om maar te zwijgen over het feit dat, gesteund door de macht, de spreuk Arbeit Macht Frei boven het vernietigingskamp Auschwitz prijkte. Maar dat is thans verleden tijd. Sociale gelijkheid zien we inmiddels overal waar de liberale democratie vaste voet aan de grond heeft gekregen.
De dageraad van het piramidale mensdom kleurde eind achttiende eeuw de hemel, en dat vieren we jaarlijks nog steeds op de 14e juli. Nu, vanaf 1992, zijn er geen ideologische kapers meer op de kust om het terechte van die feestdag te bestrijden. Want op grond van zijn ingeboren rechtsgevoel en eigenwaarde geldt de sociaal liberale democraat als voorbeeldig, als standaard in alle instituties en gevestigde organisaties van de planeet.
Kenmerk van de valse profeet is de prompte, wijdverbreide bijval. De ware profeet wordt altijd geschuwd, bekritiseerd, genegeerd, geïsoleerd. Hij blijft buiten de reikwijdte van de gangbare opiniemakers. Dat zagen we al in het Oude Testament, en ook in het Nieuwe, zoals bij Johannes de Doper. Uiteraard is de H. Geest sindsdien niet blijven stilstaan. En zo heb je ook in onze tijd valse en ware profeten. En ook in dat geval zijn de valse succesvol omdat zij het publiek geven wat het wil horen. Maar ze zijn ook meteen weer vergeten, terwijl de ware profeten worden doorgegeven en de graad van klassiek krijgen dankzij een verspreide minderheid. De filosoof Francis Bacon constateert in een van zijn essays dat de buitenwacht pertinent afwijzend staat tegenover zowel de leugen, als de waarheid. Wat daarentegen aanslaat, zijn leugens met de schijn van waarheid. Of halve waarheden. Daar ligt ook het werkterrein van de journalistiek, Want wie betaalt, die bepaalt, en lucratief is wat de meesten graag geloven. En wat dat is, vertelt het opinieklimaat.
Fukuyama is inmiddels passé. Amerika dringt via haar Buitenlandse Inlichtingendienst landen die haar onwelgevallig zijn een regime change op, desnoods met geweld. Dat wist Fukuyama toch ook? “Politics is a strife of intererests masquerading as a contest of principles”, luidt de definitie van Ambrose Bierce in The Devil’s Dictionary, en die slaat de spijker op de kop. De goegemeente gelooft dat het oké is om het liberaal-democratische licht te brengen aan nog in duisternis zuchtende volken. In werkelijkheid gaat het om machtsuitbreiding en buit binnenhalen. Dat Europese regeringen zich bewust op sleeptouw laten nemen door de maskerade, geeft te denken.

