De mythe van de neutraliteit
5 minuten leestijd

Camille Scholtz

De mythe van de neutraliteit

En de blindheid van de liberalen

De mythe van de neutraliteit
5 minuten leestijd

Onlangs heeft de Tweede Kamer een voorstel aanvaard om ervoor te zorgen dat geen enkele school een verklaring van de ouders mag eisen waarin zij de identiteit van de school onderschrijven. Een groot aantal aanhangers van het liberale gedachtegoed hebben met vreugde gereageerd op deze beslissing, zich daarbij beroepend op het idee van “neutraliteit”. Op het platform Twitter werden diverse uitspraken gedaan, waaronder:

Openbaar onderwijs is bijna altijd levensbeschouwelijk neutraal en vertelt juist over verschillende levensovertuigingen.1

En,

… wetenschappelijk verantwoorde lesprogramma’s met een objectief positief effect op de maatschappij ten behoeve van het algemene belang van emancipatie. Neutraal dus.2

Hoewel iedereen die een wereldbeeld heeft dat ook maar enigszins afwijkt van de norm zal zien dat dit natuurlijk onzin is. Neutraliteit bestaat niet in de echte wereld, elk standpunt en elke beslissing is immers gekleurd door ideologie. Zo is bijvoorbeeld het streven naar emancipatie ingegeven door de liberale ideologie.

Opmerkelijk genoeg lijken de meeste religieuze mensen zich ervan bewust te zijn dat ze dogmatisch zijn, terwijl de gemiddelde liberaal blind lijkt te zijn voor zijn eigen dogmatiek. Ik vermoed dat dit komt doordat de liberaal geboren en getogen is in een liberale samenleving en als zodanig nooit echt in contact is geweest met enig ander wereldbeeld. Dit kan echter niet gezegd worden van de gemarginaliseerde religieuze persoon, die dagelijks te horen krijgt dat hij zijn wereldbeeld en belangrijkste overtuigingen maar moet wegstoppen “achter de voordeur”. Zoals G.K. Chesterton ooit zei:

In truth, there are only two kinds of people; those who accept dogma and know it, and those who accept dogma and don’t know it.3

Vrijheid en neutraliteit

Ik meen dat het begrip “neutraliteit” en het hoogste beginsel van het liberalisme, namelijk “vrijheid”, in hun paradoxaalheid nauw met elkaar verbonden zijn. Vrijheid is een zuiver negatief beginsel, dat wil zeggen, zonder enig positief (zoals in zijn etymologische betekenis; het poneert niets, het ontkent alleen) attribuut. Vrijheid kan alleen worden bereikt door begrenzingen te ontbinden, en dit kan worden toegepast op een eindeloze hoeveelheid domeinen. Of het nou geografische grenzen zijn, of sociale grenzen (de vrijheid om je schaars te kleden, of om tijdens de gay pride naakt op een boot te dansen bijvoorbeeld), de vrijheid om je los te maken van stoffige oude regels zoals seksuele rolpatronen, oude instituties zoals het huwelijk, oude sociale constructies zoals gender, of zelfs, gender zelf te bevrijden vanuit zijn beperkende binaire kader, en te bewegen naar het minder begrensde genderspectrum. Het is ook geen toeval dat juist moderne kunst wordt gedefinieerd door het breken van regels, tot het punt dat we letterlijke stront in een blikje hebben.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals Desengaño, in onze boekenwinkel.

Desengaño

Iets anders dat vrijheid definieert, is dat het, behalve het eenvoudigweg ontkennen van alles en meer, alleen kan worden gemeten aan de hand van externe criteria. Waar wil je van bevrijd worden? Vrijheid op zichzelf is niets. Voor de een betekent vrijheid bevrijd zijn van lust en zonde, het opbouwen van een sterke wilskracht, voor de ander betekent vrijheid vrij zijn om lust en zonde te begaan. Neutraliteit is ongeveer hetzelfde, alleen door middel van externe criteria, geïnformeerd door een overkoepelende ideologie, kunnen de “uitersten”, het “centrum” en dus het “neutraal” worden gedefinieerd.

Paradox van tolerantie

Het liberalisme heeft dus een paradox als grondslag, namelijk vrijheid en tolerantie, twee beginselen die zo goed als één en hetzelfde zijn. Deze paradox staat onder liberalen zelf bekend als de paradox van de tolerantie of Popper’s paradox, en wordt vreemd genoeg vaak aangehaald om het liberalisme te verdedigen in plaats van aan te vallen. Popper’s definitie van de paradox is als volgt:

Onbeperkte tolerantie moet leiden tot het verdwijnen van tolerantie. Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intolerante medemens, dan zal de tolerante mens te gronde gaan, en met hem de tolerantie.4

Wat dit in feite betekent is dat de liberaal ofwel andere wereldbeelden tolereert, die vervolgens hun eigen wereldvisie en ideologie zullen uitdragen, hetgeen mogelijk resulteert in het einde van de “liberale tolerantie”. Ofwel de liberaal schendt zijn eigen principe door intolerant te zijn jegens andere wereldbeelden die hij intolerant acht.

Volgens de liberaal is het neutrale zijn wereldbeeld en ideologie; dat is wat aan onze kinderen moet worden onderwezen en moet worden gehandhaafd, en het onneutrale is alles wat daartegen ingaat. Laten we dit gedeelte besluiten met deze paradox zoals verwoord door Joram van Klaveren:

Want als we intolerant moeten zijn tegen dat wat intolerant is vanuit liberaal perspectief, kan het liberalisme dan überhaupt iets anders dan enkel zichzelf tolereren?5

Postmodernisme

Volgens het postmodernisme zijn alle waarden een kwestie van perspectief en bestaat er geen neutraal. Vanuit een postmodern perspectief blijkt het liberalisme, verre van een verzameling universele principes te bieden, slechts weer een ander historisch geconditioneerd wereldbeeld te zijn, een even kwetsbaar voor de oplossende draaikolk van “vrijheid” en relativisme. De Verlichting was dus uiteindelijk zelfvernietigend omdat haar rationele onderzoeksmethode onverbiddelijk haar eigen grondbeginselen blootstelde aan een vernietigend onderzoek dat zij op den duur niet konden doorstaan.

Wij leven nu in een wereld die geregeerd wordt door een wereldbeeld dat allang zijn eigen fundament vernietigd heeft maar dit niet doorheeft, en deze zelfde mensen vertellen ons dat wij moeten leven in overeenstemming met wat zij “neutraal” achten. Zoals op het schilderij de parabel der blinden van Pieter Bruegel de Oude, zijn wij blind en worden wij geleid door blinden, die ronddwalen, dan aarzelen, alarm slaan, struikelen, en tenslotte vallen.


  1. Peter Kwint, Twitter↩︎

  2. Max Waterman, Twitter↩︎

  3. G. K. Chesterton, Fancies Versus Fads↩︎

  4. Karl Popper, De open samenleving en haar vijanden↩︎

  5. NieuwWij, Islam, Europa en de liberale paradox↩︎

Ah.. de ’neutralen’ voor wie in Dante’s Inferno de ‘Ante-Inferno’ is gereserveerd; de toegang ontzegd tot de Hemel en de Hel. Laten we ze geen aandacht geven maar eenmalig een blik toewerpen en voorwaarts gaan.

And I—my head oppressed by horror—said: “Master, what is it that I hear? Who are those people so defeated by their pain?”

And he to me: “This miserable way is taken by the sorry souls of those who lived without disgrace and without praise.

They now commingle with the coward angels, the company of those who were not rebels nor faithful to their God, but stood apart.

The heavens, that their beauty not be lessened, have cast them out, nor will deep Hell receive them— even the wicked cannot glory in them.”

And I: “What is it, master, that oppresses these souls, compelling them to wail so loud?” He answered: “I shall tell you in few words.

Those who are here can place no hope in death, and their blind life is so abject that they are envious of every other fate.

The world will let no fame of theirs endure; both justice and compassion must disdain them; let us not talk of them, but look and pass.”

  • Dante - Inferno III