De Nazi-Antifa Alliantie
27 minuten leestijd
Sanura

De Nazi-Antifa Alliantie

De vergeten geschiedenis van conservatief verzet, de bevrijding en Neurenberg

De Nazi-Antifa Alliantie
27 minuten leestijd

Me-too! Racist! Fascist! Woke is te ver gegaan! Black lives matter! Eigen volk eerst! Prikdictatuur. MinistryofTruth… Laten we ons richten op de bevrijding 77 jaar geleden om ons helderheid te verschaffen in een tijd van hernieuwde chaos en strijd.

Als je niet onder een rots leeft, heb je waarschijnlijk iets gemerkt van een toename in polarisatie, haat, beschuldigingen, schandalen, internationale conflicten, angst voor nieuwe pandemieën en het vergaan van de wereld (door klimaatverandering, of een andere vorm van apokalyps). De AIVD heeft de toename in extremisme opgemerkt en schijnbaar besloten olie op het vuur te gooien door vrijwel elke rechtse stroming te koppelen aan extreemrechts, ondanks een gebrek aan bewijs van een concrete dreiging met geweld. Extreemrechts, wordt, net als en radicaalrechts, gekoppeld aan racisme, nazisme en de schending van mensenrechten. Tegen ‘woke’ zijn wordt als negatief weggezet: de AIVD lijkt ‘woke’ simpelweg te beschouwen als antiracistisch.

Deze generalisaties stoorden mij, niet omdat ik mijzelf beledigd voelde, maar omdat het gewoon werkt als gif voor objectieve politicologie en geschiedschrijving om alles wat rechts is ‘extreem-’ of ‘radicaalrechts’ te noemen; en om conservatief-liberalisme, reactionairisme of traditionalisme te koppelen aan racisme of nazisme.

Er is niks mis mee dat de AIVD racisme, nazisme of fascisme in de gaten houdt, en tegengaat in overeenstemming met de wet. Als ultra-reactionairisme de rechtsstaat bedreigt is het logisch dat de AIVD daar ook tegen ingaat. En iedereen die gematigd is, is het hoe dan ook oneens met ultra-reactionairisme. Maar het zou helpen als de AIVD -en ook de media en het onderwijs-, termen en feiten wat nauwkeuriger gebruiken. Ik bedoel: veel gematigd linkse mensen hebben ook kritiek op woke. Wat heeft dat dus met extreemrechts te maken?

Een korte opfriscursus over enkele politieke termen

Bedoeld voor wie dat nodig mocht hebben onder extremisten ter rechter- en linkerzijde, de AIVD, de regering en eigenlijk voor iedereen die zich zorgen maakt over politiek. Wanneer bijvoorbeeld ‘fascist’ als beschuldiging wordt gebruikt, helpt het wel te weten wat fascisme daadwerkelijk is. Een vertekend beeld van het verleden is namelijk schadelijk voor zowel het heden als de toekomst.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, het nazisme was in feite een vorm van links-nationalisme, en fascisme een eveneens naar links neigende ‘derde positie’. Extreemrechts was, en blijft altijd, ultra-reactionairisme: een radicale verwerping van de Franse Revolutie (m.i. goed) en tegelijkertijd een verwerping van elke vorm van liberalisme (m.i. dubieus).

Extreem-rechts en de nazi’s waren in de meeste gevallen aartsvijanden, en de communisten werden pas definitieve tegenstanders van de nazi’s halverwege 1941.

Voor nieuwelingen qua interesse in geschiedenis en politiek, en voor mensen met een slecht geheugen ook nog even een snelle (opfris)cursus over de begrippen ‘links’ en ‘rechts’. Deze termen stammen uit genoemde Franse Revolutie. Links was vóór de revolutie, rechts tegen. Links was dus revolutionair, rechts conservatief (of reactionair, extreem-rechts, ultrareactionair of ultraroyalist). De strijd ging primair over sociaal-ethische, culturele, filosofische en religieuze kwesties, niet over economie of buitenlands beleid; dus over moraliteit en geloof. Rechts was vóór het behoud van traditionele normen en waarden, de Kerk, en de ultrarechtse groepen bovendien ook nog voor het behoud/herstel van de absolute monarchie en de positie van de adel. Links wilde secularisme, afschaffing -of in ieder geval afzwakking- van monarchie en adel, economische gelijkheid, ‘moderne’ normen in plaats van traditie, een seculiere invulling van onderwijs en andere revolutionaire ideeën.

Later kregen de termen ook een secundaire, economische betekenis, vooral door de opkomst van het socialisme. De verdediging van privé-eigendom, economische verschillen en beperkingen op staatsinmenging in de economie werden gesteund door de reactionairen, maar ook door de liberalen. De verheerlijking van de (onbeperkte) vrije markt was echter zelfs puur liberaal, en dus niet iets overduidelijk rechts, behalve misschien in de VS. Radicaal collectivisme en egalitarisme uit de linkse hoek werden ook door zowel reactionairen als liberalen verworpen, maar een sterk individualisme was weer meer specifiek liberaal. Rechts verdedigde natuurlijke ongelijkheid en hiërarchie. De staat en de natie werden als belangrijk gezien, maar als altijd onderschikt aan de ‘natuurwet’, en de vrijheid van het individu werd gesteund maar niet een onbeperkte libertijnse vrijheid. Ethisch waren ze altijd behoudend, economisch meer flexibel, maar altijd vóór de bescherming van privé-eigendom en verder waren ze tegen het internationalisme, maar ook tegen de aanbidding van de staat.

De liberale democratie/democratische rechtsstaat was een centristisch concept geworden, dat werd aangevallen door monarchistische contrarevolutionairen van rechts, totalitaire nationale en internationale revolutionairen op links, en zelfs door de conservatieve revolutionairen vanuit de derde positie.

Dit heeft ook gezorgd voor een onderscheid tussen extreemrechts (dat geweld of in ieder geval de omverwerping van de constitutionele orde steunt, net als extreemlinks) en radicaal- of ultra-rechts dat uitzonderlijke rechts is qua standpunten maar werkt binnen het constitutionele systeem en tolerant is tegenover rechtsstaat-liefhebbende liberalen, bijvoorbeeld zoals men hier bij Reactionair.nl hoop ik…

Revolutionair nazisme

Het nazisme is vaak weggezet als conservatief. Tegenwoordig verwerpen echter vele historici, zoals Karl Dietrich Bracher, Modris Eksteins, Martyn Housden, Ian Kershaw en Erik von Kuehnelt-Leddihn, deze karakterisering.1234

Zo valt het nazistische ‘Horst Wessellied’ de reactionairen even hard aan als de marxisten:

“Die Fahne hoch! Die Reihen fest geschlossen! SA marschiert mit ruhig festem Schritt.
Kam’raden, die Rotfront und Reaktion erschossen, Marschier’n im Geist in unser’n Reihen mit.”

Nederlandse vertaling:

“Het vaandel hoog! De rijen hecht gesloten! SA marcheert met rustige vaste tred.
Kameraden neergeschoten door het Rode Front en de reactionairen, Marcheren in de geest in onze rijen mee.”

Op veel punten waren de nazi’s openlijk progressief, revolutionair en modernistisch. Ze waren tegen het herstel van de monarchie en vervolgden zelfs monarchisten. Ze stonden eveneens vijandig tegenover de voormalige adel.5 ‘Republikeins rechts’ is op zich al een discutabel concept in een land met een sterke monarchistische traditie, maar al helemaal onmogelijk wanneer dit ook nog vermengd is met afkeer voor de oude adel en de traditionele religies.

Dat het nazisme eveneens fanatiek anti-christelijk was, wordt inmiddels door de meeste historici erkend en alleen echt omstreden door bepaalde anti-theïstische en marxistische auteurs.678 Een bekend misverstand is, dat de nazi’s het motto ‘Gott mit uns’ zouden hebben gebruikt, terwijl dat gebruikt werd door het reguliere Duitse leger, al voordat het nazisme ontstond. Het leger was zelfs een broeinest voor anti-nazisme. In tegenstelling tot de rol van militairen in het geval van Mussolini of Franco, hielp het Duitse leger niet Hitler aan de macht.

De nazi’s organiseerden de zogenoemde ‘Kirchenkampf’: de vervolging van de Duitse kerken.9 Het nazisme was dus niet louter antiklerikaal, zoals de meeste fascistische partijen. Het nazisme was vijandig tegen traditioneel katholicisme én protestantisme, geleidelijk aan openlijker en openlijker. Ook Bormann en Goebbels uitten zich openlijk anti-christelijk.1011

In eerste instantie steunden ze alleen maar scheiding van kerk en staat, en het zogenaamde ‘positieve christendom’ dat de apostolische geloofsbelijdenis verwierp en een protestantse moderne staatskerk wilde invoeren. Conservatieve protestanten die vochten tegen deze staatsovername vormden ‘de belijdende kerk’ die actief werd vervolgd. Alhoewel hun verzet en acties om joden te redden veel beperkter was dan die van de katholieke kerk.12

De KGB probeerde ook Paus Pius XII en de katholieke kerk weg te zetten als pro-nazi.1314 Dit werd indertijd al aangevochten, zowel door historici als door mensen die de Holocaust hadden overleefd (waarvan de meest bekende waarschijnlijk Pinchas Lapide is, de auteur van ‘3 Pausen en de Joden’). Als historisch feit is inmiddels aangetoond, dat de roomskatholieke kerk honderdduizenden Joden redden.15 Nadat onomstotelijk was vastgesteld, dat de paus betrokken was geweest bij meerdere complotten tegen Hitler,16 en dat Hitler zelf een plan had de paus te ontvoeren,17 werd deze anti-katholieke propaganda onhoudbaar.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals The Decline of the West, in onze boekenwinkel.

The Decline of the West

Dachau had zelfs een speciale afdeling van geestelijken, van wie meer dan 95% katholiek bleken. Mensen die beweren dat Hitler, of de nazi’s, christelijk was/waren, beroepen zich grotendeels op vage pro-christelijke dingen die Hitler zei, voordat hij volledig de macht had overgenomen (waaronder een toespraak waarin hij beloofde niet zijn speciale macht te misbruiken en het parlement te respecteren).

Het anti-christelijke sentiment viel ook terug te vinden in nazipartijen in andere landen, zoals de ‘Nasjonal Samling’ dat van de Duitsers de macht kreeg in Noorwegen en een nieuwe religie met oosterse elementen propageerde, ‘De Vlag’ in België, en tot op zekere hoogte de ‘Pijlkruispartij’ in Hongarije die, alhoewel geleid door iemand die zich als een ‘toegewijde katholiek’ zag, wilde dat de katholieke kerk banden verbrak met het Vaticaan en kerkelijke grond in beslag wilde nemen.18

Belangrijke nazi’s omarmden óf het zogenaamde neo-heidendom, óf esoterisch occultisme, pantheïsme, mogelijk deïsme óf sommigen ook puur atheïsme.19 Onder het gewone volk wierven de nazi’s vooral geseculariseerde en moderne christenen als stemmers. Liberale lutherse geestelijken steunden de nazi’s, maar niet de conservatieve. De katholieke bisschoppen veroordeelden de partij geheel en zeiden, dat katholieken niet voor de nationaalsocialisten moesten stemmen. In 1931 bestraften ze lidmaatschap met excommunicatie.

In sociaal-ethische kwesties waren de nazi’s vaker progressief dan conservatief. De nazi’s versoepelden wetgeving rond echtscheiding en moedigden soms zelfs seks voor het huwelijk aan, omdat dat diende als manier om meer kinderen te produceren voor het volk,20 echter niet voor het gezin. Condooms waren in het openbaar te koop (niet in de VS indertijd).21 De nazi’s legaliseerden abortus voor doeleinden van eugenetica, bescherming van de gezondheid van de moeder, raciale minderheden en uiteindelijk ook in bezette gebieden, zoals Polen.22

Voor dit laatste werden meerdere nazi’s veroordeeld voor ‘misdaden tegen de mensheid’ tijdens de zogenoemde RuSHA-trials, in 1948.23 De nazi’s vervolgden ook wat ze reactionaire katholieke dokters noemden die weigerden abortussen uit te voeren.24 Euthanasie werd door de nazi’s gesteund om de gehandicapten uit te moorden, het beruchte T4 programma, wat resulteerde in protesten van de katholieke en protestantse kerken.

Eén van de meer conservatieve elementen van het nazisme was hun beleid waar het ging om werkende vrouwen, maar zelfs dat was maar tijdelijk. Eerst moedigden de nazi’s vrouwen aan om huismoeders te worden, dat werkte namelijk ook als een gemakkelijke manier om de werkloosheid onder mannen te verminderen en het maakte het gemakkelijker steun te krijgen op rechts. Later hadden ze echter meer arbeiders nodig voor de oorlogseconomie en werd de retoriek m.b.t. de huismoeder extreem afgevlakt. Het beleid was productiegericht. Werkende moeders werden weer aangemoedigd en Goebbels viel de anti-lipstick campagne aan.25

Alhoewel ze homoseksuele mannen vervolgden, en in veel minder mate lesbiennes, en hun politieke tegenstanders (soms vals) beschuldigden van homoseksualiteit, maakt dit ze nog niet uitzonderlijk conservatief. Hetzelfde gebeurde namelijk in de Sovjet-Unie onder Stalin (nadat daar eerder homoseksualiteit en zelfs pedofilie werd gelegaliseerd en op dezelfde wijze de legalisatie van abortus werd teruggedraaid, zodra onderbevolking dreigde), en in Cuba onder Castro. Géén vrijheid na de revolutie. De vervolging van homoseksuelen was vaak, maar niet uitsluitend, gericht op prostitutees, mannen die meerdere keren veroordeeld waren. Het nazibeleid was niet systematisch. Alexander Zinn zag de vervolging als relatief beperkt.26 Banden met het regime bleken bescherming te bieden. Er was geen systematisch plan voor uitroeiing, zoals bij de Joden en Slavische groepen.27

De tolerantie van Hitler tegenover SA-leider Ernst Röhm, die praktiserend homoseksueel was, en zijn kliek van SA-leiders, waaronder Edmund Heinis, zorgde er zelfs voor dat andere linkse groepen het nazisme ervan beschuldigden een soort homobeweging te zijn.28 Geruchten over Rudolf Hess, en zelfs Hitler, bleven jarenlang rondgaan en dit werd niet beter door het feit dat Göring aan travestie deed.29 Zelfs toen het nazisme telkens radicaler en totalitairder werd, tolereerden ze pederasten als Max Bielas. Sommige schrijvers beschuldigde de nazi’s ervan, dat meer dan 10% van hun nationale revolutionairen niet ‘normaal’ (hetero) waren en dat hun aanval op seksuele onderzoeksinstituten vooral een poging was bewijs te vernietigen.3031

Dit weerhield Goebbels er niet van honderden katholieke priesters te beschuldigen van pedofilie. De NSB organiseerde soortgelijke campagnes in Nederland. Alleen bleken de rechtbanken, als het om de feiten in strafzaken ging, nog verrassend objectief en onafhankelijk te zijn en werden minder dan 30 priesters veroordeeld.32 (Ik adviseer kerkleiders na te denken over hoe het mogelijk was dat de nazi’s toen onder meer dan 30.000 geestelijken nog geen 30 echte misbruikers konden vinden, ondanks hun hele totalitaire systeem… wat is er precies misgegaan?)

De nazi’s waren echter geen libertijnen. Ze steunden wel wet en orde. Hierin waren ze anders dan veel marxistische groepen, maar ironisch genoeg niet te onderscheiden van de meeste langdurige communistische en socialistische dictaturen.

Ook werd thuisonderwijs volledig verboden door de nazi’s in 1938 (een wet die tot de dag van vandaag wordt gehandhaafd) en bestreden de nazi’s katholieke scholen.33

De afschaffing van het federalisme in Duitsland schokte reactionaire partijen als de DNVP meer dan de middenpartijen. De afschaffing van de Eerste Kamer en de aantasting van de rechtsstaat wat zorgde voor pure dictatuur (in plaats van een dictatoriale rechtsstaat) onderscheidde het nazisme ook van figuren als Von Papen, Von Hindenburg of de DNVP.34 De aanval van het nazisme op de constitutionele liberale democratie was, net als bij het communisme, meer gericht op het liberale en het constitutionele aspect dan op de democratie als de wil van de meerderheid.35 autoritair rechts wilde wel een rechtsstaat, maar geen democratie, nazisme wilde wel democratie maar geen rechtsstaat. Totalitaire democratie, democratie zonder constitutionalisme, eindigt weer in dictatuur. Het nazisme streefde een totalitaire volksrepubliek na, gestuurd door demagogie en massapropaganda. Collectivistisch met een hiërarchie die louter meritocratisch was. Nauwelijks te onderscheiden van de voorhoede van de revolutie binnen het leninisme.

Aangezien het nazisme revolutionair, anti-reactionair en zelfs in het algemeen vaak anti-conservatief was, was het dus in feite anti-rechts.

Links-nationalisme is zo oud als de Franse Revolutie. Racisme heeft ook een lange geschiedenis binnen links, al helemaal de radicale darwinistische variant. Tito, Pol Pot, de Viet-Cong en Stalin waren allemaal zowel nationalistisch als racistisch. Stalin was daarbij ook uiterst anti-semitisch.

De Engelse Wikipedia heeft een artikel over ‘left-wing nationalism’ en had er vroeger ook een over ‘right-wing socialism’. Dat onderstreepte perfect, dat nationalisme en economische opvattingen niet het links-rechts spectrum bepaalden. Maar als je dat zo naast elkaar zet, rechts-socialisme en links-nationalisme, roept dat meteen de vraag op: onder welk van de twee valt het nazisme? Wel, Wikipedia beschrijft rechts-socialisme als ‘conservatief socialisme’. Het nazisme kan hier niet onder vallen, omdat het dus niet conservatief was. Het streefde niet het behoud van traditionele verhoudingen na. Nazi’s wilden juist meer sociale gelijkheid. Ze omschreven zichzelf als een arbeiderspartij, iets wat conservatief-socialistische partijen, die pal stonden voor kerk en koning, nooit deden.

Conservatieve socialisten zoals Oswald Spengler, schrijver van ‘Preussentum und Sozialismus’ en Werner Sombart raakten in conflict met de nazi’s. De nazi’s omarmden een linksere vorm van socialisme.36 Het nationalisme van de nazi’s neigde op zich al meer naar links. De nazis waren specifiek volksnationalisten. Gericht op de (etnische) groep. Niet vaderlandslievende patriotten. Niet klassiek nationalistisch.

De nazi’s kregen zelfs conflicten met andere volksnationalisten die in hun ogen niet socialistisch genoeg waren. Albrecht von Graefe van de ‘Duitse Volks Vrijheidspartij’ werkte tijdelijk samen met sommige nazi’s, toen hun partij verboden was na de gefaalde coup, maar dat mislukte al snel. Von Graefe bleek te conservatief. Meer linkse volksnationalisten verlieten hem en steunden de nazi’s. Een volksnationalistische partij waarmee de nazi’s bijna waren samen gegaan was de Duitse Socialistische Partij.

Zelfs het ultra-nationalisme is niet ondubbelzinnig in het nazisme. Het vertoonde ook supra-nationalistische neigingen. Sommige nazi’s steunden een verenigd Europa.37 Het racisme van de nazi’s was gebaseerd op pseudo-wetenschap en nauw verbonden met hun steun voor extreme vormen van eugenetica en sociaal darwinisme.

Himmler en Goebbels verwierpen het Italiaanse fascisme als te pro-conservatief en te pro-kapitalistisch.38 De nationaalsocialisten vochten voor volkse gelijkheid. Ze waren tegen wat ze zagen als onverdiende privileges van de adel en de rijke burgerij. De vennootschapsbelasting werd door de Nazi’s verdubbeld van 20 tot 40% van 1936 tot 1939. Inkomstenbelastingen werd verhoogd, zelfs met 50% voor de rijkste 4%, met beperktere verhogingen voor 21 % van de bevolking onder hen.3940 De nazi’s werden door bedrijfsleiders gezien als even erg als marxisten. Ze nationaliseerden honderden belangrijke bedrijven toen het hen uitkwam en bedreigden de grootgrondbezitters met radicale hervormingen.4142 Bedrijven die niet genationaliseerd werden kregen toch te maken met extreme staatsinmenging. De nazi’s onderdrukten vakbonden, Lenin had exact hetzelfde gedaan. Nazi’s tolereerden slechts privé eigendom. Ook kwamen ze met een uitgebreide verzorgingsstaat. Het Duitse Arbeidsfront werd opgezet, dat arbeidersraden organiseerde die bedrijven die hun werknemers slecht behandelen in beslag nam.43 De nazi’s deden aan privatisering toen ze net aan de macht kwamen (hielpen de staat aan geld), maar uiteindelijk nationaliseerden ze zelf juist weer de grootste bank. De mythe, dat de nazi’s veel steun kregen van grote bedrijven, is succesvol weerlegd door Kuehnelt-Leddihn en Ashby Turner. Ze toonden aan, dat de meeste bedrjfsleiders doneerden aan de reactionaire DNVP en vooral de nationale liberale DVP.4445

Een andere historische mythe is de zogenaamde link tussen het nazisme en het Pruisische militarisme binnen het leger. Dit is strijdig met gegeven dat het leger Hitler’s machtsgreep stopte in 1923 en één van de belangrijkste bronnen van Duits verzet was. De officieren behoorden grotendeels tot de oude adel. Klassiek nationalistisch, militaristisch, anti-democratisch, anti-communistisch en reactionair of conservatief revolutionair, vaak monarchistisch, altijd streng katholiek of fundamentalistisch protestants. Ze waren vaak tegen het nazisme, de wetteloosheid van de nazi’s, tegen geweld tegen joden, tegen anti-christelijk beleid, tegen demagogie en tegen de mogelijkheid van een nieuwe oorlog. Ze waren tegen ‘Versailles’, maar niet vóór een nieuwe wereldoorlog. En organiseerden meerdere aanslagpogingen op Hitler.

Hierin werden ze gesteund door extreemrechtse DNVP leiders als Goerdeler.46 Ze wilden een einde maken aan het nazisme en later ook aan de oorlog en de Holocaust. Geen terugkeer naar Weimar democratie, maar een semi-autoritaire en semi-democratische staat met een herstel van de monarchie. Dat waren de idealen van de mannen achter ‘Operatie Walküre’: het complot van 20 juli 1944, waarbij een groep heldhaftige officieren probeerden Hitler te vermoorden door middel van een bomaanslag; afgebeeld in de film Valkyrie uit 2008 waarin Tom Cruise Graaf Claus von Stauffenberg speelde die de samenzwering tegen Hitler leidde. Het complot is een van de meest effectieve argumenten tegen de mythe, dat alle Duitsers Nazi’s waren. Tegenwoordig erkennen vrijwel alle historici dat ook Paus Pius XII betrokken was bij Operatie Walküre. Extreemrechts en ultrarechts, monarchisten, traditionalisten, fundamentalisten, conservatieve revolutionairen en de Kerk wilden Hitler dus juist ter dood brengen en zijn regime vernietigen.47

Het nazisme positioneerde zich links van de DNVP, monarchisten en reactionairen, links van het conservatieve socialisme, links van de conservatieve revolutionaire beweging, de niet-socialistische volkse beweging en dus ook links van het fascisme (en tot op zekere hoogte ook links van de sociale democraten), maar wel rechts van de KPD.

De beste omschrijving van het nazisme lijkt me: een volks-nationalistische, (semi-)revolutionaire, socialistische partij met pragmatische elementen. De meest radicale neiging die tegen het communisme aanzat was het Strasserisme. De NSDAP begon simpelweg als de DAP. Een partij van volksnationalisten die specifiek vóór de arbeiders en later de gewone middenklasse streden en zich afscheidden van de conservatieve nationalisten, en waarvan veel belangrijke leiders banden hadden met het Thule-Gesellschaft.

Nazisme en autoritair rechts

Weimar kende wel een ultrarechtse partij, maar dat was niet de NSDAP. De Duitse Nationale Volks Partij (DNVP) was extreemrechts in de klassieke zin; tegen liberale democratie maar specifiek vóór het herstel van de monarchie, geen totalitaire dictatuur, vóór de aristocratie en traditionele harmonie tussen de sociale klassen, vóór de traditionele kerken, vóór traditionele normen en waarden, reactionair ultraconservatief, agrarisch, en ultranationalistisch, maar met de volkse elementen ondergeschikt aan nationaal conservatisme.

De DNVP bevocht de nazi’s in straatgevechten, net als de KPD, en soms gingen de nazi’s pragmatische en tijdelijke allianties met hen aan, net als met de KPD, maar die mislukten weer vaak. De nazi’s bespeelden beide kanten. Aangezien rechts dichter bij Hindenburg zat werd het daarmee deel van de regering, de beslissende stap in de vernietiging van de Weimarrepubliek die de KPD verwelkomde als het einde van het een corrupte staat. Na Hitler onze beurt, was de slogan. Ze gingen door met hetzelfde geweld tegen de nazi’s. Escaleerden zelfs een beetje, maar nog altijd zonder zich te verenigen met de sociaal democraten of de liberalen. Revolutionair geweld om hun eigen dictatuur voor te bereiden. Alleen konden de nazi’s vanuit de regering nu noodmaatregelen tegen hen gebruiken.

De communisten visten achter het net. De nazi’s kregen de kans hun rivalen in de revolutie als eerste uit te schakelen. Dit is vaak gebruikt als argument dat de nazi’s geen echte socialisten konden zijn, ze vervolgden toch communisten en sociaaldemocraten? De sociaaldemocraten hadden echter ook de communisten onderdrukt en de communisten zagen de sociaaldemocraten als hun ultieme vijanden.

Communisten moorden vaak socialisten, en soms zelfs andere communisten, uit. Vaak hun voormalge bondgenoten. De stalinisten in Spanje rekenden af met de Trotskisten, en anarchisten in Catalonië met de nationalisten. Hoe minder wordt gezegd over de revolutionaire socialisten in Rusland, hoe beter.

Zoals Kuehnelt-Leddihn zei: nazi’s en communisten waren concurrenten.48 Hitler werkte alleen pragmatisch samen met autoritair rechts en alleen voor heel korte tijd.

Net zoals Napoleon een ‘staatsgreep binnen de staatsgreep’ pleegde, waardoor hij hoofd werd van de nieuwe regering, pleegde Hitler een ‘zelf-coup binnen de anticommunistische zelf-coup’ van autoritair rechts (Von Papen, DNVP). Hij maakte gebruik van de massale volksteun en prestige, die hij verkreeg door zijn optreden na de Reichstag-brand, om zijn macht binnen de regering uit te breiden en de beperkingen die Hindenburg had ingesteld af te schaffen.

Hitler brak de macht van autoritair juist geleidelijk af. De DNVP werd gedwongen zich te ontbinden en partijleider minister Hugenburg moest ontslag nemen. Hitler wilde een éénpartij-staat en zo snel mogelijk. Bepaalde DNVP leden werden als gastkandidaten gebruikt, maar ze kregen geen invloed of positie binnen de NSDAP. Een groot verschil met Oostenrijk onder Dollfuss, of Spanje onder Franco, waar conservatieven en semi-fascisten de macht deelden.

De éénpartij-staat was op zich een modern, niet een klassiek, verschijnsel. Rechtse dictaturen probeerden zich wel wat aan te passen aan de trends van de tijd, maar hielden een meer gemengd autoritair, in plaats van monolitisch totalitair, karakter. Hitler wachtte ongeduldig op de dood van de ‘oude reactionair’ Hindenburg (die maandenlang had geweigerd hem te benoemen als kanselier) en sloot de katholieke centrumpartij uit.

De ‘nacht van de lange messen’ wordt vaak beschreven als een aanval op de daadwerkelijk socialistische elementen binnen het nazisme. Deze was echter geheel gericht op het dissidente leiderschap van de SA dat de macht van Hitler in gevaar bracht en dreigde conflicten met het leger te veroorzaken, terwijl Hindenburg nog leefde en Hitler dreigde te ontslaan. Gregor Strasser, die ook het leiderschap van Hitler had verworpen, was de enige prominente linkse nazi buiten het SA leiderschap die werd vermoord. Behalve deze dissidenten, die een bedreiging vormden voor de macht van Hitler, was er geen verdere aanval op andere Strasseristen. In tegendeel, extreme socialisten zoals Goebbels en Darré behielden uiterst invloedrijke posities. Tegelijk werden meerdere belangrijke conservatieve en autoritair-rechtse figuren uit de weg geruimd. Hitler wilde Hindenburg opvolgen vanuit een sterke positie. Von Papen’s bondgenoten Herbert von Bose, katholiek leider Erich Klausener en de invloedrijke conservatieve revolutionair Edgar Jung werden vermoord. Von Papen zelf overleefde het maar net en werd gearresteerd, ondanks dat dat tegen de wet was (hij was op dat moment nog vice-kanselier). Von Kahr werd gruwelijk vermoord als wraak voor het onderdrukken van Hitler’s coup in 1923. Von Schleicher werd vermoord en zijn vrouw ook. Ferdinand von Bredow volgde zijn collega naar het graf.

De ‘nacht van de lange messen’ maakte de meeste conservatieve revolutionairen fanatiek tegen de nazi’s en inspireerde verzet binnen het leger. Het regime was meer ‘gereinigd’ van klassiek (extreem)rechts dan van het Strasserisme.

Met de dood van Von Hindenburg verdween het laatste reactionaire obstakel. Daarna kwamen de radicale tendensen meer en meer naar voren.

Nazisme en communisme

Alhoewel de nazi’s het internationalistische en vaak cosmopolitische karakter van het marxisme verwierpen was hun verdere relatie met het marxisme, communisme en de Sovjet-Unie onder Stalin uiterst ingewikkeld. Nazi propaganda beriep zich in eerste instantie meer op klassiek anti-communisme dat prominent was onder rechts en gematigd links. Ze waren zogenaamd tegen het materialisme, atheïsme en de klassenstrijd binnen het communisme.

Het nazisme zelf had echter veel materialistische elementen louter verhuld door romantisch nationalisme.48 Alhoewel neo-heidenen tegen atheïsme waren, voorkwam dat niet de nazi leiders zoals Streicher zelf atheïstisch waren. Ook stonden de nazi’s vijandig t.o.v. de hoge klassen en wilden ze de privileges daarvan zo veel mogelijk inperken en hen assimileren binnen het volk, een verkapte klassenstrijd. In tegenstelling tot het fascisme steunde het nazisme niet natuurlijke ongelijkheid vermengd met klassensamenwerking binnen het volk. De nazi’s hadden een zekere mate van respect voor het stalinisme vanwege het feit dat het stalinisme ook anti-semitische en verkapte Russisch-nationalistische elementen had: een mengeling van militarisme, socialisme en revolutionair, populistisch nationalisme.49

De KPD in Duitsland zag juist de sociaaldemocraten als hun grootse vijanden en als fascisten. ‘Sociale fascisten’, zoals de communistische Internationale hen toen noemde. Zowel de sociaaldemocraten als de fascisten hadden gebroken met de marxistische klassenstrijd, klassensamenwerking geaccepteerd en probeerden het kapitalistische systeem menselijker te maken.50

De KPD werkte zelfs samen met de nazi’s tegen de ‘sociale fascisten’ en beschrijven de nazi’s als ‘kameraden van de werkende mensen’.51 In 1931 streden ze samen voor een referendum in Pruisen tegen de sociaaldemocratische regering. De KPD accepteerde de nazi’s als links van de sociaaldemocraten, links van de zogenaamde fascisten. De KPD organiseerde de eerste Antifa. En die streden tegen de regering aan de kant van de nationaalsocialisten.

De nazi’s en communisten organiseerden ook eind 1932 samen gewelddadige stakingen. Toen in 1932 de nazi’s 196 zetels in de Reichstag wonnen, in tegenstelling tot de magere 100 zetels van de communisten, liepen duizenden communisten over naar de nazipartij. Nadat Hitler kanselier werd in het begin van 1933 versnelde dit fenomeen alleen maar. Dat een kwart van de communisten overging van de KPD naar de NSDAP in maart 1933 is veelzeggend. De ‘biefstuk nazi’s’, bruin van buiten, rood van binnen.52 Toen de internationale revolutie niet ging lukken omarmden ze de nationale revolutie. Alles beter dan de liberale Weimardemocratie, een autoritair conservatieve militaire dictatuur, of de herstel van de monarchie.

De nazi’s kregen bij hun grote kieswinsten in 1930 en de zomer van 1932 vooral stemmen van partijlozen, gematigde conservatieven, nationaal-liberalen (DVP), sociaal-liberalen (DDP) en voormalige sociaaldemocraten. Ze kregen weinig stemmers van de DNVP, en vrijwel geen van de katholieke partijen, het Zentrum of de BVP. Tijdens de verkiezingen in november 1932 verloren ze zelfs wat stemmers aan de DNVP, omdat ze linkse stakingen hadden gesteund. Die keerden zelfs niet terug in 1933, maar toen kregen de nazi’s er veel KPD-stemmers en nog meer niet-stemmers bij.53

Vervolging van minderheden

Het nazi-regime is terecht berucht geworden, en veroordeeld, vanwege haar moorddadige en genocidale tereur. Die vloeide voort uit haar totalitaire ideologie, ‘recht van de sterkste’ idealen, extreme racisme en afkeer voor klassieke moraliteit. De ideologie en de uitvoering ervan radicaliseerden in verschillende stappen.

Eerst vervolgden ze hun politieke tegenstanders (dat was voor die tijd op zich niet eens ongebruikelijk, tijdens de dictatoriale trend, maar de nazitereur werd als extreem gezien vergeleken met andere dictaturen). Daarna begonnen ze met eugenetica in de vorm van sterilisatie en abortus. Tegelijkertijd steunden ze antisemitisch geweld en schaften ze de burgenrechten van Joden af. Daarna volgde moord op de gehandicapten met het T4-euthanasie programma, vervolgens de vervolging van Polen na het bezetten van het land (onder meer via het eerder genoemde abortus beleid), en na de invasie van de Sovjet-Unie de vervolgingen van andere Slavische groepen. Dit alles culmineerde in de Holocaust in 1942.

Behalve de vervolging van politieke tegenstanders en uitroeiingscampagnes gericht op raciale minderheden en gehandicapten tijdens de Holocaust, vervolgden de nazi’s ook mensen die leefden in strijd met de staatsideologie. Deze zogenoemde ‘asocialen’ werden naar internerings-/strafkampen gestuurd, waar ze gedwongen werden te werken en vaak mishandeld werden; homoseksuelen kregen de roze driehoek te dragen, Jehova’s Getuigen een paarse driehoek, alcoholisten, drugsgebruikers, daklozen, werkschuwe mensen en pacifisten een zwarte driehoek, enzovoort. Homoseksuelen en Jehova’s Getuigen, evenals alle andere groepen die asociaal werden genoemd, werden niet erkend als slachtoffers van de Holocaust. Dat label werd beperkt tot de slachtoffers van genocide en euthanasie van de gehandicapten, terwijl politieke gevangenen, communisten, katholieke priesters, dat hele spectrum als verzetshelden werden geëerd. De ‘asocialen’ kregen ook geen compensatie van de Duitse regering na de oorlog. Alhoewel de geallieerden en de West-Duitse regering na de oorlog de totalitaire maatregelen van de nazi’s afschaften, deelden ze de vijandigheid tegen de meeste ‘asocialen’.54

Het was nogal schokkend te ontdekken, dat de Amerikaanse bevrijders homo’s opnieuw in de gevangenis gooiden en daarbij zelfs gebruik maakten van informatie die door de nazi’s was verzameld. Homoseksuele handelingen bleven decennia lang ook nog illegaal in zowel Oost- als West-Duitsland.55

Conclusie: de bevrijding

De geallieerden waren grotendeels klassiek-liberalen, maar volgens hedendaagse normen extreem conservatief. Ze waren tegen de invasies van de nazi’s, tegen genocide, tegen moorddadige eugenetica en het totalitarisme maar niet tegen sociaal conservatief beleid. Integendeel, eugenetische abortus werd in Duitsland (en Oostenrijk waar de nazi’s het in 38 hadden ingevoerd) weer afgeschaft, anti-christelijk beleid kwam ten einde; priesters werden bevrijd uit Dachau. Hetzelfde gold voor euthanasie. Economisch beleid werd minder radicaal en totalitair in West-Duitsland en de rechtsstaat werd hersteld.

Linkse groepen probeerden het nazisme nog neer te zetten als patriarchale beweging, geïnspireerd door strikte gezagsverhoudingen binnen het gezin; en propageerden radicale en gedwongen ‘bevrijding’ van kinderen van het gezin volgens marxistische principes. Dit terwijl het nazisme juist een revolutionaire jeugdbeweging was die zelf ook al het ouderlijk gezag aanviel. Maar met het uitbreken van de Koude Oorlog leidde dit soort propaganda tot niets en werd juist de strijd tegen totalitarisme en vóór privébezit, klassieke vrijheden en christelijke cultuur benadrukt… tot 1968 ten minste.

MacArthur en Goerdeler deelden een afkeer voor rassenhaat, communisme, nazisme en totalitarisme, ondanks dat de één een klassiek liberaal en voorstander van weerbare democratie was en de ander een monarchistische reactionair die een gemengde regering voorstond. Ze erkenden dat de staat geen almachtig allesomvattend systeem moest worden.

Maar zelfs de westerse geallieerden waren het op veel punten met elkaar oneens en de partijen binnen de bevrijde landen ook. Waar het niet-communistische verzet het vrijwel altijd wel over eens was, was dat ze streden voor de soevereiniteit van hun land, maar meningsverschillen bestonden wel over internationale en Europese samenwerking.

Als er één ultieme en vernietigende les is, dan is dat, dat alle mensen geschapen zijn als één soort, met allemaal onderlinge verschillen, maar een gedeelde basis. En dat je dus nooit mensen moet behandelen als beesten.


  1. Karl Dietrich Bracher, The German Dictatorship; The Origins, Structure, and Effects of National Socialism, p. 19–20. ↩︎

  2. Modris Eksteins, Rites of spring: The Great War and the birth of the modern age, p. 303 ↩︎

  3. Ian Kershaw, To Hell and Back: Europe 1914–1949, p. 265. ↩︎

  4. Lee Congdon, Kuehnelt-Leddihn and American Conservatism↩︎

  5. MacGregor Knox, Common destiny: dictatorship, foreign policy, and war in Fascist Italy and Nazi Germany, p. 208. ↩︎

  6. Richard Bonney, Confronting the Nazi war on Christianity: the Kulturkampf newsletters, p. 10. ↩︎

  7. Walter Laqueur, Fascism: Past, Present, Future, p. 41. ↩︎

  8. Roger Griffin, Fascism’s relation to religion, p. 10. ↩︎

  9. Joe Sharkey Word for Word/The Case Against the Nazis; How Hitler’s Forces Planned To Destroy German Christianity↩︎

  10. William L. Shirer, The Rise and Fall of the Third Reich, p. 240. ↩︎

  11. Ian Kershaw, Hitler a Biography; p. 381–382. ↩︎

  12. Wolfgang Gerlach, And the witnesses were silent: the Confessing Church and the persecution of the Jews, p. 24. ↩︎

  13. National Review Online, Moscow’s Assault on the Vatican↩︎

  14. Joseph Poprzeczny, The Cold War: How Moscow framed Pope Pius XII as pro-Nazi↩︎

  15. Pinchas Lapid, Three Popes and the Jews, p. 214-15. ↩︎

  16. Kieran Corcoran, WWII Pope’s secret scheme to assassinate Hitler: Historian claims Pius XII was the centre of elaborate plot to have the Führer killed ↩︎

  17. Dan Kurzman, Special Mission: Hitler’s Secret Plot to Seize the Vatican and Kidnap Pope Pius XII↩︎

  18. Matthew Feldman; Marius Turda; Tudor Georgescu, Clerical Fascism in Interwar Europe, p. 215 . ↩︎

  19. Richard Weikart, Hitler’s Religion↩︎

  20. Peter Preskar, How Teenage Sexuality Among the Hitler Youth Spiraled Out of Control↩︎

  21. Kate Millett, Sexual Politics, p. 166. ↩︎

  22. Mike W. Perry, As Many Abortions as Possible↩︎

  23. Wikipedia, RuSHA trial↩︎

  24. Abortion: Hearings Before the Subcommittee on Constitutional Amendments of the Committee on the Judiciary↩︎

  25. Monique Moser-Verrey, Les femmes du troisième Reich↩︎

  26. Alexander Zinn, Homosexual men under National Socialism↩︎

  27. Rüdiger Lautmann Commemoration: Limits, Challenges, and Possibilities in Contemporary Shoah Remembrance, p. 175–192. ↩︎

  28. Harry Oosterhuis, The “Jews” of the Antifascist Left↩︎

  29. David Irving, Göring, A Biography, p. 193. ↩︎

  30. Michael Wagner, The Gay Conspiracy!, Reductio Ad Hitlerum: Christians, Nazis, and Gays↩︎

  31. Scott Lively; Kevin Abrams, The Pink Swastika: Homosexuality in the Nazi Party, p. 101. ↩︎

  32. Massimo Introvigne, Goebbels and the pedophile priests operation↩︎

  33. Alexandra Colen, European Human Rights Court Upholds Nazi Ban on Homeschooling↩︎

  34. Hermann Beck, The Fateful Alliance: German Conservatives and Nazis in 1933↩︎

  35. Jessica Lynn Graham,Shifting the Meaning of Democracy Race, Politics, and Culture in the United States and Brazil, p. 109. ↩︎

  36. Alfred A. Knopf, The Decline of the West, p. 37. ↩︎

  37. Walter Lipgens, Documents on the History of European Integration: Continental Plans for European Union 1939–1945↩︎

  38. Stanley G. Payne, A History of Fascism, 1914–1945, p. 463–464. ↩︎

  39. Investor’s Business Daily, Donald Trump: The ‘Fascist’ Who Cuts Taxes And Deregulates↩︎

  40. Götz Aly, Hitler’s Beneficiaries: Plunder, Racial War, and the Nazi Welfare State, p. 53. ↩︎

  41. R. J. Overy, War and Economy in the Third Reich, p. 16. ↩︎

  42. Adam Tooze The Wages of Destruction:the Making and Breaking of Nazi Economy↩︎

  43. Michael T. Florinsky, Fascism and National Socialism: A Study of the Economic and Social Policies of the Totalitarian State↩︎

  44. William Grimes, Henry Turner, 76, Historian and Author, Is Dead↩︎

  45. Erik von Kuehnelt-Leddihn, Leftism Revisited↩︎

  46. John, Wheeler-Bennett, The Nemesis of Power The German Army In Politics↩︎

  47. Danny Orbach, Criticism Reconsidered: The German Resistance to Hitler in Critical German Scholarship↩︎

  48. Alan Bullock, Hitler and Stalin: Parallel Lives, p. 412. ↩︎ ↩︎

  49. Conan Fischer, The German Communists and the Rise of Nazism, p. 80. ↩︎

  50. Lea Haro, Entering a Theoretical Void: The Theory of Social Fascism and Stalinism in the German Communist Party↩︎

  51. Billy Moncure, How Communists in Germany Allied with Nazis to Destroy Democracy↩︎

  52. Konrad Heiden, Hitler: A Biography, p. 390. ↩︎

  53. Erik von Kuehnelt-Leddihn, Leftism Revisited, p. 153. ↩︎

  54. Régis Schlagdenhauffen, Queer life in Europe during the Second World War; Punishing homosexual men and women under the Third Reich↩︎

  55. Clayton J Whisnant, Queer Identities and Politics in Germany: A History↩︎

Nu weet ik niet meer wie ik nazi moet noemen..

Mooi artikel hoor