De Ottomanen en de Nederlandse opstandelingen
10 minuten leestijd
Markoes

De Ottomanen en de Nederlandse opstandelingen

Een onwaarschijnlijke alliantie

De Ottomanen en de Nederlandse opstandelingen
10 minuten leestijd

In 1568 brak officieel de 80 jarige oorlog uit. Het was een woelige periode, en de Nederlanden hadden behoefte aan goede en capabele bondgenoten in de strijd tegen de Spanjaarden. De Ottomanen waren een dergelijke bondgenoot. Het islamitische rijk was uiteraard een tegenstander van de katholieke Spanjaarden, en vanaf het begin af aan waren ze al welwillend naar de Nederlandse opstand. In 1560 waren de Ottomanen al een vrij groot en belangrijk rijk: bekend om hun vrij relatieve religieuze tolerantie, voornamelijk ook tegen de joden die onder Spaans bewind beduidend minder vrijheden hadden en een staat van veel territoria en sterke handelsrouten. Een ware verbinder tussen oost en west, tussen Azië en Europa. Het zou een zeer waardevol medestander en bondgenoot blijken.

De eerste contacten en beginjaren

Het eerste contact tussen de Ottomanen en Nederlanders stamt al uit de middeleeuwen, waarbij pelgrims en handelaren door Ottomaanse landen reisden om het heilige land en Jeruzalem te bereiken. Uiteraard dreven de Nederlanders en de Ottomanen ook handel, en vanaf de middeleeuwen was er een gestage toename in contact. In 1569, een jaar na het begin van de opstand, wendde Prins Willem van Oranje zich tot de Ottomanen. Dit deed hij door middel van een brief, gericht aan Sultan Selim de tweede. Deze brief kwam niet zomaar aan bij het hof van de Sultan. Willem wende zich tot een internationaal bankier uit Leuven, genaamd Don Juan Miquez. Hij was naar Constantinopel gevlucht tijdens de Spaanse inquisitie, en ging daar verder onder zijn eigen naam: Josef Nasi. Destijds kwamen vele (Sefardische) joden naar Constantinopel, wat toen al een van de grotere en rijkere steden van Europa en Azië was. Nasi was geregeld welkom aan het hof van de Sultan (van zowel Selim II als zijn vader, Süleyman) en kon zo het verzoek van Willem van Oranje overhandigen. De onderlinge correspondentie (in zowel 1566, als 1569) resulteerde niet direct in verdragen, maar de opstandelingen hadden wel duidelijk steunbetuiging gekregen van de Sultan.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals Tolkien, Europe, and Tradition, in onze boekenwinkel.

Tolkien, Europe, and Tradition

Zowel Nasi als andere Sefardische bankiers waren belangrijke schakels tussen de Nederlanden en de Ottomanen. In de 16e eeuw waren de Ottomanen al verwikkeld in een oorlog tegen het Habsburgse rijk, dat onder leiding stond van keizer Karel de vijfde. De Ottomanen zagen uiteraard in deze tijden de Nederlandse opstand als een goede ontwikkeling, en waren bereid te helpen. Wel moet worden opgemerkt dat dit uiteraard ook grotendeels uit eigenbelang was, niet enkel uit goedheid en welwillendheid jegens de Nederlanders.

Ottomaanse invloeden in de Nederlanden

Het is ook goed om stil te staan bij de invloeden die de Ottomanen hadden in Nederland. De Habsburgers hadden simpelweg een grote hekel aan de Ottomanen, en in het verlengde daarvan aan de Islam. De opstandelingen zagen dit als een mooie kans om hun verzet openlijk te tonen. Zo doken verschillende uiterlijke tekenen van verzet op: Bepaalde geuzen lieten een typische Turkse puntsnor staan (verwijzend naar de Janitsaren, een elitekorps bestaande uit christelijke slaven uit de Balkan) met bontmutsen. De alom bekende geuzenpenning dook ook op, de halve maan met de tekst “liever Turks dan Paaps”. In oud Nederlands werd dit geschreven als “liver Turckx dan Pavs”. In de context kan Turks ook gelezen worden als Moslim/Islamitisch. Voor de duidelijkheid: het was een teken van verzet. Islam had destijds nog niet echt een plek in Nederland, en de Nederlanders waren overtuigd Christen. Zowel de Katholieken als de Protestanten.

Tijdens de bevrijding van Leiden in 1574 hadden sommige boten en schepen Ottomaanse vlaggen met drie halve manen. Zo is er ook een theorie dat het schip de Halve Maen, waarmee Hudson in dienst van de VOC de rivier de Hudson ontdekte in Amerika zo is genoemd dankzij de Ottomanen. Maar dit is helaas enkel een theorie. Plaatsnamen kregen ook plaats in Nederland met Turkse invloeden: zo heet een dorpje in Zeeuws-Vlaanderen nog steeds Turkeye (vernoemd door Prins Maurits, als eerbetoon aan de Ottomaanse steun) en er was een fort genaamd Constantinopel. Sommige gebouwen spreken ook van dit stukje geschiedenis, met als goed voorbeeld het gebouw ‘’in den vergulden Turk’’ in Leiden, op de Breestraat 84. En wellicht het bekendste van allemaal, de intrede van de Tulp.

Ook werden er vele geuzenliederen gezongen, en sommige teksten deden direct verwijzen naar de Ottomanen:

Den Prince van Oraengien triumphant  Godt sal hem gheven wijsheyt en verstant,  Op dat Gods Woort tot desen stonden,  Mach gepreect worden aen elcken cant,  Liever Turcks dan paus bevonden.  Al is den Turk gheen Christen genaemt,  Hy en heeft niemant om tgeloove gebrant,  Als die papisten doen alle dage

Het begin van de oorlog

In 1612 arriveerde de eerste Nederlandse ambassadeur in Constantinopel: Cornelis Haga. Hij ondertekende het eerste officiële verdrag met de Ottomanen waarbij de Nederlanders exclusieve handelsrechten kregen en belastingvrijstelling, en een mate van zelfbestuur. Consulaire en handelsposten werden opgezet in meerdere plaatsten, te weten: Patras, Thessaloniki, Athene, Gallipoli, Izmir, Aleppo, Sidon, Dairo, Algiers en Tunis. Deze vorm van vrije handel hielp Nederland later ook enorm in de handel van Specerijen, Opium en andere felbegeerde producten zoals Zijde. Nederland had een zeer groot handelsvoordeel, wat ons veel zou gaan opleveren.

De Spanjaarden vochten een oorlog op twee fronten. Tegen de Nederlanders in het noorden, tegen de Ottomanen op de middellandse zee. Door aanvallen op Malta en een dreiging voor Italië, werd de hertog van Alva verhinderd om naar Nederland te komen. Pas nadat deze dreiging geweken was, kon de hertog naar de Nederlanden uitwijken met zijn volledige troepenmacht. Uiteindelijk konden er 8.000 extra manschappen mee, elite soldaten van de Spaanse vloot die niet meer nodig waren om te waken tegen de Ottomanen. Het werd voor Spanje pas echt een oorlog op twee fronten nadat er een onafhankelijke Statenvergadering was te Dordrecht in 1572. De strijd in de Middellandse zee verliep met voor en tegenspoed voor de Ottomanen, maar het was genoeg om de Spanjaarden flink bezig te houden. De militaire kracht van Spanje verzwakte in Nederland door dit, waarbij 1574 een tekenend jaar was. Middelburg sloot zich bij de opstand aan, het beleg van Leiden eindigde in een drama voor de Spanjaarden. Aan het einde van 1574 had de opstand controle over bijna heel Holland en Zeeland, enkel Haarlem en Amsterdam bleven nog een jaar langer trouw aan Spanje.

De rol van de Ottomanen in deze beginfase wordt vaak vergeten en onderschat. Zo tekenden in 1577 de Spanjaarden en Ottomanen een tijdelijke wapenstilstand. Dit resulteerde direct in grote offensieven en terreinwinsten in Nederland. De hertog van Parma, Alexander Farnese, wist met zijn leger van 80.000 man vele landen terug te winnen. De opstand kwam in een netelige positie terecht. Dit veranderde in 1585, toen het verdrag tussen de Spanjaarden en Ottomanen ophield te bestaan. Filips de tweede besloot in hetzelfde jaar de alom bekende Spaanse armada naar de Nederlanden te sturen. In 1588 werd deze armada verslagen door een Nederlands/Engelse vloot. Wat minder bekend is, is dat deze overwinning ook mede te danken is aan de Ottomanen.

Het akkoord was immers voorbij en de Ottomanen waren wederom een grote dreiging in de Middellandse zee. Zo groot zelfs, dat de Spanjaarden gedwongen waren een flink deel van de armada thuis te laten. De verzwakte armada was een doel die de Nederlanders en Engelsen wel aandurfden, en de Spanjaarden verloren bijna al hun galjoenen.

Economische tegenspoed voor de Spanjaarden

Men kan geen oorlog voeren zonder goede financiën, en de oorlog op twee fronten vormde een economische uitdaging voor de Spanjaarden. In 1569 werd de hertog van Alva dan ook gedwongen om nieuwe maatregelen te treffen om de oorlogsmachine te voeden. De oplossing: het innen van een nieuwe belasting, de zogeheten ‘’Tiende Penning’’. Dit hield in dat er een consumptiebelasting van 10 procent werd geïncasseerd op alle consumptiegoederen. Vanzelfsprekend was dit immens impopulair. Het verzet tegen deze nieuwe belasting groeide dan ook alsmaar, totdat het zelfs een teken van verzet en opstand werd om deze belasting vooral niet te betalen.

De economische moeilijkheden voor Spanje waren dan ook herkenbaar in getallen. In 1572 werd er een waarde van 3,6 miljoen Gulden naar de Spaanse vloot in de Middellandse zee gestuurd, voornamelijk om de Ottomanen te kunnen bestrijden. Voor de oorlog in Nederland werd een waarde van 3,4 miljoen Gulden vrijgemaakt, evenals in 1573 (voor beide fronten). In 1574 werden de uitgaven substantieel groter. Er werd 7 miljoen gulden gespendeerd aan de oorlog in Nederland en 4 miljoen aan de oorlog in de Middellandse zee. In dit jaar kreeg koning Filips de tweede dan ook te horen dat de schatkist leeg was, een zeer moeilijke situatie voor de Spanjaarden. De inkomsten voor de oorlog kwamen voornamelijk uit Castilië. En deze inkomsten waren 12 miljoen Gulden per jaar. Het zilver uit de Amerikaanse kolonies, vanuit de welbekende Zilvervloot, hielp wel enigszins. Maar door de fluctuerende aard van Zilver, kon hier niet op worden vertrouwd. De oorlog op twee fronten bleek uiterst succesvol voor de Nederlanders en de Ottomanen en het dwong de Spanjaarden tot leningen, wat de staatschuld flink deed stijgen.

De economische malaise bleek uiterst destructief. Soldaten kregen al maandenlang geen loon en geruchten dat koning Filips de tweede wel moest overgaan op de vrede groeiden. Echter, hier moest Filips niets van weten. In 1575 gebeurde iets zeer ingrijpends: een staatsbankroet. Hiermee werden alle staatsschulden nietig verklaard, en de troepen van Alva sloegen over op roven en muiterij. Hierbij werden Aalst, Maastricht en Antwerpen geplunderd. De Spaanse troepen slonken met tienduizenden.

Door de economische tegenspoed van de Spanjaarden kon Nederland op het slagveld floreren. En het is een onmiskenbaar feit dat deze genoemde tegenspoed ook grotendeels te danken was aan de oorlog op twee fronten, daadwerkelijk een goed en praktisch voorbeeld van hoe de Ottomaanse/Nederlandse samenwerking zeer vruchtbaar was.

Handel en relaties

Terwijl de Spaanse economie achteruitging, groeide die van Nederland. En één van de belangrijkste partners hierin was het Ottomaanse rijk. Beide staten profiteerde flink van deze achteruitgang. Terwijl de oorlog steeds verder ging, kwam er steeds meer behoefte aan een formeel verdrag met de Ottomanen. En in 1612 kwam dit verdrag dan ook eindelijk tot stand. De Sultan gaf toestemming aan Nederlandse handelaren en kooplieden dat ze door het gehele Ottomaanse rijk handel mochten drijven. De Nederlanders kregen tevens vrijheid van religie toegekend en mochten wapens dragen ter zelfverdediging. Nederlandse oorlogsschepen mochten Ottomaanse havens gebruiken voor reparaties en het aanvullen van voorraden. Ook is in dit verdrag een ander feit te vinden wat wijst op de unieke en strategische band tussen Nederland en de Ottomanen. Aangezien de staat protestants was en niet katholiek, hoefden we minder handelstarieven te betalen dan de katholieke naties. Dit tarief was 3% in plaats van 5%.

Dat Nederland vrij handel kon drijven was zeer winstgevend. De Ottomanen verkochten felbegeerde producten zoals katoen, zijde, opium en specerijen, en kochten dan van Nederland weer producten in zoals staal en buskruit. De zilveren leeuwendaalder werd het meest gebruikte zilvergeld binnen het Ottomaanse rijk vanwege haar goede en sterke eigenschappen. De Ottomanen kregen ook toegang tot diverse Nederlandse economische en verzekeringssystemen. De handel en de eerdere goede relaties maakte beide staten sterker waarbij goed aan elkaars wensen werd voldaan.

Conclusie

De relaties tussen de Nederlanders en de Ottomanen in het begin van de 80-jarige oorlog is een feit waar vaak overheen wordt gekeken. Toch is het onmiskenbaar en verdient het een prominente plaats in onze gezamenlijke en nationale geschiedenis. Het is overduidelijk dat er een zekere wederzijdse bewondering en wederzijds respect was, interesse in elkaars cultuur, een functionele militaire samenwerking die ontegenzeggelijk vruchten afwierp en goede economische relaties. Wie weet hoe de oorlog verlopen was als de Spanjaarden een voltallige armada hadden kunnen sturen? Als de Spaanse schatkist niet leeg was geraakt door de noodzaak om oorlog te voeren op twee fronten? Als Nederland niet zeer lucratief handel had kunnen drijven binnen en door het Ottomaanse rijk?

In de moderne tijd, mede dankzij de soms stroeve relaties met het huidige Turkije, kijken weinig mensen nog terug op dit stukje geschiedenis. Op scholen word er geleerd over de zilvervloot en Willem van Oranje, maar op tulpen en steekpenningen na weten er maar weinig mensen hoe groot de Ottomaanse steun voor de Nederlandse onafhankelijkheid daadwerkelijk was. Het is dan ook mijn hoop dat ik met dit beknopte artikel licht heb kunnen schijnen hierop en de leergierigheid wat heb kunnen opwekken.

U gebruikt vaak het woord uiteraard… voor dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn… maar dat is uiteraard uw mening