De vogels zingen niet
5 minuten leestijd
Luca de Clippelaar
Luca de Clippelaar

Clippelaars Credo's

Luca de Clippelaar, dichter van de manosfeer, schrijft om de week een column over cultuur en politiek.

De vogels zingen niet

Herzog contra Rousseau

Cultuur
De vogels zingen niet
5 minuten leestijd

Van alle jaargetijden vind ik de lente het mooist: de lucht verandert van loodgrijs naar helblauw, de dagen worden langer, er verschijnen bladeren aan de bomen en de vogels beginnen weer hun vrolijke liederen te zingen. Om van de eerste zonnestralen van het jaar te kunnen genieten, heb ik een houten bankje geplaatst in mijn voortuin, die op het zuidwesten is gericht. Op dat bankje las ik vandaag het postuum uitgegeven werk Les rêveries du promeneur solitaire (1782) van de filosoof en pedagoog Jean-Jacques Rousseau (1712 - 1778). Les rêveries is het eerste boek dat ik ooit van Rousseau gelezen heb, en ofschoon de toon hier en daar een tikkeltje larmoyant is (of ronduit saai wanneer hij pagina’s lang uitwijdt over herbaria en botaniek), vind ik ‘de vijfde wandeling’ een machtig stukje proza waar Rousseau een fenomenale beschrijving geeft van de natuur op het St. Petersinsel in het Bielermeer. Ik vatte na het lezen bijna het stoutmoedige plan op mijn comfortabele tuintje te verlaten en aan een grote wandeltocht door Zwitserland te beginnen, ware het niet dat allerlei burgerlijke verplichtingen mij aan de Nederlandse grond bonden. Ik snakte heviger dan ooit naar het vrije leven in de natuur dat de samenleving, met haar vele wetten en plichten, mij had afgepakt.

Als er één denker is die ons de ketenen van de moderne samenleving laat zien, dan is het wel Rousseau. Zijn sentimentele denken heeft een volstrekte omslag te weeg gebracht in de Westerse filosofie. Met zijn essay Discours sur les sciences et les arts (1750) geschreven aan het begin van zijn literaire carrière, probeert Rousseau aan te tonen dat de ontwikkeling van de wetenschap en de kunsten, de mens helemaal niet hebben verheven naar een moreel hoger stadia, maar dat deze juist tot de mens’ morele verval hebben geleid. Voor Rousseau is de mens van nature goed en vrij. Het is de moderne samenleving die hem corrumpeert en verderfelijk maakt. Juist in de natuur vindt Rousseau een staat van zijn waarin de mens onschuldig is, waarin hij verheven en goed is. Daarmee draait hij het beeld dat de 18e eeuwse Europeaan had over de oermens compleet om: het waren geen domme holbewoners die in erbarmelijke toestanden leefden, maar nobele wilden in het paradijs. Veel van Rousseaus ideeën over de inherente deugdzaamheid van de mens in zijn natuurlijke staat komen voort uit het bestuderen van inheemse volkeren in Amerika via secundaire bronnen. Zelf heeft Rousseau het Europese continent nooit verlaten en dus ook geen empirisch onderzoek gedaan naar de Indianen. Hij selecteerde de bronnen die voor hem bruikbaar waren en wat tegen zijn idee van het natuurlijke indruiste, liet hij links liggen. De natuur bleef voor hem een harmonie van vrijheid, gelijkheid en broederschap: een park waarin je kunt ontsnappen aan de grillen van de stad, een tuintje waarin je heerlijk kunt lezen.

De Duitse regisseur Werner Herzog (1942), bekend van films als Aguirre, der Zorn Gottes (1972) en Nosferatu: Phantom der Nacht (1979), zou het hoogstwaarschijnlijk oneens zijn met Rousseaus romantische natuuropvatting. Herzog trok eind 1979 naar de jungle in Zuid-Amerika om daar een nieuwe film op te nemen genaamd Fitzcarraldo (1982). Voor een scène in de film moest een stoomboot van meer dan 320 ton over een slikkerige heuvel in het regenwoud gesleept worden. Een taak die loeizwaar bleek te zijn, net als de rest van de productie. In de documentaire Burden of Dreams (1982) die is opgenomen tijdens het filmen van Fitzcarraldo wijdt Herzog uit over de productie en de natuur die hem constant in de weg zit1:

Kinski always says [nature] is full of erotic elements. I don’t see it so much erotic. I see it more full of obscenity. Nature here is vile and base. I wouldn’t see anything erotical here. I would see fornication and asphyxiation and choking and fighting for survival and growing and just rotting away. Of course there’s a lot of misery, but it is the same misery that is all around us. The trees here are in misery and the birds are in misery. I don’t think they sing. They just screech in pain.

Uit dit fragment komt een hele andere opvatting over de natuur voort - een typisch Duitse - dan degene die Rousseau erop nahield. Volgens Herzog is de natuur niet een harmonische plaats waarin alles vredig met elkaar samenleeft. Nee, de enige harmonie die in de natuur te vinden valt, is de constante onderwerping en strijd van ieder levend wezen tegen elkaar. Planten verdringen elkaar voor een klein vlekje zonlicht, slangen wurgen hun prooi langzaam dood en de mens probeert zich in al deze chaos, deze wirwar van oorlogsvoering, staande te houden. De natuur is niet een vredig park, maar het redeloze strijdtoneel van de wil tot macht. Een wil tot macht die bereid is iedere gruwelijkheid in te zetten om te overwinnen. Het enige recht dat de natuur werkelijk kent, is het recht van de sterkste, het vuistrecht. Zij is in wezen niet ‘goed’ of ‘slecht’, maar vooral onverschillig voor de bruutheden die in haar plaatsvinden.

De natuur als nimmer aflatende onderwerping en oorlog staat lijnrecht tegenover de romantische natuur van Rousseau. Toch lijkt mij de anti-romantische opvatting de enige juiste te zijn. Waar de moderne mens spreekt over ‘natuur’ bedoelt hij eigenlijk ‘stadspark’ of ‘tuin’; een geconstrueerde, gereguleerde vorm van het natuurlijke, dat door de mens getemd wordt en in bedwang wordt gehouden. Alleen in de tuin kan een omgeving van harmonie gecreëerd worden. Alleen in het stadspark zal het natuurlijke buigen naar de mal van de mens - maar daarbuiten heerst de totale onverschilligheid van de werkelijke natuur. Het is een misvatting van de klimaatbeweging deze werkelijke natuur naar de hand van de mens te kunnen zetten. Het is een misvatting in haar iets harmonieus te zien, van haar iets conservatiefs te maken, iets dat vredig voor altijd hetzelfde blijft, want de enige constante in de natuur is de verandering en het verschrikkelijke leed dat daarbij gepaard gaat - of om met Herzog te spreken: de vogels zingen niet, maar kermen van de pijn.