God en vrijheid
6 minuten leestijd

Camille Scholtz

God en vrijheid

Over de omgekeerde analogie

God en vrijheid
6 minuten leestijd

Het liberale gedachtegoed draagt vrijheid hoog in het vaandel, liberté. Dit beginsel onderscheidt zich van andere wereldbeelden door zijn negatieve karakter, wat betekent dat vrijheid slechts kan worden bereikt door middel van negatie. Vergelijk het met een gevangeniscel, waar men enkel kan ontsnappen door de omhulling te doorbreken. Deze analogie geldt ook voor andere domeinen: in de sociale sfeer kan men de normatieve grenzen doorbreken door bijvoorbeeld de traditionele geslachtsrollen te ontmantelen. Het categorische domein kan het beperkende concept van de “gender binary” doorbreken en een breed spectrum van genderidentiteiten omarmen. In de sfeer van moraal en kunst kan men de begrippen “goed” en “slecht”, “mooi” en “lelijk” loslaten en zich bevrijden van deze beperkingen.

Een tijdje geleden sprak ik in een Twitter space, een soort groepsvoicechat waar iedereen aan kan schuiven. We hadden het over het onderwerp vrijheid en ik benoemde het eerdere voorbeeld van de kooi. Een andere persoon zei dat we ons in plaats van de kooi ook een grote weide kunnen voorstellen met een hek eromheen. In deze weide hebben we de vrijheid om verschillende wereldbeelden op te bouwen. Volgens hem was vrijheid dus in zekere zin de grondslag, het fundament, van elk wereldbeeld. Het is het overkoepelende, of liever, onderliggende principe waaraan elk wereldbeeld noodzakelijkerwijs deelneemt.

Dit deed me aan twee dingen denken. Ten eerste, gezien het feit dat de weide nog steeds omheind is door hekken, is dit niet zuivere vrijheid. Zuivere vrijheid is eigenlijk het eindeloze veld, en niet het toch omheinde veld. Dit grijpt terug op het idee van oneindige ruimte waarover we het in een eerder artikel hadden.1 Het tweede waar het me aan deed denken is de omgekeerde analogie.

Omgekeerde analogie

René Guénon spreekt van de omgekeerde analogie: voor alles wat “boven” is, zal er “beneden” een verwrongen en misvormd schaduwbeeld zijn. In Guénon’s eigen woorden:

By virtue of the law of analogy, the lowest point is as it were the obscure reflection or the inverted image of the highest point, from which follow the consequence, paradoxical only in appearance, that the most complete absence of all principle implies a sort of ‘counterfeit’ of the principle itself.2

Zijn boek ‘Le Règne de la Quantité et les Signes des Temps’ is hier een perfect voorbeeld van, waar vroeger kwaliteit de boventoon voerde, we nu in de heerschappij van de quanititeit zijn beland. Een tijdperk waar oorspronkelijke ideeën op een verwrongen en vervormde manier worden weerspiegeld, of waar we alleen oog hebben voor deze lagere correspondenties. Nogmaals in de woorden van Guénon:

These similarities often arise from inverted correspondences; for whereas traditional science envisages essentially the higher of the corresponding terms and allows no more than a relative value to the lower term, and then only by virtue of its correspondence with the higher term, profane science on the other hand only takes account of the lower term, and being incapable of passing beyond the domain to which it is related, claims to reduce all reality to it.2

Guénon noemt verschillende voorbeelden van dit concept, zoals dat het idee van de Eenheid omgekeerd evenredig is aan de “eenheden” die de zuivere kwantiteit vormen. Een ander voorbeeld, dat Guénon echter niet direct noemt, is te vinden in Dante, waar satan ondersteboven hangt in de kern van de aarde, en drie gezichten heeft, dit zou een een omgekeerde analogie zijn van de Heilige Drie-eenheid. In dit essay zal ik betogen dat het liberale ‘principe’ van vrijheid ook een counterfeit is.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals De seksuele revolutie, in onze boekenwinkel.

De seksuele revolutie

Eén aspect van wat Guénon ‘zuivere kwantiteit’ noemt (in tegenstelling tot ‘zuivere kwaliteit’), is dat je er niets over kunt weten, omdat er niets over te weten valt. Volgens de Scholastici ligt onder het geheel van alle manifestatie zuivere potentie (terwijl God, die ‘boven’ manifestatie staat, zuivere daad is), ook bekend als zuivere substantie (substantia, van sub stare, letterlijk ‘dat wat onder staat’). Zuivere substantie is absoluut ‘ononderscheiden’ en zodoende dus ‘onbegrijpelijk’, opnieuw, niet omdat wij het niet kunnen begrijpen, maar omdat er in feite niets in te weten valt doordat zuivere substantie niet ingeblazen is met kwaliteit, vorm, essentie. Volgens Guénon:

Therefore the explanation of things must not be sought on the substantial side, but on the contrary it must be sought on the essential side; translated into terms of spatial symbolism, this is equivalent to saying that every explanation must proceed from above downward and not from below upward; and this observation has a special relevance at this which does in fact plunge its roots into that which constitutes the obscure support of our world, substance indeed being in a way the tenebrous pole of existence, as will appear more clearly later on point, for it immediately gives the reason why modern science actually lacks all explanatory value.2

Hier zien we weer een duidelijke parallel met onze analogie van vrijheid van voorheen; het eindeloze veld dat zou dienen als fundament voor alle wereldbeelden en opvattingen; dit is een duidelijke ‘below upward’ conceptie van hoe de dingen zouden werken.

Als we teruggaan naar de dualiteit die ten grondslag ligt aan alle manifestatie, namelijk die van kwantiteit en kwaliteit - of substantie en essentie, of potentialiteit en actualiteit zoals gebruikt door Aristoteles en de Scholastici, of Apeiron en Peras zoals gebruikt door de Pythagoreeërs - dan zien we steeds weer dat in al deze opvattingen, het eerste datgene is wat grenzeloos, onbeperkt, ongedefinieerd, ongeconditioneerd is, en het tweede datgene wat begrenst, beperkt, en dus definieert en conditioneert. Vrijheid, zoals we eerder beschreven, is een zuiver negatief principe, dat alleen bestaat door ontkenning. Als zodanig is vrijheid, reductio ad absurdum, één en hetzelfde met het negatieve principe dat de manifestatie beheerst.

Het positieve principe

We stelden in het begin van dit essay dat het liberalisme uniek is in de zin dat het een negatief beginsel tot het hoogste beginsel heeft gemaakt. Wat gebruiken andere wereldbeelden dan als hoogste principe? De enige die ik kan bedenken is God, waarvan je ook zou kunnen zeggen dat het het enige zuiver positieve principe is; dat waaruit alles uiteindelijk uit voortkomt. Of zoals de Scholastici zeggen, Hij is de Zuivere Daad. Als zodanig is in de traditionele wereld - of dit nu christendom, islam, jodendom of hindoeïsme is - het hoogste principe dat wat ‘boven’ is, al het andere komt voort uit dat wat ‘boven’ is, en vloeit naar beneden. Het liberalisme keert dit om door naar beneden te kijken, in de onbestemde leegte. Het liberalisme eigent zich deze leegte dan in zekere zin toe, keert het om, stelt dat elke andere wereldbeschouwing de leegte als fundament heeft en ons als zodanig in een overkoepelend liberaal systeem dwingt. Dit is echter onjuist, een inversie, een counterfeit, zoals we hopelijk hebben aangetoond.


  1. Camille Scholtz, Tijd opgeslokt door ruimte↩︎

  2. René Guénon, The Reign of Quantity and the Signs of the Times↩︎ ↩︎ ↩︎

When the people clamor for freedom, they really seek for power over the strong.

                                                                          Edgar Lee Masters, Spoon River Anthology

Een punt die je voor mij helder hebt gemaakt is, is dat liberalisme iets duidelijk maakt. In principe is het zelf-legend. Het vernietigt alle bestaande banden. Het maakt de wei groter en groter (tot de wei ineenstort).

Een vraag die ik hierbij heb is de volgende: God wordt ook vaak voorgesteld als duisternis. Hier meer in de zin van ontbreken van rationaliteit en het verdwijnen van alle zintuiglijke waarnemingen. Dit zie je bijvoorbeeld in het feit dat de 4 evangelieen paradoxen bevatten (evenementen die niet overlappen). Christus is niet te omschrijven in rationele termen, hij overstijgt als het ware de rationaliteit (omdat hij de afbeelding is van de oneindige God). Enkele bronnen zijn hiervan: Gregorius van Nyssa (Life of Moses) en Cloud of Unknowing (middeleeuws anoniem werk). In iconen is dit ook vaak zichtbaar. God wordt voorgesteld als een cirkel van licht, waarin een donkerte is.

In de top van de top van de hierarchie is een zelflegend principe. In andere artikels heb je zelf verwezen dat oneindigheid de ontkenning is van elke eindigheid.

Ik zie hier een vaag verband (tussen het negatieve hoogste van liberalisme en het het zelflegende) tussen, maar denk hier nog verder over na. Het is natuurlijk absurd om deze aan elkaar gelijk te stellen (de Christelijke God is de allerhoogste).