Harari versus Kaczynski
37 minuten leestijd
Jan-Willem Veldhuizen

Harari versus Kaczynski

Een strijd tussen transhumanisme en anarchoprimitivisme

Harari versus Kaczynski
37 minuten leestijd
Dit is een vertaling en bewerking van een Twitter-draad van Forrest

Op welke manier staan Ted Kaczynski’s ideeën lijnrecht tegenover die van Yuval Harari, de man die het filosofische brein is achter de Great Reset? Hoe kan het dat ze beiden aanhangers zijn van de evolutietheorie, maar toch tot zeer andere conclusies komen wat betreft de industriële revolutie en haar gevolgen?

Yuval Noah Harari, een intellectueel van Israëlische afkomst en alumnus van Jesus College in Cambridge is een auteur van diverse populaire metahistorische boeken zoals ‘Sapiens’ en ‘Homo Deus’. Beide boeken ontvingen veel lof van Bill Gates, Mark Zuckerberg, Barack Obama en andere bekendheden.1 In tegenstelling tot andere metahistorische werken zoals Spenglers ‘Ondergang van het Avondland’ en Toynbees ‘A Study of History’ beweert Harari in zijn eigen boek ‘Sapiens’ dat beschavingen ontstonden door zogenaamde “verbeeldingen” die grootschalige menselijke samenwerking mogelijk maakten. Deze verbeeldingen zijn: God, geld en wetten. Harari geeft hierbij het volgende voorbeeld:

Twee katholieken die complete vreemden voor elkaar zijn, zullen toch met elkaar op kruistocht gaan of geld inzamelen voor de bouw van een ziekenhuis omdat ze beiden geloven dat God was vleesgeworden, en Zichzelf liet kruisigen zodat wij verlost kunnen worden van onze zonden.

In de ogen van van Harari is de orde van de Gesellschaft niets meer dan een denkbeeldige orde die aan anderen wordt opgelegd.2 Deze orde staat “altijd op het punt van instorten omdat ze afhankelijk is van mythen, die verdwijnen zodra men er niet meer in gelooft”. Anders gezegd, het maakt niet uit wat je gelooft, de geest is je eigen plaats waar je van de Hemel een hel kan maken, en andersom.3 Het is opmerkenswaardig dat juist dit de spirituele filosofie van Davos is.4

In het boek ‘Happiness Industry’ van William Davies beschrijft de auteur zijn vergaderingen in Davos in 2014. Sommige vergadersessies betroffen onderwerpen zoals: “het herbedraden van het brein” en “gezondheid is rijkdom”.5 Davies heeft daarover het volgende te zeggen:

Neurologische, psychologische en gedragsmonitorende apparaten zijn samengesmolten met meditatiepraktijken en populair existentialisme. De filosofische tekortkomingen in de wetenschap van het gelukkig zijn, worden gecompenseerd met het lenen van ideeën uit het boeddhisme en New Age-religies.

Na afloop na deze vergaderingen begonnen de organisatoren van Davos te bediscussiëren op welke manier verhoogd gevoel van welzijn, gemeten met neurowetenschappelijke testen, kan worden omgezet in kapitaal door nieuwe technologieën die onze persoonlijke data verzamelen. Het doel hiervan is het bewijzen dat ons subjectieve “ik” objectief kwantificeerbaar kan worden gemaakt, en zelfs kan worden gecontroleerd door wetenschap en technologie. Volgens Harari heeft de opkomst van Big Data het einde van de individu met een vrije wil ingeluid.

Harari gelooft net als Jeremy Bentham, de utilitarist dat: “Op biologisch niveau zowel onze verwachtingen als ons geluk zijn bepaald door biochemische factoren, in plaats van onze economische, sociale of politieke situatie” ook toont hij zichzelf als een epigoon van Bentham: “Jeremy Bentham hield voor waarheid dat de natuur de mens geknecht had met twee meesters: genot en pijn, dat alleen die twee bepalen wat we doen, zeggen en denken”. Volgens Harari zou de staat zichzelf als doel moeten stellen de pijn te minimaliseren en het geluk te maximaliseren. God, rechten en plichten zijn enkel van belang als ze helpen die twee doelen te bewerkstelligen, enkel pijn en geluk zijn “echt”. Zoals bij het behaviorisme reduceert dit utilitarisme de vrije individu tot een muis in een doolhof die de keuze moet maken tussen x of y. En voor wie dat nog niet duidelijk was, deze ideeën werden al toegepast tijdems het presidentschap van Obama en tijdens de coronacrisis.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals Reactionary Modernism, in onze boekenwinkel.

Reactionary Modernism

Economen zoals Richard Thaler, auteur van het favoriete boek van een van Obama’s naaste medewerkers, ‘Nudge’, beschrijft het concept wat door hem “keuze-architectuur’” wordt genoemd. Keuze-architectuur betekent dat de structuur en volgorde van onze keuzes onze dagelijkse beslissingen beïnvloedt.6 Ter voorbeeld: de manier waarop het voedsel in een schoolkantine is uitgestald kan kinderen beïnvloeden om beter te gaan eten. De ligging van toiletten en kantines kan de creativiteit en en gemeenschapszin van het personeel veranderen. Ergo, de keuze is al gemaakt voordat we onszelf daar bewust van zijn. Het creëren van keuze-architectuur die de uiteindelijke beslissing moet beïnvloeden, is omschreven als “paternalistisch libertarisme”, ondanks dat het systeem een voorkeur geeft aan een bepaald stel keuzes. Bedrijven zoals Google gebruiken keuze-architectuur om jouw mogelijkheden te begrenzen omwille van gebruiksgemak. Google volgt jouw zoekopdrachten en jouw kliks. Deze data wordt bewaard voor een bepaalde tijd om de gebruikergerichte advertenties en zoekresultaten te tonen. Nu bestaat er nog een mogelijkheid om dit uit te zetten, maar hoe groter de macht van Google wordt, hoe minder vrijblijvend dit zal zijn.7

Richard Thaler wil net als Yuval Harari de beslissingen van individuen beïnvloeden door de macht in handen van diezelfde individuen te leggen. Echter, in werkelijkheid is hun evolutionaire raamwerk datgene wat het bestaan van de individu die autonoom handelt, beslissingen maakt op basis van iets anders dan genot en pijn, verhindert. De privatisering van stress, dat wil zeggen het idee dat al onze problemen, politiek of persoonlijk, een biochemische verklaring hebben, is pure propaganda. Deze propaganda is effectief omdat velen van ons sterk worden beïnvloed door pijn en genot. De introductie van opiaten had een epidemie met vele doden als gevolg, omdat een materieel probleem werd opgelost met een materieel middel [mogelijk bedoelde de auteur hier ’een immaterieel probleem’ - redactie]. Een oplossing waarvoor velen van ons zijn voor gevallen, ten koste van onze gezondheid en welzijn omdat we een uitweg zochten voor onze pijn.

“Big Brother now wears a friendly face.”

Byung Chul Han

De nieuwe digitale tirannie waarin we worden meegezogen, door ons over te geven aan de aanwezigheid van alsmaar toenemende technologie, mag ons bevrediging beloven in de vorm van status of seks en vergrote invloed over de materiële wereld, maar wees op je hoede, het is een gevaarlijk pad! Ons digitale panopticon is anders dan die van de Grote Broer van vroeger.8 Byung Chul Han schrijft het volgende: “Big Brother now wears a friendly face.” Hij besteed zijn activiteiten voortaan uit aan onszelf, moedigt “gebruikers” aan om te communiceren en te consumeren, zodat er een maximale stroom van data en kapitaal bereikt kan worden. De goelagarchipel gebruikte een disciplinerende macht om individuen te surveilleren om hun gedrag te controleren. Techreuzen zijn van mening dat het veel efficiënter is om de surveillerende kracht over te laten aan onszelf, zodat ze onze eeuwige hang naar digitaal verbonden zijn en vrijheid kunnen uitbuiten. Met elke tweet en elke click en ieder beetje data en informatie draag je bij aan het zwermbrein dat je verder vervreemdt van je ware “ik”. Het is een nieuw “wij”, een dat is ontdaan van zijn politieke waarde. We praten eindeloos over “onze democratie” omdat we er niet langer een hebben.

Alles is tegenwoordig gepolitiseerd. De staat beheerst zo veel facetten van ons leven omdat in democratieën de bureaucratie een eigen leven gaat leiden. “Cthulhu zwemt traag, maar hij zwemt altijd naar links”.9 Al deze “huidige zaken”, ieder onderwerp van gesprek is aangeleerde hulpeloosheid in een wereld waarin we zelf niets meer beheersen. “We, the People” is nu “We, the Government” omdat de geschiedenis altijd een verhaal is van intermediaire krachten zoals staten, gilden, dorpen en feodale standen die zich geleidelijk onderwierpen aan de macht van bewindhebbende en corporate entiteiten.10 De Artikelen van Confederatie was de tweede grondslag van een liberale overheid nadat in nasleep van de Glorious Revolution de Engelse grondwet ongeldig verklaard werd. De Grondwet van 1787 deed net als zijn twee voorgangers een beroep op “het volk” om macht te centraliseren. De volgende centralisatie van macht kwam vlak na de eerste wereldoorlog, met het verdrag van Versailles en de oprichting van de volkerenbond. De escalatie naar het extreme toe, had volgens René Girard de tweede wereldoorlog en de oprichting van de Verenigde Naties als gevolg. “Vooruitgang” sinds de Engelse Grondwet is volgens Girard niets anders dan een regressie naar onverschilligheid. Alles wordt hetzelfde, we zijn allemaal tweelingen in een broedertwist welke meer en meer neigt naar een totale oorlog waarin ieder verschil wordt uitgewist. Overheden, of bedrijfsmonopolies die voor overheden moeten doorgaan, dringen steeds dieper door in onze levens, zo diep dat zelfs de klassenstrijd is geïnternaliseerd. We zijn meester en slaaf ineen, en we bevinden ons in een technologische spiegelzaal.11 Sinds Napoleons tijd heeft oorlog door regels en codes betekenis geschapen door een evenwicht te vestigen over een alsmaar groeiend geografisch gebied. Het nieuwe slagveld is echter in onszelf en de vijand is geen natie of ideologie, maar onze eigen gedachten.

Zoals vrijemarktkapitalisten geloven in de onzichtbare hand van de markt, geloven dataïsten in het bestaan van een onzichtbare hand in datastromen. Wanneer het mondiale dataverwerkingssysteem alwetend en almachtig wordt, wordt verbinding met het systeem dé bron van betekenis. Harari’s religie, Dataïsme, is niets anders dan het geloof in een alwetende, technologische god. Deze god wil alles kwantificeren, de geesten van de mensheid incluis, om zo iedereen te verbinden met het Internet der Dingen. Men kan nu al zien dat dit langzamerhand de realiteit wordt. Siva Vaidhyanathan schrijft over de googleficatie het volgende:

“Vandaag de dag vervult Google de rol van de alwetende (Google Search), alziende (Google Earth), almachtige (Google's DeepMind) en albarmhartige (Google Assistant).”

Siva Vaidhyanathan

Op een overmatige manier staan we toe dat Google voor ons bepaalt wat belangrijk is, wat nieuws is en wat waarheid is op het web en in de werkelijkheid. Vandaag de dag vervult Google de rol van de alwetende (Google Search), alziende (Google Earth), almachtige (Google’s DeepMind) en albarmhartige (Google Assistant).

Een van de retorische trucs van Google is ons overtuigen dat dit van “ons” is en “wij” dit hebben gemaakt. In 2006 riep het weekblad Time magazine “jij, mij en iedereen die bijdraagt aan de nieuwe media” uit tot persoon van het jaar. Zijn deze nieuwe media wel werkelijk zo democratisch als ze zich voordoen en geven ze werkelijk wat we willen en wat we nodig hebben? Het antwoord is nee. Zoals communisme collectief eigendom en controle over de middelen van productie beloofde, beloofde het internet dat het culturele gemeengoed toegankelijk voor eenieder en beheerst door niemand zou zijn. Google-marxisme is in feite niets anders dan staatsgestuurd monopoliekapitalisme. Niemand van ons heeft het “gemaakt”.

Wanneer miljardairs zoals Elon Musk een oprechte poging doen om een ruimte te creëren voor vrijdenkers, roept dat onmiddellijk de constellatie op van publieke en private entiteiten, van de NAVO tot NGO’s, die klaarstaan om de vrijheid van meningsuiting te beknotten. Google-oprichters Larry Page en Sergey Brin hebben zelf de 10 Geboden overbodig gemaakt. In plaats daarvan is er slechts één Gebod: “wees niet kwaadaardig”. Het nihilisme van georganiseerde religie valt in het niet vergeleken bij dit statement, die in feite betekent dat alles in dienst moet staan van Google en niemand anders. Volgens Google is het “goede” wat Google praktiseert, en het “kwade” hetgeen wat Google vermijdt. De technocratische macht waar Harari van droomt combineert de formalistische onverschilligheid van het neoliberalisme met het observationele perspectief van het behaviorisme. Het berekenende apparaat dat onze data vergaart, geeft geen moer om wie we zijn, waar we vandaan komen en wat we willen. Een biotechnische revolutie kan innovaties in de gezondheidszorg of meer geluk betekenen, maar als deze toren van Babel eenmaal staat, zouden we een deel van ons mens-zijn afstaan aan iets wat we niet kunnen bevatten.

Een mondiaal technologisch brein dat “er niet wakker van ligt wat we denken, voelen zolang miljoenen zintuigen aansturen, berekenende ogen en oren observeren, verwerken, dataficeren en instrumentaliseren de gigantische voorraden aan gedragssurplus welke gegenereerd worden in de enorme opschudding van verbinding en communicatie.” Dit reduceert ons tot de allerlaagste gemene deler ten gunste van een maximale stroom aan data, waardoor we ons innerlijke ego zullen verliezen. De symptomen daarvan zijn al zichtbaar in de vorm van een verzwakte innerlijke monoloog. In David Reismans boek, ‘the Lonely Crowd’ beschrijft hij hoe een maatschappij gestoeld op constante groei is samengesteld uit individuen waarvan hun overeenstemming is verzekerd door vroeg in hun leven een geïnternaliseerde groep doelen te verwerven (de traditie). Een mens met een moreel instinct is te allen tijde onderwerp van een macht. Hij voelt zichzelf bekeken, bedreigd en onderworpen aan gezag door een innerlijke rechter. Wat het hebben van een innerlijke monoloog inhoudt, is altijd de dialoog aangaan met deze innerlijke rechter. De moderne mens is echter aan helemaal niets of niemand onderworpen, behalve aan zichzelf. Hij is een project dat zichzelf eindeloos moet uitvinden door te dwalen door de narcistische spiegelzaal. In de afwezigheid van relaties met anderen, probeert hij toch erkenning na te streven, doch kan dit niet vinden met het uitblijven van die bevrediging als gevolg. Omdat de morele orde is verstoord, en het ego niet langer in staat is om God te vrezen, of zelfs maar zijn eigen aanwezigheid te voelen, voelt deze moderne mens de behoefte om een mensenmassa te bevredigen die enkel bestaat in zijn hoofd. Dit is de betekenis achter het fenomeen hypersocialisatie. Wanneer we in de camera kijken om een filmpje te maken voor TikTok of Instagram, proberen we oogcontact te zoeken met een onzichtbaar publiek. Een homogene massa, die pas bestaat als we op de verzendknop klikken.

Zonder de autoriteit van een een zichtbare God, heeft het hypergesocialiseerde individu de zichtbare, genoegdoenende autoriteit van anderen nodig. Hij denkt dat hijzelf uniek is, alleen zichzelf kan evenaren, maar dit bedrieglijke individualisme leidt tot constante vergelijkingen met anderen, met conformisme als gevolg. Door de techno-magie van sociale media denkt iedereen dat hij of zij de hoofdpersoon is in zijn of haar verhaal. Niets is minder waar, het heeft ons enkel meer op elkaar doen lijken. Het krijgen van likes, het delen van infographics en het participeren in gelivestreamde protesten heeft ons veranderd in een NPC zonder innerlijk.12 In de ogen van het hypergesocialiseerde persoon wordt alles zelfbewust zoals in een LARP. Hij is gedwongen zichzelf constant te bevragen, af te luisteren of te stalken. In andere woorden, een hyperactief superego dat ware uniciteit, een echte persoonlijkheid in de weg staat.

Een samenleving die geconfronteerd wordt met beginnende bevolkingsafname, zoals de onze, ontwikkelt bij de gemiddelde deelnemer van die samenleving een sociaal karakter wiens overeenstemming is verzekerd door de neiging om gevoelig te reageren op de verwachtingen en voorkeuren van anderen. De doelen naar welke de naar een ander gerichte persoon streeft, veranderen met dat richtsnoer: het is enkel het proces van het ergens naar streven zelf, en het proces van het nauwlettend in de gaten houden van signalen. Ouders stimuleren niet langer een schuldgevoel bij hun kinderen wanneer een innerlijke norm wordt overschreden op dezelfde manier dat een schaamtegevoel wordt gestimuleerd als het kind niet populair genoeg is of onvoldoende is gesocialiseerd. Ik denk dat we onderschatten hoeveel dit heeft bijgedragen aan het schoolschutterfenomeen. Het gebruik van schaamte in plaats van schuld draagt bij aan geweld. Het levenswerk van professor Gilligan heeft hem de conclusie doen trekken dat de fundamentele oorzaak voor menselijk geweld de wens is om het gevoel van schaamte en vernedering weg te nemen en deze te vervangen met trots. De moeder van seriemoordenaar Ed Kemper zou hem honend hebben bejegend als populaire meisjes van zijn school niet met hem wilden daten. Als gevolg daarvan begon hij deze meisjes te vermoorden, net als uiteindelijk zijn eigen moeder. In de autobiografie van Eliot Rodger zegt hij het volgende:

Indien de mensheid mij niet een waardige plaats onder de zijnen zal geven, zal ik hem vernietigen. Ik ben beter dan hen allemaal, ik ben een god. Het eisen van mijn vergelding is mijn manier om mijn werkelijke waardigheid aan de wereld te tonen.

Dit raamwerk van schaamte verklaart waarom aardige, veelbelovende studenten uit de middenklasse verzeild raken in bizarre cults. Denk aan H.G. Wells, Lenin en Graham Greene, allemaal kinderen uit middenklassegezinnen. Deze mannen waren voorbestemd en gesocialiseerd om het idee van ongedwongen samenwerking door een moreel raamwerk te beamen, niet zelden gepaard met een sterk gevoel van schaamte. Middenklassepersonen moeten duidelijk maken aan anderen dat ze betrouwbare partner zijn door hun eigen anti-sociale instincten te onderdrukken. Deze voorkeur van de middenklasse voor een frictieloze samenwerking is waarom het aannemelijk lijkt dat idealistische middenklassepersonen zoals bijvoorbeeld Marx denken dat een samenleving zou functioneren zonder het bestaan van geld of eigendom. In deze frictieloze, coöperatieve samenleving waar we nu naar op weg zijn, wordt harmonie en aardigheid geprezen boven alle andere kwaliteiten. In een niet-veroordelende, goddeloze wereld, worden alle ideeën beschouwd als relatief aan de psychologische en sociale situatie van degenen die ze beweren (emotivisme). Conservatief denker Augusto Del Noce heeft hier het volgende over te zeggen:

“Alles is gereduceerd tot het meest basale: water, slaap en seks, om als puntje bij paaltje komt te vervallen in pure dierlijkheid.”

Augusto Del Noce

Als gevolg daarvan wordt alles overgeleverd aan de nering. Het verdwijnen van zedelijkheid staat hier symbool voor. Alles is gereduceerd tot het meest basale: water, slaap en seks, om als puntje bij paaltje komt te vervallen in pure dierlijkheid.

Deze regressie naar dierlijkheid is zichtbaar bij gen Z, de meest overgecontroleerde generatie tot nu toe. De zogenaamde “goblinmodus” is het onbeschaamd loslaten van het innerlijke beest.13 Deze afwijzing van innerlijke idealen van schoonheid, moraliteit en zelfverbetering is niets meer dan de verwezenlijkte versie van de normen en waarden, of liever gezegd het gebrek daarvan, die de richtlijn vormen voor de elites van ons land.

Als de nihilisten die ze zijn, zien ze alles door het prisma van de verlangens van anderen. De elites die geobsedeerd zijn met de signalen van het zwermbrein, zijn in feite losgerukt van de realiteit, van het lichaam. Zoals Christopher Lasch opmerkte, leven ze in de hyperreeële wereld van beelden.14 Hun levenloze aanblik is oppervlakkig, ze zien niets anders dan hun eigen spiegelbeeld. Zij waren degenen die de mondkapjesplicht introduceerden zodat we allemaal uitdrukkingloos zoals hen zouden worden. Giorgio Agamben zei dat het gezicht de grondslag is van politiek, omdat het de plek is waar alles wat individuen met elkaar communiceren begint. Zonder ons gezicht is er slechts sprake van uitwisseling van boodschappen. Deze uitwisseling van boodschappen kan alleen gedijen in een wereld zonder passie, een tijd waarin mensen dingen zeggen, maar er geen geliefde, denker, barmhartige samaritaan is die in de diepste vezels kan aanvoelen en bevestigen wat er is gezegd. Een volledige digitale revolutie zou een vegetatieve mensheid betekenen, het einde van verlangens en het ontbreken van zinvolle gesprekken. Als ons leven zou worden geüpload in het zwermbrein, zou dat het einde van de natuurlijke orde betekenen, of de dood van de dood, zoals De Maistre het zou zeggen.

Indien Harari en zijn gelijkgestemden slagen in hun doelen van de biotechnische revolutie, zou de transitie van een schriftelijke naar een orale samenleving -van een naar binnen gerichte tot een naar buiten gerichte samenleving worden voltooid. De conformiteit binnen deze sociale wereld zou gigantisch zijn.15 Nu vooruitgang en innovatie in de echte wereld tanende is, kan men zich een dystopie voorstellen waarin door werkloosheid als gevolg van automatisering en het ontbreken van privé-huisvesting als gevolg van de torenhoge huizenprijzen, de hele wereld inplugt om deel te nemen aan de hoogwaardige economie. In plaats van het simpelweg verzamelen van het gedragssurplus van logaritmes, geolocaties, zoektermen en klikpatronen om te “liken”, willen ze ons een hoogwaardige economie die alles van ons weet doen “liken”, wat ons feitelijk pionnen maakt voor Big Data. Deze gigantische hoeveelheid data verschaft bedrijven en overheden met een gedragsmatige zekerheid - zekerheid die we hun cadeau hebben gedaan door onze compulsieve drang met elkaar in verbinding te staan. In plaats van dood, marteling, heropvoeding of bekering, verbant instrumentalisme ons feitelijk uit ons innerlijke ik. Zoals Shosahanna Zuboff schrijft:

Onder het regime van instumentalistische kracht, is de mentale instelling en zelfbeschikking over de toekomst bedolven onder een nieuw soort automatisme: een beleving van stimulus en responsbekrachtiging toegevoegd aan het komen en gaan van levende wezens.

Harari is nu al bezig de filosofische grondslagen te leggen voor een wereld zoals deze, door onze innerlijke wereld te bedelven - ons religieuze ik, in een collectieve wereld van pijn en genot. Het is al vijf voor twaalf.

Iedere wereldgebeurtenis van de laatste 20 jaar is aangegrepen om de surveillance op burgers te vergroten, zowel in de publieke als in private sfeer. Om er een paar te noemen:

  • de patriot act na afloop van de aanslagen op het WTC
  • de maatregelen die zijn genomen als gevolg van de coronacrisis
  • de maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van de bestorming van het Capitool in januari 2021

We zijn tegenwoordig allemaal nummertjes, die elkaar continu in de gaten houden terwijl onze apparaten ons bewustzijn omzeilen. Onze locaties, woorden, herinneringen, winkelgewoontes, voorkeuren van vermaak en onze politieke gedachten worden vertaald naar nummers, bewaard, verkocht en verhandeld door Big Data en de overheid. In Jeremy Benthams panopticon werden gevangenen van elkaar gescheiden voor disciplinaire redenen. Ons nieuwe digitale panopticon stimuleert ons om digitaal te communiceren, zodat we met elkaar in verbinding staan. In werkelijkheid verbinden we door achterkamertjes zonder werkelijke sociale banden. Hoe meer iemand alleen wil zijn, des te meer de overheid of markt moet ingrijpen om die afstand te garanderen. Slavoj Žižek:

Misschien draagt dit bij aan de vreemde doch bijbehorende indruk dat het lastig is om door te hebben wanneer een ware hedonistische solipsist ondanks zijn genot in zijn persoonlijke eigenaardigheden toch het hebben van een echte, diepgaande persoonlijkheid mist.

We kunnen dit gebrek aan diepgang, aan het ontbreken van karakter overal merken. Je hebt vast wel opgemerkt dat alles en iedereen steeds meer hetzelfde aan het worden is. Echte cultuur houdt op te bestaan wanneer de wrijvingsloze decadente cultuur begint. Het doel om gegarandeerde uitkomsten te verzekeren door overheids -en marktingrijpen zijn niets nieuws. Nergens is deze eenheidsworst meer zichtbaar dan in onze omgeving.

Coleridge voorzag de dood van Blut und Boden, zich voorstellend dat de heilige rivier Alph stroomt door de paradijselijke tuinen om vervolgens uit te monden in het tumult van de levenloze oceaan. Deze “vloeibare moderniteit” of geglobaliseerde homogeniteit is de beschaving van landloze zeevolkeren (het atlanticisme, de thalassocratie). Het stelt zich tegenover de landbewoners, tegenover de traditie en het particularisme, de eurasianisten. De rode draad van de geschiedenis is een strijd tussen zee en land. In de vloeibare moderniteit hebben we nieuwbouw, bedrijventerreinen, hippe bars en een monotoon landschap, overal gelijkgeschakeld door een wildgroei aan vrijheden. Ons pretpark ligt in de onophoudelijke onrust in de wereld. Wij Amerikanen zijn als Sinbad de Zeeman, die toen hij ontdekte dat zijn nieuwe wereld -de wereld van rijkdom en overvloed- eigenlijk de rug van een enorme vis was. Het vreugdevuur dat Sinbad uit verhitte hoogmoed ontstak, beroerde de vis zo erg, dat hij diep de zee in dook, waardoor Sinbad verdronk. Wijzelf zijn ook onwetend over het land waarop wij staan. We denken dat het onze burcht is, maar de kille onverschilligheid van moeder natuur wacht geduldig om onze ambities te verstoren wanneer we ons veilig wanen in het Einde van de Geschiedenis. Ernst Jünger sloeg de spijker op zijn kop in zijn boek ‘Über den Schmerz’:

We bevinden onszelf in een situatie waarin we dwalen over een eindeloze bevroren zee, terwijl het ijs onder onze voeten al begint te kraken en te barsten door de verandering van het klimaat. Het draagvlak van abstracte ideeën begint eveneens breekbaar te worden en de diepten van de substantie, die er altijd al onder lag schijnt helder door de barsten.

Zoals prins Prospero en zijn maskerades zich verstoppen voor de rode dood buiten hun kasteel, schuilen Yuval Harari en zijn consorten voor de kille onverschilligheid, het nihilisme dat loert achter hun conformisme en hun verslaving genot na te jagen tegen iedere prijs. Vanuit hun ivoren torens proberen ze de wereld te herschapen naar hún evenbeeld, om zo iedere sterveling in een genotszoeker te veranderen zoals henzelf. Ze schromen er niet voor om ieder gereedschap te gebruiken wat tot hun beschikking staat: sociale media, goedkoop voedsel, drugs, “mensenrechten”, abortus en popcultuur.16 Hoe meer we op elkaar gaan lijken, hoe makkelijker we te controleren zijn. Harari wil het ergens in geloven reduceren tot fictie. De feitelijkheid van waarde onderscheiden om zo de omarming van zijn ideeën aan te moedigen. Ideeën die geen morele toewijding vragen, enkel droge objectiviteit. In tegenstelling tot natuurwetten zoals zwaartekracht die waar blijven, of we het nu leuk vinden of niet, is volgens Harari hard ingrijpen vereist om de denkbeeldige orde veilig te stellen. Sommige van deze ingrepen nemen de vorm van geweld en dwang aan. In zijn boek ‘Logos Rising’ schrijft Michael E. Jones dat Harari “waarheden als fictie beschouwt en fictie voor waar aanneemt” Onze sociale constructen zouden moeten verklaren hoe de mensheid tot beschaving gekomen is, maar als het bewustzijn zelf, wat die constructen produceert een illusie is, hoe kunnen we datgene dan bewijzen? Harari ontwijkt die vraag stelselmatig, in tegenstelling tot het ontkennen van het bestaan van de ziel en vrije wil. Maar Jones heeft gelijk:

Als enkel fysieke zaken echt zijn, wat hebben we dan nog te zeggen over de idee dat “enkel fysieke zaken echt zijn?”.17 Is dat idee “echt” beter? Indien dat waar is, weerlegt het zichzelf.

Wederom gaat Harari niet op de diepere vragen in.

Het zal geen verrassing zijn dat de filosoof achter The Great Reset die beweert dat we niets zullen bezitten én daarom gelukkig zullen zijn, zegt dat onze rechten en religies verbeeldingen zijn die ophouden te bestaan zo gauw we ze niet meer geloven, zoals tijdens de coronacrisis. Om even in perspectief te zetten welke rechten we zijn kwijtgeraakt sinds het coronaregime het westen in zijn greep hield, is hier een citaat van “the Truth about Covid-19” een gedetailleerd verslag over welke rechten allemaal bij het grof vuil zijn gezet tijdens het uitbreken van de crisis. Dit schrijft Harari over de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring:

Zoals de mensheid nooit is geschapen, volgens de biologische wetenschappen, is er ook geen Schepper die de mens met wat dan ook heeft begiftigd. Er is enkel een blindelings evolutionair proces zonder enig nut of doel.

Harari’s relaas over de mensheid begint samenhangender te worden als men rekenschap geeft van zijn laatste boek, ‘Homo Deus’, waarin hij de toekomst van technologie bespreekt. In ‘Homo Deus’ schrijft Harari:

Nu is de mensheid klaar om natuurlijke selectie te vervangen voor intelligent ontwerp en in staat om het leven te verlengen voorbij het organische, in het rijk van het anorganische.

In plaats van dat de mens nieuwe technologie creëert, creëert technologie een nieuwe mensheid. Dit is wat Amerika wil. De Amerikaanse overheid schortte de wet met de Patriot Act op, wat de bevoegdheden van het binnenlandse veiligheidsdienstenapparaat enorm vergrootte, terwijl ze vijanden van de staat gevangen zetten in Guantanomo Bay. De aanslagen van 9/11 en de gevolgen daarvan zetten de palen uit voor het biopolitieke coronaregime.

De logica van het antropoceen, de maximale stroom van informatie en data, kruipt naar het creëren van een door kunstmatige intelligentie gestuurde god met zintuigen over de hele wereld, het Internet der dingen. Hier volgt een citaat van Mitchell Heisman, die alvorens hij zelfmoord pleegde, een lang essay over nihilisme schreef:

Alles zal samensmelten wanneer een berekenende kracht, met zijn eigen kracht zich heer en meester maakt van alle belangrijke informatie op het internet om het vervolgens te reorganiseren zodat het wordt herboren als het wereldwijde verstand van God.

Vanuit Heismans perspectief Heeft de bijbelse moraal de weg vrijgemaakt voor mensenrechten. Mensenrechten, door mensen onderling als gelijk aan elkaar te beschouwen, haalden de druk van de ketel van natuurlijke selectie. Zodra natuurlijke evolutie niet meer werkt als de bedoeling ws, neemt technologische evolutie het over. Nazisme was de opstand van de genen, een laatste stuiptrekking om de logica van de technologische revolutie te weerstaan. Heisman schrijft:

Auschwitz stelt biologie voor die zich de technologie heeft eigen gemaakt. De singulariteit stelt de technologie voor die zich de biologie heeft eigengemaakt.

Klaus Schwab wil voltooien wat de nazi’s begonnen zijn, door de technologie te misbruiken voor zijn eigen nihilistische ambities. Hij wil gebruik maken van de aanstaande biotechnische revolutie, of zoals hij het noemt, de vierde industriële revolutie. Sommige mensen hebben verbanden getrokken tussen Klaus Schwab en de nazi’s. Schwabs vader, Eugen Schwab was de directeur van een Zwitsers bedrijf genaamd Escher-Wyss AG. Escher-Wyss was marktleider in grote turbinetechnologie die gebruikt werd voor waterkrachtgeneratoren en energiecentrales, maar ze maakten ook onderdelen voor Duitse gevechtsvliegtuigen. Eugen inspireerde zijn zoons visie op publieke en private filosofie van jongs af aan. Net als Klaus en zijn concept van aandeelhouderskapitalisme zocht Eugen ook naar manieren om de aard van culturele en sociale interactie te vormen met projecten zoals het bouwen van een spoorwegtunnel die Zwitserland en Italië met elkaar verbindt. Klaus Schwab trad in zijn vaders voetsporen toen hij directeur werd van het pas gefuseerde Sulzer Esscher-Wys AG. Het bedrijf speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van Zuid-Afrika’s illegale atoomwapenprogramma. Schwab creëerde de faciliteiten om dezelfde formule voor publiek-privaat partnerschap te promoten, zoals Escher-Wyss al eerder deed tijdens de tweede wereldoorlog en onder de apartheid. Met de vierde industriële revolutie in opmars, wil Schwab dit partnerschap naar een nieuw niveau tillen. Opkomende technologieën zoals kunstmatige intelligentie, robotica, het Internet der Dingen, zelfrijdende voertuigen, 3D printen, nanotechnologie, biotechnologie, materiaalkunde, energieopslag en kwantumcomputers zullen de grenzen tussen het fysieke, het digitale en het biologische doen vervagen. Het vermengen van mens en machine nadert dichterbij waarvoor Heisman ons al waarschuwde: het maken van een wereldwijd brein dat ontwaakt als een god.

Heisman’s 1905 pagina’s tellende afscheidsbrief is een verkenning van het nihilisme. Het wereldbeeld, of het gebrek daaraan, wat de zuil is die de Great Reset ondersteunt. Ik geloof niet dat het waar is, maar ik geloof dat het waar kan worden zolang we de natuur de baas blijven, wat het doel is van transhumanisme en dataïsme. Zelfmoord is het logische antwoord op nihilisme. Heisman vervolgt:

“Radicaal egalitarisme leidt tot radicaal nihilisme. Wanneer iedere keuze gelijk is, is gelijkheid verenigbaar met complete willekeurigheid. Als ieder keuze gelijk is, is de keuze voor de dood gelijk aan die voor het leven.”

Mitchell Heisman

Radicaal egalitarisme leidt tot radicaal nihilisme. Wanneer iedere keuze gelijk is, is gelijkheid verenigbaar met complete willekeurigheid. Als ieder keuze gelijk is, is de keuze voor de dood gelijk aan die voor het leven.

Het was het nihilisme dat Heisman in staat stelde de evolutionaire basis voor God te ontdekken. De meeste mensen in het westen zijn niet meedogenloos genoeg om hun eigen nihilisme te ontleden tot de dood aan toe, aldus Heisman. De meeste mensen begrijpen het logische eindstation van nihilisme niet:

Monotheïsme is wellicht ontstaan vanuit een skeptische, nihilistische en materialistische objectiviteit die de op biologische aanleg gebaseerde subjectiviteit vernietigde, en daarmee “iets” uit het niets creëerde.

In de praktijk begon dit nihilistische experiment als een experiment van systematisch fysicalisme, dat wil zeggen een poging om een systematische vergelijking te maken van iedere subjectieve beleving in de fysieke buitenwereld.

Deze poging om consistent materialistisch te zijn had de twijfelachtige conclusie opgeleverd dat iedere poging daartoe rationele zelfvernietiging is.

Heismans poging om consistent materialistisch te zijn had als gevolg dat hij zichzelf van het leven beroofde. Als het leven enkel door de lens van biologie wordt bekeken, die van pijn en genot, zoals Harari die waarneemt, wat is dan de zin van het leven, als we toch allemaal zullen sterven? Wellicht zijn de bunkers voor het einde der tijden en de transhumanistische ambities van Davos een indicatie dat zij die vraag meer vrezen dan ons. Heisman was hier wel van bewust. Zijn materialistische vooruitzicht ontzegde hem iedere reden van bestaan, hij zag leven als niets anders dan dood. Europeanen beginnen al zo te denken.18 Hij zegt:

De dood van mijn vader markeerde het begin, of wellicht een versnelling van een soort morele ineenstorting, omdat de totale materialisering van de wereld van materie naar de mens tot letterlijke subjectieve beleving hand in hand ging met het nihilistische onvermogen om in de waarde van ieder doel te geloven.

Voordat nihilisme resulteert in zelfmoord, openbaart het zich in de daad het leven zolang mogelijk te verlengen uit naam van de gezondheid. Deze cultus van gezondheid is niets meer dan een cultus van het lichaam, van het naakte leven.19 Yuval Harari weet dat liberalisme tegen de menselijke natuur ingaat, en dat de aanstaande vruchtbaarheidscrisis, milieucrisis en economische crisis onvermijdelijk zijn. Maar waar wij ineenstorting zien, zien zij kansen. Het verschil tussen Wij en zij is dat zij het verval niet willen omdraaien, nee, ze willen het versnellen, zodat ze de anomalie kunnen bewapenen zonder enig verzet. Heeft iemand hier ooit op authentieke wijze verzet tegen geboden? Ja. Een man genaamd Ted Kaczynski.

Ted Kaczynski, ook bekend als de Unabomber was in tegenstelling tot Harari wel een professor. Ome Ted, een wonderkind, had van jongs af aan een opstandig karakter. Hij kreeg zijn bijnaam ‘the unabomber’ nadat hij bombrieven had gestuurd naar universiteiten en luchthavens. Maar Ted Kaczynski was meer dan een ordinaire terrorist. Als tweedejaarsstudent aan Harvard University werd hij uitgekozen voor een psychologisch experiment dat, hoewel het hem onbekend was, drie jaar zou duren. Dit experiment werd geleid door de gerenommeerde psycholoog Henry A. Murray, een professor aan Harvard die heimelijk in dienst was van de CIA. Deze gedragsmodificatie-experimenten waren onderdeel van project MK Ultra, een hersenspoeling-programma van het CIA. Van 1953 tot 1973, in een tijdsbestek van twintig jaar, deden 86 instellingen, waaronder universiteiten, psychiatrische inrichtingen en gevangenissen mee aan het CIA-experiment op menselijke proefkonijnen.

Het conformisme van de jaren ’50, zoals het al werd behandeld in Reisman’s ‘the Lonely Crowd’ wekte de interesse bij vrijdenkers zoals Holden Caulfield en de “beatniks” die niet in het plaatje van de ideale samenleving pasten. De interesse in deze buitenstaanders heeft er toe geleid dat sociale wetenschappers als Murray persoonlijkheidstesten ontwikkelden om te meten hoe gesocialiseerd de proefpersonen waren. De proefpersonen van Harvard werden uitgekozen uit tientallen kandidaten die werden gescreend op de mate waarin ze vervreemd waren. De gegevens van iedere student werden gefingeerd om hun privacy te waarborgen. Kaczynski kreeg de codenaam “lawfull” waarvan later door een van de onderzoekers werd opgemerkt dat dat een ironische onderkenning was van het grote potentieel voor chaos dat door Murray kon worden waargenomen bij deze welgemanierde jongeman. In een publicatie genaamd ‘studies of stressful interpersonal disputations’ uit het vakblad ‘American Psychologists’ in 1963 beschrijft Murray op een formele, afstandelijke toon de inhoud van de experimenten die hij heeft uitgevoerd op Kaczynski en anderen. Tijdens hun studie werd studenten gevraagd om binnen een maand een uitwerking te schrijven van hun eigen persoonlijke filosofie en normen en waarden volgens welke je zou moet leven. Daarna werd de deelnemers gevraagd om te debatteren over de respectieve voordelen van hun filosofieën. Wanneer het zover was, moesten de deelnemers plaatsnemen in een fel verlichte ruimte met een doorkijkspiegel. Elektroden werden bevestigd aan hun lichamen zodat hun hartslag kon worden vastgelegd terwijl een camera alles opnam. De studenten werd van te voren verteld dat ze in discussie zouden gaan met een andere student, niet een advocaat. De verbaal agressieve advocaat kwam dan ook als een verrassing. De advocaat werd geïnstrueerd om de student op ieder punt aan te vallen. De overdonderde student probeerde zich daar tegen te verweren, maar verloor in de meeste gevallen zijn geduld nadat hun persoonlijke filosofie zo zwaar bekritiseerd werd. Dit was allemaal van te voren opgezet.

Het hele schouwtoneel was berekend om de emotionele en psychologische reactie te prikkelen die geassocieerd wordt met vernedering en zelfs bedreiging onder felle verlichting en een draaiende camera met een verduisterde spiegel waarachter alleen vage schaduwen te zien waren. Later werd hen gevraagd om de opname van hunzelf te bekijken waarop ze verbaal werden geschoffeerd. De jongemannen die doorgaans trots waren op hun eigen intellect en uitstraling, zagen zichzelf gefrustreerd en moeilijk uit hun woorden komen, dusdanig dat hun zelfvertrouwen ernstig werd aangetast.

Deze wrede experimenten, tezamen met zijn kijk op de vorderende technologisering, motiveerden Ted Kaczynski ertoe om off the grid te gaan leven in Montana, waar hij van 1978 tot 1995 bombrieven zou schrijven die drie dodelijke slachtoffers maakten, samen met 23 gewonden. De methode waarop Kaczynski zijn slachtoffers maakte was symbolisch. Het postwezen werkt alleen indien ieder persoon in de keten handelt als een hersenloze robot. Kaczynski hoefde niets meer te doen dan het juiste adres opschrijven en de rest ging voor zich. Hij was zich ervan bewust dat het immoreel was, maar hoe moreel is het om een systeem te creëren dat van mensen hersenloze arbeidskrachten maakt? Zoals Kaczynski al opmerkte, heeft sinds de industriële revolutie en vooral na de tweede wereldoorlog met de uitvinding van de atoombom, de technologie zo’n grote vlucht genomen dat we niet meer in staat zijn om de apocalyptische gevolgen van onze creaties te overzien. Tijdens de Cubacrisis bonden de Russen niet in vanwege politieke redenen, maar vanwege technologische. Ze wisten dat ze een atoomoorlog zouden verliezen. Een nog duidelijker voorbeeld van de kracht van technologie zien we in de Koreaoorlog, toen generaal Douglas MacArthur pleitte voor de inzet van atoomwapens om de overwinning veilig te stellen. De president en het Pentagon twijfelden aan de deugdzaamheid van deze beslissing. Dus, wat deden ze? Ze stelden de vraag over nucleaire oorlogsvoering aan een computer, of zoals ze het toen noemden, een elektronisch brein. Alle ethische vraagstukken opzij geschoven, vroegen ze aan de computer of MacArthurs voorstel economisch winstgevend zou zijn of niet. Wat zei de computer? Het gaf als uitkomst dat MacArthurs strategie tegen de communisten zou resulteren in een derde wereldoorlog, en zou leiden tot het totale financiële bankroet van beide partijen. Het feit dat de computer zijn veto uitsprak over het krankzinnige voorstel van MacArthur was niet eens het angstwekkende, het was het feit dat ze de vraag stelden aan een computer. Het is irrelevant dat de uitspraak van de machine in dit geval een veto was, want het betrof nog steeds een terdoodveroordeling, precies omdat de bron van mogelijke gratie was afgeschoven op een ding. De toestand van de mensheid was niet besloten door het positieve of negatieve antwoord van een machine, maar doordat we deze verantwoordelijkheid daadwerkelijk hebben toevertrouwd aan een machine waaraan we zouden gehoorzamen.

Oorlog kan simpelweg niet meer worden beheerst met rationele middelen. In een geglobaliseerde wereld zonder grenzen, is de vigilant overal en nergens, als een virus dat het geweld van het systeem openbaart door het systeem tegen zichzelf te gebruiken. Een uitbraak van een epidemie is net als terrorisme een symptoom van het verlies van verschillen. Het is geen toeval dat aanslagen vaak plaatsvinden in treinen of vliegtuigen. Terreur is inherent aan alle wisselwerkingen, in alle gevallen tussen twee partijen met weinig onderlinge verschillen. Ted Kaczynski was zich bewust van de logische uitkomst van de ongebreidelde mimetische rivaliteit tussen gelijken, de vernietiging van beiden. Dit heeft ongetwijfeld iets te maken met zijn relatie tussen hem en zijn broer, wat sommigen hebben beschreven als een hedendaagse Kaïn en Abel. Het was tenslotte Teds broer, David Kaczynski die zijn handschrift herkende in zijn manifest, en hem aangaf bij de FBI. Ted geloofde dat zijn broer werd gedreven door broederlijke rivaliteit, en wilde hem levenslang achter tralies wilde, in plaats van de dood, wat Ted wilde. Tijdens een zomer in de jaren ‘50, toen beide jongens vakantie waren vieren in een van de buitenwijken van Chicago, ving hun vader een jong konijntje. Hij stelde het ten toon in een kooi van hout en gaas. Een groepje kinderen uit de buurt, waaronder David verzamelden zich om de kooi om het diertje beter te kunnen bekijken. Plots kwam er een kreet van buiten. “Laat hem vrij, laat hem vrij!” De jongens draaiden zich om en zagen Ted gefrustreerd en verdrietig terwijl hij keek naar het trillende konijntje in de kooi. De gezichten van de kinderen versprongen van opgewekt naar beschaamd. Voor hen was het misschien vermakelijk om te zien, maar Ted, die waarschijnlijk zichzelf herkende in het gevangen konijntje, probeerde het juist te redden.

Het verlangen naar vrijheid van het gevangen zitten in het industriële systeem heeft er voor gezorgd dat hij zelf gevangen werd gezet. Kaczynski wist dat we allemaal gevangenen zijn. Het industriële systeem heeft ervoor gezorgd dat we geen voldoening meer halen uit ons leven, we zijn gaan denken en we zijn ons gaan gedragen op een tegennatuurlijke manier. In feite zijn we allemaal konijnen, gevangen in een kooi.20 Door de eeuwen heen waren er mechanismen die geweld op afstand hielden: geografie, weersomstandigheden, heidense religies gebaseerd op offers en zondebokken. Sinds we in een post-christelijke samenleving leven, verweven met technologie en handel, is het niet meer mogelijk om deze mimetische rivaliteit in toom te houden. Daarover zegt hij in zijn boek ‘anti-tech revolution’:

“Het wereldsysteem nadert een conditie waarin het zal worden gedomineerd door een klein groepje extreem krachtige, zichzelf in stand houdende systemen.”

Ted Kaczynsky

Het wereldsysteem nadert een conditie waarin het zal worden gedomineerd door een klein groepje extreem krachtige, zichzelf in stand houdende systemen. Deze systemen, willen ze levensvatbaar blijven, moeten met elkaar wedijveren voor macht. En dat is ook wat ze doen op korte termijn, zonder rekenschap te houden met de gevolgen op lange termijn.21

Een monotoon proces heeft doorgang gevonden in menselijke relaties; een kankercel die ongehinderd door blijft groeien. Dit is waarom de maatschappij is gaan lijken op de experimenten van John B. Calhoun, wat resulteerde in “behavioural sink”.22 De parasitaire groei, het virale geweld wat onze verlangens voedt, mensen obees maakt, staatsschulden doet oplopen, de daklozen -en gevangenispopulatie doet groeien, drugsverslaafden doet vermenigvuldigen, mensen mentaal ziek maakt, de natuur vervuilt en de oceaan vult met plastics. Deze logica van oneindige expansie is het tegenovergestelde van Hoger Leven, waar pluriformiteit, orde en particularisme in tegenstelling tot conformisme, chaos en gelijkvormigheid heer en meester zijn. De tegenstelling tussen hoger leven en lager leven kan in kaart worden gebracht in het conflict tussen de atlanticisten en de eurasianisten. De eerste verlangen naar gerieflijkheid in de massa, de laatsten streven naar ruimte, de vrijheid om zijn krachten uit te breiden met Blut und Boden. Hoger leven kenmerkt zich door verscheidenheid en structuur. Lager leven is als gist, een vormeloze massa die zich eindeloos uitbreidt. Het bezit niets behalve de allerlaagste instincten, het is niet soeverein over zichzelf. Nietzsche zei dat het leren zien “je ogen laten wennen aan rust en geduld, om zo “de dingen tot je te laten komen” is. “Men moet leren om niet impulsief en door prikkeling te reageren, maar in plaats daarvan bezit te nemen van de remmende instincten.” vervolgt Nietzsche. De essentie van Hoger Leven is om de prikkel of impuls te weerstaan. Inspanning in de vorm van gefocuste aandachtigheid opent de ramen van de ziel. Actieve passiviteit, in de vorm van ontvankelijkheid maakt het mogelijk je open te stellen voor nieuwe ideeën. Om te beginnen hebben we die aandachtigheid nodig, om ons open te stellen voor het geheel. Het is net als het proces wanneer we de moeite doen om iets te herinneren, terwijl het ons later plots te binnen schiet wanneer we er niet meer aan denken.

Het zenuwstelsel is gevormd door uitsluiting, ofwel het “nee zeggen”, zoals het celmembraan. Bewustzijn is gevormd, net als een marmeren beeld, door alles weg te laten wat onbelangrijk is. Materie creëert geen bewustzijn, het beperkt het. In een wereld van gewicht en volume, en zijn innerlijkheden, zwaartekracht en elegantie, zijn de eerstgenoemden alleen mogelijk door de laatsten. De wereld is materie die verlangt om in verbinding te komen met andere materie. Alle verbinding is liefde. Alle ervaringen zijn een ervaring van verandering. Onze zintuigen raken snel uitgeput en dan raken we gewend aan bijvoorbeeld een geur of geluid. Onze zintuigen reageren op het verschil in waarden. Ze reageren op verschillen tussen waarden omdat kennis en perceptie en dus ervaring alleen bestaan in relaties tussen dingen. Alles staat met elkaar in verbinding door gescheiden van elkaar te zijn, op dezelfde manier als een stel met elkaar verbonden is terwijl ze tegelijkertijd twee afzonderlijke individuen blijven. God schiep de wereld door de licht en de duisternis van elkaar te onderscheiden, de nacht van de dag, de hemel van de aarde en de zee van het land. Voordat iedere cel zich reproduceert, splitsen de chromosomenparen zich op, alvorens een nieuwe cel te vormen. Alle verschillen, al het onderscheid is creatieve liefde. De mens, geschapen naar het evenbeeld van God, is een creatieve terugblik op de natuur zelf. Het lijkt misschien alsof de natuur op weg is naar vernietiging, naar de technologische afschaffing van de mensheid, maar onze val zal een gezegende worden. Als Adam nooit was bezoedeld met de erfzonde, was Christus nooit opgestaan!


  1. Trey Taylor, Why do celebrities always appear to be reading the same book?↩︎

  2. Gesellschaft en Gemeinschaft zijn termen uit de sociologie, bedacht door de 19e-eeuwse Duitse socioloog Tönnies. In het Nederlands laten deze twee begrippen zich vrij vertalen als de maatschappij/samenleving en de persoonlijke familiaire sfeer of directe omgeving. ↩︎

  3. Naar Miltons ‘Paradise Lost’↩︎

  4. De Zwitserse plaats waar het World Economic Forum wordt gehouden. ↩︎

  5. Matthew Campbell, Jacqueline Simmons, At Davos, Rising Stress Spurs Goldie Hawn Meditation Talk↩︎

  6. Danny Vinik, Obama’s effort to ‘nudge’ America↩︎

  7. Een vergelijkbare tendens was ook in Nederland zichtbaar. zie hiervoor ‘Manipulatie of nudging? Hoe gezondheidsapps niet altijd het beste met ons voor hebben.’↩︎

  8. Wikipedia, [Panopticum (architectuur)](https://nl.wikipedia.org/wiki/Panopticum(architectuur))*. ↩︎

  9. Uit Curtis Yarvins essay* ‘Monarchism and Fascism today’*. ↩︎

  10. Ook de Nederlandse geschiedenis kent meerdere voorvallen waarin overheden of monarchen met de botte bijl macht wilden centraliseren. De staatsgreep van Willem II in 1650, de invoering van de Code Napoleon in 1807 en de Grondwet van 1848. ↩︎

  11. Jacques Ellul, _The Necessary and the Ephemeral: “The Political Illusion”*. ↩︎

  12. Know Your Meme, NPC Wojak↩︎

  13. Esmé Partridge, The death of Ideals↩︎

  14. Zie ook Het hyperreeële presidentschap van de acteur Zelenski↩︎

  15. Michael Cuenco, America’s New Post-Literate Epistemology↩︎

  16. Paul Kingsnorth, What Progress Wants↩︎

  17. Voor verdere verdieping in dit onderwerp: Bernardo Kastrup, Why materialism is baloney↩︎

  18. Peter Hurst, Half in love with easeful death: Potemkin meritocracy and the demise of positive liberty↩︎

  19. Giorgio Agamben, The medical religion↩︎

  20. Wikipedia, Iron cage↩︎

  21. Een andere auteur die een vreedzame manier bepleitte om de strijd aan te gaan met de industriële samenleving is de Finse ecoloog Pentti Linkola. voor een introductie van zijn denken: Hermitix, The Deep Ecology of Pentti Linkola with Chad Haag↩︎

  22. Will Wiles, The behavioral sink ↩︎

De democratische maatschappij gaat in tegenovergestelde beweging. Enerzijds destructie van traditionele culturele vormen (product van het hogere streven van historische samenlevingen), een destructieve neiging naar primitivisme, naar oervormen. En anderzijds naar overdreven kunstmatigheid, wat zich uit in productie van rigide formalisme en technologische slavernij. Formalisme en andere vormen van kunstmatigheid uit zich via de steeds uitbreidende staat, de bureaucratische legers, het institutionalisme, en middels de voortschrijdende technologie. Een neiging naar primitivisme uit zich door constante destructie van alles wat het product is van hoger streven. Dus, destructie van vorm, richting mateloze sensualiteit, en productie van geestdodende vormen. Het is het eroderen van alle hogere vormen door de democratische massa’s enerzijds, wat verzand in een obsessie met sensueel genot zoeken, tezamen met het produceren van rigide vormen door democratische instituties (en corporaties). Het is de culturele en dus spirituele dood van een samenleving, en dus uiteindelijke dood.

Het is niet alleen filosofisch nihilisme dat het hogere streven vernietigd. De massa’s zijn immers niet filosofisch van aard. In een democratie is het hoogste streven dat uiteindelijk wordt herkent, wat legitiem is, is het streven van de massa, gevangen in haar eigen tirannieke systeem van massa-voelen alleen nog streeft naar sensueel genot, en de voorwaarde daarvoor, veiligheid. En de hogere instituties degenereren tezamen met de dictatuur van de massa. Het hogere streven wordt daarmee dus ook afgetopt, dan wel bijna het hoofd afgehakt, door de dictatuur van de massa. Daarom heeft bijvoorbeeld het Vaticaan, bepaald geen organisatie die filosofisch nihilisme aanhangt, een speciale munt uitgebracht die het streven van de massa’s symboliseert, de enige manier om nog macht te houden is om te appelleren aan het streven naar veiligheid in de vorm van een munt met afbeeldingen van het ritueel van een vaccinatie (compleet met maskers). God en Christus, als symbolen van het hogere, en het hogere streven zijn dus vervangen door de medische symbolen van (vermeende) zekerheid wat het hoogste streven is van de massa.

“Na afloop na deze vergaderingen begonnen de organisatoren van Davos te bediscussiëren op welke manier verhoogd gevoel van welzijn, gemeten met neurowetenschappelijke testen, kan worden omgezet in kapitaal door nieuwe technologieën die onze persoonlijke data verzamelen. "

Volgens een andere Davos insider is er alleen ‘corporate’ gekrakeel te horen op de bijeenkomsten van Davos. De lieden die zich op Davos verzamelen zijn geen filosofisch ingestelde figuren, het zijn ordinaire figuren uit het bedrijfsleven en de politiek, die hoogsten tendentieuze corporate babbel mixen met ideologisch en tech-cult babbel, een papagaaiencircuit op hoog niveau.

“gezondheid is rijkdom” is in de zaken en management wereld ook geen ‘onderwerp’, maar een dogmatische formule, een van de velen, men is verzot op apenformules. In feite krijgt heel dit corporate papegaaien circuit in dit artikel teveel aandacht. Filosofisch gezien stelt het niks voor, men lijdt zelfs aan zwakzinnigheid, de hele kracht ervan berust op ideologisch na-papegaaien, en de macht van het geld, verweven met de politiek.

Er is ook geen ‘strijd tussen transhumanisme en anarchoprimitivisme’, het eerste maakt gebruik van het laatste. De technologie zorgt voor de mogelijkheden voor het pimpen van democratisch ‘anarchoprimitivisme’ (de enige vorm die bestaat trouwens, zie Plato). Simpelweg klassiek, brood en spelen, spelen voor het volk in een moderne variant. ‘Anarchoprimitivisme’ is het subjectivisme ultiem uitbuiten, door moderne sofisten.

“De tragiek van de moderne cultuur ligt nu misschien wel juist hierin dat zij het tragische karakter van haar maakbaarheidsfantasieën niet onder ogen ziet. Misrekening (hamartia), verblinding (atè) voor de tragische realiteit waarin ze verstrikt raken en overmoed (hybris) zijn kenmerkend voor de protagonisten van tragische gebeurtenissen. Ook tijdperken kunnen tragisch worden genoemd in deze zin: niet omdat het handelen wordt gedragen door inzicht in of door een besef van de tragiek van het leven, maar integendeel juist door het ontbreken van dit inzicht. Hoewel de toeschouwers van een tragedie de catastrofe vaak zien aankomen, bereiken de protagonisten van de tragedie dit inzicht meestal pas nadat die zich heeft voltrokken.” (‘De domesticatie van het noodlot’, Jos de Mul, 2014, p. 100)