Het vervalste geweten
4 minuten leestijd
Robert Lemm
Robert Lemm

De pen van Lemm

Robert Lemm schrijft elke week een column over culturele en maatschappelijke onderwerpen.

Het vervalste geweten

Waarom dient men het immorele te tonen?

Religie
Het vervalste geweten
4 minuten leestijd

Ons is de zorg voor de Schepping toevertrouwd, zegt de christelijke politicus. Dat zal best. Maar impliceert die zorg een ‘wereldgeweten’ met bijbehorend zondebesef? Bestaat er zoiets als een collectief moreel bewustzijn binnen wat een ‘Internationale Gemeenschap’ heet, een competent oordelend vermogen om situaties op aarde objectief in te schatten, een soort substituut van de Schepper?

Tussen 1968 en 1972 publiceerde de Club van Rome een rapport met een somber vooruitzicht op wat de samenstellers beschouwen als de ‘toenemende dreiging van vele met elkaar verbonden problemen waartegenover de mensheid zich gesteld ziet.’ Het cruciale probleem is volgens het rapport de gestagneerde groei van de economische welvaart. Daaraan, staat er, schort helaas het nodige. De tekst wemelt van woorden als ‘wereldproblematiek’, ‘wereldmodel’, ‘wereldsysteem’, ‘wereldeconomie’, ‘wereldforum’, ‘wereldcrisis’. Waar horen in dat wereldlawaai u en ik met onze eigen verantwoordelijkheid? Hoe wordt ieder van ons in verband gebracht met al die problemen, met name degenen die het ontwikkelde deel van de aarde bewonen. Hoe en in welke mate zijn wij als afzonderlijke personen medeplichtig aan de honger en de armoede in het onderontwikkelde deel. In onze dagen zondigen wij ook nog tegen het klimaat, door ons vervuilende gas niet te vervangen door schone elektriciteit, door met een vliegtuig of met een auto op benzine te reizen, door vlees te eten. En voorts zondigen we bij een griepepidemie wanneer we ons niet laten vaccineren en zo het leven van onze naasten in gevaar te brengen. Wie stapt daarvoor de biechtstoel binnen?

De Tien Geboden gaan echter niet over voornoemde vergrijpen. De problematiek in het rapport van de Club van Rome en ons rentmeesterschap over de schepping hebben niets van doen met het Gij zult, en Gij zult niet. Daarmee wordt ieder van ons als individu toegesproken, als unieke eenheid, en niet als onderdeel van de menigte. Die oude geboden worden hoogstens in kerken genoemd, en dan nog. Want ook daar heeft het collectivisme toegeslagen. Met bijbehorende wroeging. Moderne christenen hebben zich gevonden in een ecologische c.q. humanistische levensbeschouwing, alsmede in de veelgehoorde roep om sociale rechtvaardigheid. Men hoort zijn afschuw uit te spreken voor co2 uitstoot, autoritaire regimes, het slavernijverleden, discriminatie van minderheden en wat voor onrecht al niet meer. Wie zwijgt, stemt toe. En heeft boter op het hoofd.

In de schaduwen van morgen, 1935

In zijn profetische boek demonstreert onze geestrijke schrijver en cultuurhistoricus Johan Huizinga hoe de kunst van zijn tijd zich heeft bevrijd van de heersende moraal. Ze heeft het traditionele geweten overwonnen, net als tezelfdertijd de nationaalsocialisten. Soms onbewust, maar ook wel opzettelijk, wordt eer bewezen aan het afstotelijke, het onechte en perverse. Het lelijke heeft in de visuele voorstelling of in het beschrevene even veel recht van bestaan als het schone, want kunst dient van het werkelijke leven te getuigen en geen rooskleurig beeld op te hangen. Ze moet daarin juist grensverleggend zijn. Het immorele tonen is eerlijker dan te berusten bij het ethisch karakter. Liefde is gewoon seks.

Wat in het interbellum begon, manifesteerde zich onmiskenbaar na de Tweede Wereldoorlog. Het verleden was niet langer een levende spiegel waardoor het heden zichzelf leert kennen. De oorlog had een breuk geslagen. Alles moest anders. De naoorlogse schrijver W.F. Hermans noemde Huizinga, denigrerend, een ‘pessimist’, in de lijn van die andere pessimist Oswald Spengler. In zijn laatste boek Geschonden wereld, 1943, schrijft Huizinga: ‘het is al meer dan veertig jaar mijn overtuiging dat de reeksen van deugden en ondeugden een van onze kostbaarste denkmiddelen betekenen.’ Wat is daar sinds 1945 van overgebleven in de nu van staatswege gesubsidieerde Kunsten en Wetenschappen?

Dat het geweten een christelijke uitvinding is, zou ik niet durven beweren. Maar dat het door het christendom is verfijnd en tot bloei gekomen, lijkt onomstotelijk. Geen duidelijker voorbeeld dan de Belijdenissen van Augustinus. Waar vinden we in de oudheid een vergelijkbaar geschrift op het punt van de individuele ziel in haar ontwikkeling? Bij Plato bestond al het begrip ziel, maar bij Augustinus krijgt ze vlees en bloed. Heel anders is onze bekentenisliteratuur, die alle kenmerken vertoont van wat Huizinga opviel. Het moreel besef bestaat nog wel, maar getransponeerd naar de groep, of wie de groep vertegenwoordigen.

‘Conscience comes before the Pope’, betoogde John Henry Newman – desondanks heilig verklaard en nu tot kerkleraar uitgeroepen. De kwestie kwam naar boven tijdens het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870), toen de onfeilbaarheid van de paus tot dogma werd verheven. Newman was sinds 1845 van de Anglicaanse Kerk overgegaan naar de Katholieke Kerk. Rome was zeer verheugd, want Newman had als religieus geleerde volgens menig kenner alleen zijn gelijke in Augustinus. Zijn Apologia Pro Vita Sua (Het verhaal van mijn leven, Ned. Vert.) roept diens Confessiones in herinnering. Voor hem is het geweten de stem van God in onze ziel.