Licht in de duisternis
| 10 minuten leestijd
Licht in de duisternis

Licht in de duisternis

De echte betekenis van kerstmis

Leven temidden van dood en duisternis. Geen afleiding door tv, internet of andere moderne luxe. Een duidelijk bewustzijn van de realiteit, de natuur en zelfs glimpen van de bovennatuur. Geen escapisme, wel leven in de schaduw van een gevallen wereld. Leven in schaduw; sterven in schaduw. Altijd staren naar de duisternis in de afgrond. Wandelend door de grot. In de verte, bij het einde van de grot, zien rechtvaardige en wijze personen vaag het bovennatuurlijke licht. Daar lopen ze naartoe. Daar leiden de schaduwen naartoe. De afspiegelingen. Ze trachten de volle waarheid te aanschouwen.

Afgezien van heidense feesten die plaatsvonden rond de kortste dag van het jaar in december– het Scandinavische joelfeest, of het Romeinse Saturnalia, een feestdag die in het teken stond van het eren van Saturnus (een nogal hedonistisch festijn) en Juvenalia, het feest dat de kinderen van Rome eerde – is voor ons, Christenen, 25 december de dag die symbool staat voor de geboorte van de Mensenzoon (Johannes 5:27), de incarnatie van het woord van God, Jezus Christus. Of 6 januari, de datum die door sommige oosterse kerken die destijds onafhankelijkheid van Rome verwierven (waaronder de Armeense) wordt aangehouden als feestdag.

Kerstmis gaat niet om kerstbomen of cadeautjes – het gaat om de geboorte van Jezus (die volgens de vroegste bronnen, ondersteund door recente archeologische vondsten, op 25 december zou hebben plaatsgevonden).12

Historische context: de opbouw naar Kerstmis en eeuwenlang wachten

Wat betekende deze geboorte echter indertijd? De geboorte van de lang beloofde Messias. En wat hield de komst van de Messias in voor de Israëlieten van die tijd? Hoop op de komst van de Messias was in de periode voor de geboorte van Jezus telkens sterker gaan leven. Het concept van de Messias dateerde van vóór de Romeinse bezetting. Profetische literatuur uit de late Eerste Tempelperiode had al de basis gelegd met teksten als ‘de lijdende dienaar’ en het ‘licht voor de heidenen’ (in Jesaja)3 en tijdens de Tweede Tempelperiode waren deze thema’s duidelijk uitgekristalliseerd.

De Messias was een speciale profeet. Meer dan dat zelfs. Hij zou heersen als vertegenwoordiger van God in de laatste dagen.4 Een rechtvaardige koning over een speciaal rijk. In apocalyptische literatuur werd de Messias vaak specifiek neergezet als een hemels persoon, een brenger van de eindtijd, die het kwaad zou overwinnen en een ‘nieuwe hemel en nieuwe aarde’ zou brengen, wat gepaard zou gaan met een lichamelijke wederopstanding van de rechtvaardige gelovigen en een algemeen oordeel over de levenden en de doden. De Messias werd in Enoch zelfs beschreven als een persoon die al bestond in de hemel bij de Heer der Geesten.5

Rechtvaardigheid en onrecht betekenden in die tijd nog echt iets; het waren niet louter politieke termen. Mensen dachten niet dat hen onrecht werd aangedaan omdat hun identiteitsbeleving of gevoelens niet bevestigd werden, of omdat ze geen basisinkomen kregen. Slachtoffer zijn van onrechtvaardigheid betekende zaken als moord op familieleden, diefstal, uitbuiting, onterechte vervolging.

De meeste mensen erkenden het bestaan van goed en kwaad. Alhoewel definities op bepaalde punten per cultuur en traditie verschilden. Relativisme bestond echter vrijwel niet. Wel domineerde het recht van de sterkste in meer barbaarse samenlevingen. Bijgeloof was ook sterk aanwezig binnen veel religies. Vrees voor dingen die ‘ongeluk’ zouden brengen. Ook slechte geesten en demonen kwamen veelvuldig voor. De meeste religies kenden echter geen rechtvaardige of almachtige God. De Griekse en Romeinse goden zijn zelfs berucht om hun perversies en wreedheden.

De Mozaïsche wet was gericht op reinheid en de juiste weg naar God en keerde zich tegen uitspattingen en wreedheden die in het tweede millennium voor Christus domineerden. Tijdens het Tweede Tempel-jodendom werd er sterker gefocust op de oorsprong van de zonde, de invloed van demonen en de beschadiging van de mensheid.6 Kwaad van buitenaf en van binnenuit. Het boek ‘Het leven van Adam en Eva’ beschreef de hoogmoed van Lucifer, zijn val en hoe hij daarna de eerste mensen misleidde. Het boek van Enoch, gecomponeerd rond 300 v. Chr., beschreef specifiek de latere val van een groep engelen en wachters zoals Samyaza, die de mensen specifieke zonden leerde zoals astrologie, magie en abortus.7

De Messias vertegenwoordigde dus de hoop op een reiniging van de wereld van kwaad en onrechtvaardigheid, zaligheid voor rechtschapen gelovigen en zelfs de bekering van niet-Joodse volkeren tot het ware geloof. De hoop op de Messias was hoop op het licht van de waarheid en de gerechtigheid, dat mensen uit de duisternis van dwaling, onwetendheid, zonde en de gevolgen daarvan (lijden en dood) zou bevrijden.

Althans, licht, voor degene die goed en rechtvaardig geleefd heeft.

Enochische profetieën, apocalypsen en straf van de kwaadaardigen

Dat goede, dat leren we van Enoch; dat we elkaar onderwijzen en begeleiden. Echter niet onderwijzen zoals Samyaza of Azazyel, door te verontreinigen wat gegeven en heilig is. Dat we ons weerhouden van ontucht of onzuiverheden. Zo niet dan worden ook wij gestort in onze eigen woestijn van Dudael, of worden we gepijnigd in de diepten van het eeuwig brandende vuur. Het licht van waarheid en puurheid tegenover de duisternis van de leugen en verdorvenheid. Waar Enoch op mysterieuze manieren over spreekt, is wat precies de beloning is voor de rechtvaardigen. De boodschap is echter duidelijk dat God corruptie, misdaden of lijden weliswaar tolereert, maar niet voor eeuwig. Voor de slechten en goddelozen staat uiteindelijk weinig goeds te wachten.

Het duistere, het eeuwige vuur, de diepste grotten van Hades (Sjeol), dat is het lot dat de onrechtvaardigen, de ‘wicked’, is beschoren. (Latere christenen zouden de permanente gevangenis in Sjeol/Hades voor de verdoemden waarschijnlijk aanduiden als de Hel). Het is wachten tot de dag des oordeels, tot de geheimen der rechtvaardigen worden onthuld, de zondaars worden veroordeeld, de goddelozen worden verjaagd uit de aanwezigheid van de rechtvaardigen en uitverkorenen. Vanaf dan zal de aarde niet meer machtig zijn, niet meer worden geregeerd door de machtigen en de koningen, maar zal de aarde in de handen van de rechtvaardigen en heiligen vallen.

Voor hen die goed zijn stond de ‘boezem van Abraham’ te wachten.8 Niet de hemel, aangezien deze plek geen huis was voor ons stervelingen. Buiten Enoch zelf, en later Elia, die niet stierven maar werden weggenomen, was er geen andere sterveling ooit naar de hemel gegaan; zelfs Jezus heeft dit bevestigd in Johannes 3, vers 13.

De hemel bleef een mysterieuze en extreme plek, die geenszins menselijke bewoners toestond. God’s huis bestaat uit ijs en vuur; beide extremen die kennelijk naast elkaar bestaan. En huizen, die niet lijken op de onze; de ene nog grootser dan de ander. En bergen. En een troon, die brandt door eeuwig vuur, maar gemaakt is van ijs.

Er werd gesproken in Enoch over plekken die waren voorbereid voor de heiligen, maar in die tijd ging niemand daarna toe na zijn of haar dood. De mens was te gevallen en onrein. Dat zielen na de dood naar de Sjeol en niet de Hemel gingen, zien we terug in vele werken uit de Tweede Tempelperiode waaronder Sirach, 2 Baruch, de Apocalyps van Zefanja, 4 Ezra en pseudo-Philo.910

Ook de oude Grieken geloofden dat gewone, zelfs goede, mensen alleen maar naar de Hades gingen. Naar een schimmenwereld zonder hoop op een wederopstanding of een Messias.[11] De kwaadwillenden werden gestraft in Tartarus.11 Ook de Grieken kenden een traditie over de erfzonde. Het pythagorisme, en later het middenplatonisme van Plutarchus, spraken over de zone van de voorouderlijke Titanen die de mensheid hadden gecorrumpeerd.12

Degenen die het lich volgden en zij die in de duisternis volhardden stond, en staan, passende volgende levens te wachten in respectievelijk het licht van de zaligheid of de duisternis van de verdoemenis. Meteen na de dood, in ieder geval in incomplete vorm, en indien het niet volledig was, dan alsnog bij het eindoordeel. Goed overwint het kwaad.

Het licht gepersonifieerd in Christus

Maar niet alleen in deze context kan de tegenstelling tussen het duister en het licht worden uitgelegd en uitgewerkt. Enoch helpt ons min of meer te begrijpen wat het licht en het duister betekent. Maar het kan ook, zoals we eerder al enigszins hebben belicht, speciaal zo worden uitgelegd dat de geboorte van Jezus Christus (verwekt op 25 maart, 9 maanden later geboren, derhalve 25 december zijnde eerste kerstdag) op deze aarde de ultieme komst van het licht betekende; wat juist voor dit specifieke onderwerp meer belang en nadruk verdient. De hoop op het Licht, op Waarheid, rechtvaardigheid en beloning voor de rechtvaardige gelovigen die volharden, die belichaamd als menselijke persoon op aarde verschijnt, in alle helderheid als herder, profeet, hogepriester en koning. Alleen in Hem krijgt de overwinning van rechtvaardigheid over de duisternis en de verlossing van de rechtvaardigen betekenis. In de messias, de Mensenzoon, de geprofeteerde Zoon van God, het ‘vleesgeworden’ Woord, de Logos.

Het traditionele christelijke kerstfeest kan worden aangemerkt als een feest dat in haar meest diepe wortels gaat om de komst van het licht in de duisternis; hetzij zoals het al gekomen is middels de geboorte van Christus, hetzij zoals dat licht zal wederkeren in de vorm van het eindoordeel: het onvermijdelijke licht, dat alles zichtbaar maakt en dat daarmee tegelijkertijd berouwloze, verharde zondaren verbant naar de duisternis.

Of misschien allebei? Kerstmis viert de komst en misschien ook de verwachting van de wederkomst. Wanneer christenen wachten op de wederkomst lijken ze op de Israëlieten die wachtten op de komst van de Messias. Met dit verschil dat ze dus wel al bekend zijn met het licht door Zijn komst ongeveer 2000 jaar geleden. Christenen kijken niet alleen vooruit naar het licht maar ook juist terug naar Hem en Zijn leven en leer.

En zo heeft kerstmis, feestdag van de komst van het licht op aarde, een soort centrale rol toegekend aan de tegenstelling licht versus donker, of het zichtbare versus het onzichtbare, (wat in principe soortgelijke tegenstellingen zijn, die ook grote overlappende betekenis kennen; want het donkere is het onzichtbare en vice versa). In de Ethiopische versie van het Boek van Enoch wordt zelfs een hoofdstuk gewijd aan God als zijnde ‘de brenger van het licht’. En ook wordt voortgeborduurd op de beloning die de rechtvaardigen krijgen: voor hen is er licht.

Zo luidt hoofdstuk XXXVIII van Enoch: ‘The Parables’:

  1. “When the congregation of the righteous shall appear, And sinners shall be judged for their sins, And shall be driven from the face of the earth:
  1. And when the Righteous One shall appear before the eyes of the righteous, whose elect works hang upon the Lord of Spirits, and light shall appear to the righteous and the elect who dwell on the earth, where then will be the dwelling of the sinners? And where the resting-place of those who have denied the Lord of Spirits? It had been good for them if they had not been born.”

Conclusie

Om deze reden is kerstmis meer dan een hedonistisch winterfeest, waar glühwein gedronken wordt, en cadeautjes via de schoorsteen onder de kerstboom komen te liggen, wachtende om uitgepakt te worden – afkomstig van de kerstman uiteraard. We worden er tijdens deze dagen juist weer aan herinnerd dat het licht iets is om na te streven, en dat we vieren dat eens op deze dag het licht is gaan schijnen in de wereld. En dan zie je je familie en dierbaren om je heen. Ineens weet je weer waarvoor je het allemaal doet. Waarvoor het allemaal bestaat. En ook waar het naartoe hoort te gaan.

De komst van het licht der wereld, waarbij Jezus in een wereld kwam die voorheen verduisterd was door zonde; de wereld waaraan hij het licht van leven en waarheid schonk. Hij die middels zijn werk en woorden mensen liet vertrouwen, en bovendien wandelen in het licht.


  1. Dave Amstrong, Hippolytus (Early 3rd c.) & a December 25th Christmas↩︎

  2. EWTN S, Wanneer werd Jezus geboren?↩︎

  3. Midrash Ruth Rabbah. ↩︎

  4. Encyclopedia of Religion, Messianism: Jewish Messianism↩︎

  5. Jewish Encyclopedia, Messiah↩︎

  6. Annette Yoshiko Reed, Fallen Angels and the History of Judaism and Christianity: The Reception of Enochic Literature↩︎

  7. Boek van Enoch, de Parabalen 69. ↩︎

  8. F. Preisigke, Sammelbuch Griechischer Urkunden aus Aegypten↩︎

  9. Ezra, 7:24-34 ↩︎

  10. Sirach, 17:27-28 ↩︎

  11. Homer, Iliad, 8.17 ↩︎

  12. Dannu Hütwohl, Plato’s Orpheus: The Philosophical Appropriation of Orphic Formulae↩︎

Yeshua is niet geboren op 25 december. Dat is een stukje geschiedvervalsing geweest om het Germaanse (niet “Scandinavisch”) Joelfeest te verdringen. En de auteur weet niet eens de elementen uit de inheems Europese tradities en mythes te scheiden van de Judeo-Christelijke. Het thema van licht in de duisternis en de wederkeer zijn evident thema’s afkomstig van de winterzonnewende, en heeft valt niet te herleiden naar de geprofetiseerde geboorte van een Mashiach. Zelfs een katholieke apologeten, zoals Jos Schrijnen, erkennen dit alles. Bovendien is het concept van ‘zonde’ vreemd aan eenieder die nog Indo-Germaans van geest is. Wij Europeanen zijn geen pathetisch zandvalk uit het nabije oosten. Wij aanbidden niet de Jaloerse. Heil!