Overpeinzingen van een boekenliefhebber
3 minuten leestijd
Luca de Clippelaar
Luca de Clippelaar

Clippelaars Credo's

Luca de Clippelaar, dichter van de manosfeer, schrijft om de week een column over cultuur en politiek.

Overpeinzingen van een boekenliefhebber

Pleidooi voor een levende intellectuele cultuur

Cultuur
Overpeinzingen van een boekenliefhebber
3 minuten leestijd

Voor het vak Nederlands haalde ik op de middelbare school met enorme moeite vaak niet hoger dan een 6. Hoe goed ik ook studeerde, en hoeveel oefentoetsen ik ook maakte; de spellingsregels en begrijpend-lezen-strategieën wilde maar niet in mijn hoofd blijven hangen. Het onder de knie krijgen van een taal heb ik altijd lastig gevonden. De harde wetenschappen lagen mij veel beter. Ik had er daarom ook enorm de pest in om naar Nederlandsles te gaan. Het voelde als een betuttelende vernedering. Omdat ik niet wilde zakken voor het centraal examen Nederlands, besloot ik om voor het eerst in mijn leven vrijwillig Nederlandse boeken te lezen, opdat ik beter in begrijpend lezen zou worden. En met succes: ik ronde het examen af met een 8 en behaalde mijn gymnasiumdiploma. Als neveneffect was ik volledig verslingerd geraakt aan boeken.

Zo’n zeven jaar later is het lastig te omschrijven waarop ik mij nog zo verheug wanneer ik aan een nieuw boek begin. Het is voor mij een gewoonte geworden om te lezen, meestal voordat ik ga slapen. Waarschijnlijk heeft mijn liefhebberij met het medium zelf te maken: het boek. Er is iets rustgevends aan de lineariteit van een boek, aan het omslaan van de bladzijden. In een wereld gedomineerd door schermen is het fijn om iets voor ogen te hebben dat rust uitstraalt in plaats van kil blauw licht. Een boek kan troost geven. De jaren 2020 en 2021, gedomineerd door massahysterie en collectieve angst, waren de saaiste en vervelendste jaren uit mijn leven tot nu toe. De dagen waren grijs en benauwd, maar ik wist dat er aan het eind van de dag weer een boek op mij zat te wachten. Ik las Moby-Dick en de Ilias. Ik las Die Leiden des jungen Werthers en De Idioot van Dostojevski. Die verhalen sleepten mij erdoor. Hoe vervelend en saai de dag ook was, Melville lag thuis op mij te wachten met romantische epos over de walvisvaart. Werkelijk niets kon dan nog mijn humeur verpesten.

Mijn liefhebberij voor boeken begint de jaren erna uit te dijen en neemt immense proporties aan. In mijn woonkamer laat ik boekenkasten zetten die week na week steeds voller raken. Zodra de planken vol zijn, leg ik de nieuw gekochte boeken als bakstenen horizontaal op de oude. Zo metsel ik de planken helemaal dicht. Ik lees iedere week een boek uit en word chagrijnig als het me niet lukt dit papieren dieet vol te houden. Ik moet sneller lezen en meer en exotischer: er zijn nog zoveel schrijvers waar ik alleen maar van gehoord heb… ik wil hun stijl proeven, hun woorden drinken en verzwelgen in hun opgetuigde letterwereld.

Haast niemand leest meer in Nederland en als men leest is het hoogstwaarschijnlijk de bocht die de Correspondent of Lale Gül publiceert. Dat is niet alleen reuze jammer, maar ook tragisch. Nederland, het land waar eens schrijvers van heinde en verre naartoe kwamen om hun boeken te publiceren, vervalt langzaam in analfabetisme en achterlijkheid. Hoeveel procent van de bevolking kan daadwerkelijk nog ‘lezen’, neemt nog de moeite een boek te begrijpen, kauwt wel eens op een lastig en klassiek werk? Ik denk dat het getal schrikbarend laag is, en vooral onder de ‘hoogopgeleiden’. Een levende intellectuele cultuur, zoals die bijvoorbeeld bestond in Weimar rond 1800, kan alleen bestaan wanneer er een publiek is dat het werk leest dat gecreëerd wordt. Je kunt wel een Goethe of Schiller hebben rondlopen in je taalgebied, maar wat heb je eraan als niemand hun werken leest?