Pantheïsme, gelijkheid en democratie
Het universum als hulpbron
Religie
Regelmatig hoor je mensen zeggen dat ze iets danken aan, of juist niet gekregen hebben van het Universum. Het Universum is wat onze levens schikt.
Mensen werden ooit wetenschappelijk omdat zij in de Natuur een Wet verwachtten, en die verwachting steunde op hun geloof in een Wetgever. Bij moderne wetenschappers bestaat die Wetgever niet meer. De vraag is nu hoe lang hun vertrouwen in de gelijkheid zal standhouden. Ik ontleen deze gedachte aan de mediëvist C.S. Lewis.
Het universum, ook wel de kosmos, of de onbegrensde uitgestrektheid is thans niet, zoals vroeger gedacht, een attribuut, maar een surrogaat van God. De Deus sive Natura (God oftewel de natuur) van de filosoof Spinoza blijkt dat te bevestigen. Daarmee nemen we afscheid van niet alleen het christendom, maar ook van het jodendom en de islam. Want die nemen achter de natuurwetten een Wetgever aan.
Onder moderne filosofen en hoog opgeleiden wint het geloof in het Universum steeds meer terrein. Het staat voor een kracht of energie die maakt dat alles om bepaalde redenen gebeurt, met inbegrip van onze persoonlijke ontwikkeling, dan wel van onze stagnatie. Verklaart men zich tot universalist, dan is niet alleen het monotheïsme van de baan, maar ook het oudere idee van Aristoteles - die ter verklaring van de bewegende materie een Onbewogen Beweger aannam, een Eerste Oorzaak, waarin de filosoof Thomas van Aquino een voorafschaduwing zag van de geopenbaarde God.
Steun
Reactionair
Help ons onafhankelijk te blijven. Doneer en steun de publicatie van vrij en onafhankelijk gedachtegoed.

C.S. Lewis voert het universalisme terug tot het pantheïsme. Het pantheïsme stelde dat de godheid zonder onderscheid is uitgespreid over zowel het kwade, als het goede. Het is te vergelijken met hoe marmer zowel ether als slijk absorbeert. Voor de christen is dit te simpel. God is aanwezig op heel veel verschillende manieren. Hij is niet op identieke wijze aanwezig in de materie, als in de mens; en Hij is niet in iedereen op dezelfde wijze aanwezig als in sommigen; en in geen enkel mens is Hij aanwezig zoals in Jezus.
Het pantheïsme is, aldus Lewis, de meest primitieve van alle godsdiensten. Het is onheuglijk in India. De Grieken stegen er alleen bovenuit in hun hoogste piek, in het denken van Plato en Aristoteles: hun nakomelingen vielen terug in het nagenoeg pantheïstische systeem van de stoïcijnen. Het moderne Europa ontsnapte eraan zolang het overwegend christelijk bleef. Met Giordano Bruno en Spinoza keerde het terug. Met Hegel werd het de standaardfilosofie van wie universitair onderwijs hebben genoten, terwijl de meer populaire versie van Wordsworth, Carlyle en Emerson dezelfde leer toegankelijk maakte voor de minder knappe koppen. Onze breinen zuigen het pantheïsme zo sluipend op dat we mogen stellen dat mens er van nature toe geneigd is.
De moeite die onderzoekers zich getroosten om in de Natuur of het Universum gelijkheid te vinden, blijft vooralsnog onbeloond. Een bruikbare oplossing biedt volgens Lewis de theologie - die de wetenschapper vrij laat om zijn hypothese te toetsen, terwijl ze de christen laat doorgaan met bidden.
De pantheïstische universalist heeft geen behoefte aan de Bijbel. Die is hoogstens nog interessant voor verspreide literatuurliefhebbers. Wat immers heeft de Menswording nog te zeggen voor wie er zeker van zijn dat alles naar de knoppen gaat, of dat juist alles beter wordt; of dat alles God, dan wel elektriciteit is. Het uur van de waarheid komt pas wanneer al die overtuigingen het af laten weten.
Of de Natuur een Moeder heeft, laten we in het midden. Of het Universum een bewustzijn heeft, is open voor speculatie. Het bewustzijn zou eventueel zijn samengesteld uit de partikels van alle breinen die sinds mensenheugenis hebben toebehoord aan de overledenen.
Een opportune bijkomstigheid is dat wij aan dat oude pantheïsme het meest geavanceerde bestuur op aarde danken: de Democratie. De Amerikaanse dichter Walt Whitman verheerlijkte medio negentiende de Gelijkheid, inclusief Diversiteit in zijn Song Of Myself en Leaves Of Grass. Een eerbetoon aan The Land Of The Free, Moeder van de Democratie. Wij zijn als grassprietjes die ontstaan en vergaan, maar de Natuur blijft bestaan.
De totale onwetendheid met betrekking tot de cultuur en de beschaving waaruit het Westen is voortgekomen lijkt op de spreekwoordelijke vis waarvan de kop honderden jaren geleden begon te rotten om gaandeweg het hele lichaam aan te tasten. Vertrouwdheid met de canon van klassieken - elke eeuw tot aan de onze heeft er enkele - die een paar generaties geleden in het hoger onderwijs nog werd aangemoedigd of zelfs verondersteld, is niet meer. Het eigentijdse heeft het oude en andere verzwolgen. Men is overgegaan tot de orde, dan wel de waan van de dag. Maar dat is wat de journalistiek al doet, daar heb je geen universiteit voor nodig.

