Pour Quentin
Over links geweld en heldenmoed
Politiek
Content, je perdrai la vie,
Je m’en fous, j’aurais vaincu
Quand on meurt pour la Patrie
N’a-t-on pas assez vécu?
Uit La ligue noire, het strijdlied van Lyon toen de stad tussen juni en november 1793 in opstand kwam tegen de Franse Revolutie.
Lyon, donderdag 12 februari 2026, het Collectif Némésis, een actiegroep van jonge Franse vrouwen die opkomen voor hun vaderland en hun veiligheid, demonstreert bij een bijeenkomst op het Institut d’études politiques de Lyon waar de linksradicale, Palestijns-Koerdische Europarlementariër Rima Hassan spreekt. Hun boodschap: Islamo-links weg van onze universiteiten. De dames zijn niet alleen. Het wemelt rond de universiteit van de tegenstanders. Een meute opgefokte tieners en twintigers bestaande uit zelfingenomen linkse studentjes en hysterisch kakelende wichtjes met neusringen valt hen lastig. In de linkse menigte lopen ook sinisterdere types, opgeschoten jongemannen met hun capuchon ver over hun ogen, verstevigde vechthandschoenen aan en pepperspray op zak. Zij maken deel uit van een 40-koppig gezelschap uit de koker van Hassans partijgenoot en parlementslid voor Avignon Raphaël Arnault, de AntiFa-knokploeg Jeune Garde. Ze zijn niet, zoals de studentjes, gekomen om te sleuren, te tieren en te dreigen. Ze zijn bij de universiteit voor een gerichte aanval.
Het enige dat tussen de links-extremistische belagers en de vrouwen van Némésis staat zijn 15 rechtse jongemannen. Ze zijn aanwezig om in te grijpen, mocht het nodig zijn, mocht het mis gaan. In feite gaat het onmiddellijk al mis, nog voor de demonstratie goed en wel begonnen is. De AntiFa’s dringen zich joelend op, grijpen een 19-jarige activiste van Némésis bij de keel en smijten haar op haar rug.1 Een ander lid van de actiegroep wordt omsingeld en vastgehouden door een sleurende, krijsende massa.2 Dat lafhartige geweld is pas het begin. Na afloop van de lezing en de demonstratie opent Jeune Garde de aanval. De 15 jongemannen springen in de bres om de vrouwen te beschermen. In de daaropvolgende mêlee wordt de groep uiteengeslagen. Een drietal van hen raakt geïsoleerd in een zijstraat, waar een stuk of twintig gemaskerde linksextremisten hen opjaagt.
Het drietal wordt door hun belagers tegen het koude, natte asfalt getrapt. De voorbereide en ervaren aanvallers rammen en trappen op de jongemannen in, herhaaldelijk, hard en doelbewust op het hoofd. Zo goed en zo kwaad als het gaat beschermen de jongens zich tegen de klappen. Een van hen weet zich uit de voeten te maken. De andere twee liggen op straat tot de antifascisten aftaaien.3 De een helpt de ander omhoog. Zijn vriend, de 23-jarige Quentin uit Bourgoin-Jallieu, een provinciestadje 35 kilometer van Lyon, is er slecht aan toe. Hij raakte met zijn hoofd hard het asfalt en had zich nauwelijks kunnen verdedigen.
De twee vallen terug op een zijstraat, maar Quentin verliest het bewustzijn. Hij moet naar het ziekenhuis en snel. Daar blijkt de toestand ernstig, de jongeman heeft grootschalig hersenletsel. De doktoren brengen hem in coma en verklaren hem hersendood. De priester komt. Quentin ontvangt het laatste sacrament. Daarna is hij tussen leven en dood, de feitelijke situatie verdient een ander woord: vermoord.
Wie was Quentin? Een oprechte jongeman, een keurige jongeman ook. Hij had geen strafblad, was niet van het soort dat elk weekeinde zijn politieke tegenstanders op straat opzocht voor een robbertje vechten. In plaats daarvan richtte hij zich op het goede, het ware en het schone. Dat vond Quentin in het katholieke geloof, waar hij zich toe bekeerde en waar hij ook zijn ouders naar terug leidde. De parochie was een groot deel van zijn leven, daarbij studeerde hij wiskunde, hield hij zich bezig met filosofie en speelde hij tennis.4 Hij was een jongeman zoals er in Frankrijk duizenden zijn: een eerlijke, eerbare man, wel een idealist, geen dromer, geen radicaal, maar een goede vaderlander, iemand die toen het erop aankwam stond voor zijn principes en er zelfs voor stierf. Dat is het soort man dat altijd de ruggengraat van een functionerende samenleving, van elke vorm van beschaving, vormt.
Hij was in alles het tegendeel van zijn belagers: de massa van schreeuwlelijken, ondermijners, hele en halve psychopaten, mentale en fysieke gehandicapten, buitenbeentjes en buitenlanders; los, vervuild zand verenigd door hun haat voor eerlijk gesteente, het slag wezens dat altijd de communistische rangen vult.
Daders
Wie het precies was die Quentin uit het leven trapte en sloeg is het terrein van de recherche en uiteindelijk de rechter. Vanuit het nationalistische kamp worden de namen van drie bekende Lyonaisse AntiFa-terroristen genoemd: Jacques-Élie Favrot, Adrian Besseyre en Lelio Le Besson.5 Zijn zij schuldig? Het zal moeten blijken. Uiteindelijk is het ook slechts zijdelings relevant wie het geweld toepaste. Van veel groter belang is wie de moord op Quentin mogelijk maakte, wie het geweld accommodeerde, legitimeerde en aanstuurde. Twee van die daders zijn hierboven al genoemd: Rima Hassan en Raphaël Arnault. Arnault was in 2018 een van de medeoprichters van Jeune Garde en was jarenlang woordvoerder voor de groep. Hij was in het verleden regelmatig betrokken bij aanvallen op rechtse actiegroepen. Een eerdere aanval op Collectif Némésis zorgde er zelfs voor dat de inlichtingendienst Arnault in 2021 als gevaar voor de staatsveiligheid aanmerkte.6 Dat was geen reden dat hij niet, net als Hassan, politiek onderdak kon vinden bij La France insoumise, de linksradicale partij van meervoudig presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon. Inmiddels zijn beide voor deze partij volksvertegenwoordiger.
LFI is naar praktisch iedere maatstaf de derde partij van Frankrijk, de grootste linkse partij en ook de leidende linkse partij. Bij de presidentsverkiezingen van 2022 was partijleider Mélenchon de derde kandidaat met 21,95% van de stemmen en de LFI-fractie in de Assemblée nationale, het Franse parlement, is de grootste na de fracties van Le Pen en Macron. Die grote fractie in de Assemblée heeft LFI te danken aan de vorming van het Nouveau Front populaire, een alliantie van alle partijen van extreem- tot centrumlinks voor de parlementsverkiezingen van 2024. In deze coalitie was LFI het zwaargewicht. De centrumlinkse partijen, zoals de grote, oude, sociaaldemocratische Parti socialiste accepteerden dit verbond zonder enige huivering. De aanwezigheid binnen LFI van figuren als Arnault en kompanen7, die openlijk straatgeweld gebruiken om hun politieke tegenstanders het zwijgen op te leggen, was voor hen geen probleem. Sterker nog, Jeune Garde werd als organisatie (!) integraal opgenomen in het NFP. Raphaël Arnault werd niet weggestopt, maar juist als kandidaat naar voren geschoven in het eerste kiesdistrict van Vaucluse, dat de stad Avignon beslaat. Gezien Arnault’s status als staatsgevaarlijk individu was er wel kritiek op zijn kandidatuur. Om linkse kiezers in Avignon een alternatief te bieden presenteerde een ander LFI-lid zich als tegenkandidaat. De NFP weigerde hem te steunen en ook de kiezers voelden niet de noodzaak om de Jeune Garde-chef af te straffen voor zijn straatterreur. De tegenkandidaat kwam niet in de buurt van de tweede ronde, die Arnault vervolgens met een vrij ruime meerderheid won. Nagenoeg alle kiezers die in de eerste ronde op de tegenkandidaat stemden, schaarden zich in de tweede ronde alsnog achter de officiële LFI-kandidaat.
Steun
Reactionair
Help ons onafhankelijk te blijven. Doneer en steun de publicatie van vrij en onafhankelijk gedachtegoed.

De enige conclusie die uit al deze feiten kan worden getrokken is dat er in Frankrijk geen centrumlinks bestaat. Er is geen grens tussen de figuren die op straat een jongeman doodschoppen omdat hij rechts is en de linkse volksvertegenwoordigers en parlementair medewerkers in Parijs, geen grens tussen sociaaldemocraten en linksradicalen, geen bezwaar onder kiezers om te stemmen op staatsgevaarlijke individuen. Niemand binnen links vond de aanwezigheid van gewelddadige extremisten een breekpunt voor samenwerking. Iedereen werkte er willens en wetens, het moet worden gesteld, expres, ja dikwijls zelfs gretig aan mee om geweld tegen rechts mogelijk te maken, te legitimeren en te verdedigen. De gehele Franse linkerflank is schuldig aan de moord op Quentin: degenen die hem doodtrapten, hun in het parlement zetelende hoofdman, zijn broodheer Mélenchon, Mélenchons collaborateurs, van trotskisten tot sociaaldemocraten en ecologen en alle kiezers die op hen hebben gestemd. Ze weten allemaal hoe de vork in de steel zit, ze vinden het allemaal prima, ze hebben het allemaal goedgekeurd, herhaaldelijk bevestigd en recht gepraat. Wie op sociale media zit, ziet ze het nu weer recht praten.
Kunnen we nog leven met links?
Wanneer we het hebben over de linkse verantwoordelijkheid voor de moord op Quentin, dan hebben we het niet over een incident en ook niet over een Frans fenomeen. Een zeer soortgelijke dynamiek in de Verenigde Staten maakte de moord op Charlie Kirk mogelijk. Het grote verschil is natuurlijk dat de Kirk-schutter, noch zijn chef8, in het Huis van Afgevaardigden zat, maar daarmee houdt het ook wel ongeveer op. De linkse reacties in de politiek, de media en de instituties lijken in beide gevallen als twee druppels water op elkaar. Steeds weer zien we links schijnheilig weigeren conclusies te trekken tot de autoriteiten dat voor ze hebben gedaan, weer zien we hen zoeken naar verzachtende omstandigheden, jij-bakken lanceren, smalend de rechtse woede belachelijk maken en zelfs openlijk en lachend de moord vieren.
Dit is niet vreemd, het is geen uitzondering, uitspatting of gril, het is cultuur. We zouden die cultuur kunnen toekennen aan polarisatie of de politieke traditie van Frankrijk en Amerika, maar feit is dat op rechts niets te bespeuren is van deze breed gedragen goedkeuring van politiek geweld.9 Het Rassemblement national distantieert zich aan de lopende band van de toch zeker ook bestaande rechtsradicale straatvechters. Toen de Franse Minister van Binnenlandse Zaken tijdens de verkiezingscampagne van 2024 besloot de GUD, een prominente studentenvereniging annex extreemrechtse knokploeg, te verbieden, gaf Jordan Bardella in een interview aan het met die ingreep eens te zijn. Het contrast kon niet groter, terwijl rechts volmondig steun uitsprak voor het oprollen van gewelddadige radicalen van de eigen flank, liet links ze verkiezen tot het parlement.
Feit is ook dat de linkse geweldscultuur supranationaal is. Niet alleen steken opvattingen over de toelaatbaarheid van politiek geweld organisch de grens over, internationale, linkse koepelorganisaties bevorderen dit ook. De Linkse Fractie in het Europees Parlement steunt en ondersteunt openlijk het netwerk dat in februari 2023 rechtsradicalen in Boedapest de hersens insloeg met knuppels, rubberen hamers en uitschuifbare wapenstokken.10 Het officiële twitteraccount van de fractie noemde het fysiek aanvallen van rechtse activisten nog geen twee weken geleden een “democratische plicht”.11 Een van de hoofdverdachten uit Boedapest, Ilaria Salis, werd door de Italiaanse Alleanza Verdi e Sinistra, de Groen-Linkse Alliantie, op een verkiesbare plek voor het Europarlement gezet zodat ze middels parlementaire immuniteit haar straf kon ontlopen. Salis zetelt in de Linkse Fractie, naast, het zal u niet geheel verbazen, ambtsgenoten van LFI, waaronder Rima Hassan, de Italiaanse Vijfsterrenbeweging, de Duitse Linke en de Nederlandse Partij voor de Dieren. De andere leden van de Groen-Linkse Alliantie, die vanwege het optuigen van een constructie waardoor een straatterroriste onder haar straf uitkwam toch ook niet vrijuit gaan, zetelen naast ons eigen GroenLinks in de Groene fractie, onder het toeziend oog van Bas Eickhout. GroenLinks fuseert met de PvdA, in Nederland noemt men dat het “brede midden”. Er is geen verschil tussen extreem- en centrumlinks.
Hacen guardia sobre los luceros
De moord op Quentin zal het tij niet keren. Hij is niet de eerste en niet de laatste uit ons kamp die zal worden vermoord omdat hij een goede man was, omdat hij principes had, omdat hij ons wereldbeeld deelde. Misschien dat het bloedvergieten een enkeling de ogen opent en partij doet kiezen, maar gezien het karakter van de burgerman hoeven we ons geen illusies te maken. Als onze volkeren, onze landen en onze culturen worden gered, als het linkse beest wordt verslagen, dan is het door het werk en de opofferingsbereidheid van mannen als Quentin. Wie sterft als hij, in de strijd, sterft niet. Die neemt slechts zijn plaats in tussen de kameraden die waken over de sterren. Allemaal staan ze daar aangetreden, de doden van een 250-jarige strijd tegen de linkse hydra. De Vendéeaan schouder aan schouder met de Squadristi, de Requeté met de Witte Gardist, Andreas Hofer met Ramiro de Maeztu, Bob Dellemijn met Sergio Ramelli. Granieten gestalten, zwijgend, wakend en manend zijn zij aanwezig bij ons werk.
Pas op de laatste dag, wanneer wij gewonnen hebben, zullen zij heen gaan en aanschuiven aan het het eeuwig banket. Wat zullen daar een verhalen worden verteld. Tot die dag zingen wij, met La ligue noire:
Nous ne voulons plus de paix
Que tous les brigands du monde
Soient aux pieds des lyonnais
Valeurs actuelles, Action de Némésis à Lyon : ce que l’on sait de l’agression du militant identitaire entre la vie et la mort, la Jeune Garde désignée ↩︎
De Franse inlichtingendienst kent staatsgevaarlijke individuen een Fiche S tussen de 1 en 15 toe, waarbij 1 het minst en 15 het meest gevaarlijk is. Arnault is 3 Fiche S. ↩︎
Arnault stelde toen hij verkozen werd de verdachte Favrot aan als persoonlijk medewerker en liet verdachte nummer twee Besseyre stage lopen bij de LFI-fractie. ↩︎
Hij had dan ook, geheel naar Amerikaanse stijl, geen chef, geen kameraden, noch was hij lid van een organisatie. ↩︎
Feit is ook dat het doodschieten van politieke commentatoren geen Amerikaanse politieke traditie is, straatgevechten tussen links- en rechtsextremistische knokploegen wel een Franse. ↩︎
Wikipedia, Budapest Complex ↩︎

