Reactionaire verzetsstrijders en slachtoffers
12 minuten leestijd

Reactionaire verzetsstrijders en slachtoffers

Van nazisme zowel als communisme

Geschiedenis
Reactionaire verzetsstrijders en slachtoffers
12 minuten leestijd

Wij vieren op 5 mei bevrijdingsdag, terwijl andere Europese landen 8 mei als V-dag vieren. Prachtige feestdagen die herdenken hoe Nederland, evenals België, Luxemburg, Denemarken en Noorwegen bevrijd werden van het nazisme.

Tegelijkertijd was het wel een onvolledige overwinning, omdat Oost-Europa bezet werd door de voormalige bondgenoten van de nazi’s. Voor de Baltische staten, Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Roemenië en Bulgarije begon bijna een halve eeuw van bezetting (het oosten van Oostenrijk werd ook bezet door de Sovjet-Unie en de rest van dat land door de andere geallieerden); Joegoslavië en Albanië werden intern overgenomen door communisten en in Frankrijk en Italië gingen de communisten deel uitmaken van de regering en konden tijdelijk ook slachtpartijen aanrichten. Noord- en West-Europa kwamen er het beste vanaf.

Linkse extremisten noemen graag de communisten als een specifieke slachtoffergroep van de nazi’s, naast raciale minderheden, terwijl reactionairen bij hen onbenoemd blijven. Het feit dat de communisten bijna 2 jaar lang met de nazi’s samenwerkten en samen katholieke Polen uitmoordden en Oost-Europa verdeelden, wordt hierbij grotendeels genegeerd. Ook hoe Stalin de Opstand van Warschau in 1944 actief verried en heldhaftige Poolse verzetsstrijders af liet slachten, terwijl de geallieerden niet ingrepen lijkt niet onderkend te mogen worden.1

Rechts vormde één van de eerste bronnen van verzet. Daarom lijkt het passend om te reflecteren op traditiegezinde martelaren en strijders tegen het nazisme en communisme die streden voor rechtvaardigheid en vrede voor en tijdens de oorlog.

Reactionaire en anti-revolutionaire leiders van de zuilen in Nederland

Kardinaal De Jong leidde in Nederland de katholieke kerk, en daarmee de grootste zuil, tegen het nazisme. Hij leidde de kerk in een tijd dat de rol en het gezag van de aartsbisschop ter verdediging van het onveranderlijke geloof nog algemeen aanvaard werd. De Jong excommuniceerde katholieken die zich bij de NSB aansloten. Ze konden op politiek vlak dus niet tegen het geloof ingaan. Hij sprak zich uit tegen de jodenvervolging en heeft vorig jaar eindelijk erkenning gekregen van Yad Vashem.2

Titus Brandsma of pater Brandsma was tegen democratie, socialisme en communisme; en voor Franco. Tegelijkertijd was hij fanatiek tegen het nazisme, Mussolini en de NSB. Hij was tegen elke vorm van totalitarisme en revolutie. Kortom: alhoewel hij het soms had over Joodse invloed binnen de economie streed hij fanatiek tegen zowel rassenleer als antisemitisch geweld.3 Hij werd door de Duitsers gevangen gezet in Scheveningen en kamp Amersfoort en stierf in 1942 als martelaar in Dachau voor deze strijd.

Jan Schouten was technisch gezien een antirevolutionair, geen reactionair, maar niettemin een moedige vechter voor de gereformeerde zuil. Hij zat ruim een jaar lang vast in meerdere kampen en zei na de oorlog ‘ik ben niet veranderd’ tegen Koningin Wilhelmina. Een echte conservatief dus.

Frankrijk, thuisland van de contrarevolutie

Frankrijk is het land van de Franse Revolutie en daarmee meteen ook van de contrarevolutie. Het heeft een lange traditie van reactionairen en monarchisten die teruggaat naar De Maistre en De Bonald. Ten tijde van de jaren 30 hadden reactionaire monarchisten elementen van rechts socialisme, nationaal syndicalisme en integralisme overgenomen.4

De reactionairen kwamen in een moeilijke situatie terecht door Frankrijk (in eerste instantie) dat deels bezet werd in 1940. De derde Franse republiek had een vernederende nederlaag geleden tegen Duitsland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. WWI-held Philippe Pétain werd benoemd als premier en tekende een vernederend vredesakkoord met Duitsland. De Franse regering behield de facto controle over het zuiden van Frankrijk en de jure over heel het land.

Maarschalk Pétain, zoals hij ook genoemd werd, kreeg, van de kant van een supermeerderheid in beide kamers van het parlement, de uitzonderlijke macht een nieuwe grondwet in te stellen. Dit gebeurde met steun voor de radicalen en andere gematigde linkse en centristische partijen, terwijl een minderheid van de socialisten tegenstemde.

Pétain stelde een tijdelijk autoritair regime in terwijl het parlement buiten werking werd gesteld. Hij verbood echter niet alle politieke partijen en werkte aan de nieuwe grondwet die nooit werd ingevoerd. De grondwet omvatte veel macht voor de president en conservatieve elementen, maar garandeerde ook sociale rechten, menselijke waardigheid en de versterking van rechtsstaat en constitutionele toetsing.56

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals De seksuele revolutie, in onze boekenwinkel.

De seksuele revolutie

Zelf was Pétain niet erg katholiek, maar had wel autoritaire en seculier conservatieve tendensen.7 Hierdoor verbond hij zich met autoritair katholieke figuren. Deze groep pushte de nationale revolutie die trachtte een moreel en cultureel herstel van Frankrijk te bewerkstelligen. Er was echter geen wens tot monarchistische restauratie. Vichy bleef autoritair republikeins. Het regime bezat ook antiklerikale elementen die niet veel moesten hebben van ‘baardloze misdienaartjes’.8 Relaties met de kerk verslechterden geleidelijk.9

Pétain werd gemarginaliseerd door de nazi’s en uiteindelijk gedwongen de onafhankelijke radicale socialist, en voorstander van totalitarisme, Pierre Laval, weer tot premier te benoemen. Communisten collaboreerden actief of passief totdat nazi-Duitsland zich tegen de Sovjet-Unie keerde.10 Socialisten kwamen geleidelijk in verzet.

Linkse fascistische, neo-socialistische en neo-jacobijnse individuen en partijen, zoals Rassemblement national populaire van Marcel Déat, Parti populaire Français van Jacques Doriot, de Franse Nationaal-Collectivistische Partij (oorspronkelijk openlijk nationaal-communistisch) en de Mouvement Franciste waren tegen de nationale revolutie en gaven hun voorkeur aan de nazi-bezetters.

Reactionairen en monarchisten waren vrijwel unaniem ontevreden over de bezetting van de Duitsers in het noorden en later heel Frankrijk. De invloed en dwang die de nazi’s uitoefenden op Vichy zette nog meer kwaad bloed. Reactionairen, conservatieven, monarchisten en zelfs semi-fascisten begonnen al met het organiseren van verzet in 1940.11

Het tijdschrift van de monarchistische en ultranationalistische beweging Action Française werd in het bezette noorden door de nazi’s verboden en vanaf eind 1942 ook door Vichy in het zuiden.12 Charles De Gaulle zelf was verbonden geweest met Action Française. Hij werd hierom bizar genoeg verdacht van fascisme in Engeland en de VS en werd onder druk gezet de republiek te steunen (terwijl de nazi’s, veel Franse collaborateurs en Vichy-leiders republikeins waren).

Charles Maurras ageerde actief tegen de collaborateurs in Parijs, waaronder Robert Brasillach, Pierre Laval en Marcel Déat). In 1943 planden de Duitsers om hem te arresteren. Ondanks deze feiten werd hij na de oorlog berecht en veroordeeld na een irregulier proces, waarbij foute data en citaten van hem zonder context werden gebruikt. Historicus Eugen Weber heeft beschreven hoe de juryleden die hem veroordeelden gekozen waren uit een lijst van zijn politieke tegenstanders.13

Maurice Pujo, één van de leiders van Action Française werd in 1944 nog gevangengezet door de Gestapo en begin 1945 veroordeeld voor zogenaamde collaboratie in hetzelfde proces als Maurras.

Henri Giraud was een conservatieve veteraan die gevangen was genomen door de Duitsers in 1940. In ‘42 slaagde hij erin te ontsnappen en nam een leidende rol bij Operatie Torch in Noord-Afrika. Hij werd co-president van het Comité Français de Libération nationale, maar werd later uit zijn functie gedwongen en gemarginaliseerd.

François de La Rocque van Croix-de-Feu en daarna de Franse Sociale Partij, organiseerde een verzetsgroep, streed tegen racisme, onderhield contacten met de Engelsen en werd door de nazi’s gedeporteerd. Toen hij in 1945 terugkeerde naar Frankrijk werd hij bestuurlijk geïnterneerd, opdat hij de politieke ontwikkelingen niet kon beïnvloeden.

Henri d’Astier de la Vigerie was al actief in het verzet vanaf 1940. In ‘41 dreigden zijn geheime activiteiten bekend te worden en moest hij vluchten. Daarna werkte hij voor het verzet in Algerije en vocht later weer in Frankrijk in 1944. Hij was stellig overtuigd dat de republiek inherent zwak was en dat terugkeer naar traditionele monarchie belangrijk was.

Pruisische officieren en de extreemrechtse samenzwering tegen Hitler in Duitsland

Carl Friedrich Goerdeler was lid van de reactionaire DNVP, fundamentalistisch lutheraan en een monarchist. Hij was al voor de oorlog betrokken bij het verzet tegen Hitler en werd één van de leiders van het complot om Hitler te vermoorden. Alhoewel minder beroemd dan zijn collega, de conservatieve revolutionair Claus Von Stauffenberg, had hij een belangrijke en leidende rol in het verzet.

Hij streed in 1933 al tegen een antisemitische boycot, vocht voor regionale autonomie en tegen centralistisch economisch beleid van de nazi’s. In 1938 probeerde hij ten tijde van de Blomberg-Fritsch-affaire steun te verzamelen voor een militaire staatsgreep tegen Hitler. Hij adviseerde het Verenigd Koninkrijk om geen concessies te doen aangaande Tsjechoslowakije, maar werd genegeerd. Ook ontwierp hij meerdere grondwetten voor een toekomstig regime, dat een gemengde staatsvorm zou garanderen met semidemocratische aspecten, regionalisme, herstel van de monarchie, sterke uitvoerende macht en een rol voor de kerken.14 Na het falen van de bomaanslag werd Goerdeler opgehangen.

Ludwig Beck was een generaal, reactionair en trotse Duitse nationalist. Hij adviseerde Hitler geen nieuwe oorlog te beginnen. Hij sloot zich aan bij het verzet en liet zich, in tegenstelling tot andere generaals, niet omkopen. Hij onderhield contact met paus Pius XII over de samenzwering tegen Hitler. Als de coup succesvol was geweest zou hij regent, en daarmee staatshoofd, zijn geworden. Hij werd, net als de andere leden van het complot, in 1944 geëxecuteerd.

Oostenrijk en het Habsburgse verzet

Engelbert Dollfuss was lid van de Christelijke Sociale Partij en kanselier van Oostenrijk in 1933, terwijl de nazi’s aan de macht kwamen in Duitsland; en de eerste regeringsleider die een vuist maakte tegen Hitler.

Hij voorkwam een soortgelijk tafereel van democratische machtsovername in Oostenrijk als in in Duitsland, verbood de NSDAP en de communistische KPÖ. Nadat onderhandelingen met de overige oppositie mislukten volgde een korte burgeroorlog, toen de marxistisch-sociaaldemocraten van de SPÖ samen met de communisten de staat probeerden omver te werpen. Dollfuss won en stichtte het Heimatfront en de Ständestaat, een autoritair conservatieve staat die inging tegen het modernisme van het nazisme en communisme. Partijpolitiek en massademocratie werden afgeschaft, terwijl de rechtsstaat en traditionele vrijheden werden behouden met de nieuwe corporatistische grondwet van mei. Echtscheiding en secularisme werden bestreden en een alternatieve economie die inging tegen aan de ene kant het liberale kapitalisme en aan de andere kant het socialisme, gebaseerd op de pauselijke encycliek Quadragesimmo Anno werd ingesteld; klassensamenwerking in plaats van klassenstrijd of individualisme.

Zijn regime is door linkse tegenstanders uitgemaakt voor fascistisch, het was echter niet totalitair, noch revolutionair, noch gericht op het organiseren van een massabeweging.

Dollfuss werd in 1934 de enige regeringsleider die door de nazi’s is gedood. De nazi’s werkten tijdens hun couppoging in 1934 juist samen met leden van de SPÖ en de nationale liberalen van de Groot-Duitse Volkspartij.15 Zij waren gericht op het volk, op een kuddementaliteit. Daarentegen stond de standenstaat voor patriottisme, traditie en het katholieke geloof.

Kurt Schuschnigg, werd de opvolger van Dollfuss. Hij zette de strijd tegen het nazisme voort. Hij werd vanaf 1936 echter geconfronteerd met het verraad van Engeland dat concessies begon te doen richting Hitler om op die manier Mussolini te pesten.

Schuschnigg trachtte nog de Habsburgse monarchie te herstellen. Dat had kunnen helpen om het volk te verenigen tegen het nazisme. Radicale sociaaldemocraten, communisten en nazi’s gingen samen de straat op in een anti-monarchistisch en antiklerikaal rood protest.

Oostenrijk hielp ondanks de toenemende dreigingen veel vluchtende joden. Uiteindelijk, in 1938, werd Oostenrijk binnengevallen door Duitsland. De sociaaldemocraten en liberalen vierden de Anschluss.

Schuschnigg was de enige regeringsleider die zelf de oorlog doorbracht in een concentratiekamp. Hij was bijna geëxecuteerd. Hij werd desondanks na de oorlog niet in zijn functie hersteld door de geallieerden.

Heinrich Maier, een Oostenrijkse priester en pedagoog leidde één van de belangrijkste verzetsgroepen in Oostenrijk en heel Europa. Hij werkte met de geallieerden en ontving in een vroeg stadium kennis over de Holocaust. Hij streed fanatieker dan Schuschnigg voor het herstel van de Habsburgse monarchie.

Hij werd het laatste slachtoffer van Hitlers regime in Oostenrijk in 1945. Hij leefde niet lang genoeg om te zien hoe de geallieerden akkoord gingen met het door de Sovjet-Unie gepushte verdrag van 1955 dat herstel van de Habsburgse monarchie verbood.

Otto von Habsburg, de troonpretendent, was één van de belangrijkste verzetsleiders. Een tegenstander van het nazisme en communisme. Hij steunde Schuschnigg tegen Hitler en werd uiteindelijk door de nazi’s ter dood veroordeeld en moest vluchten. Zijn bezit werd door de nazi’s geconfisqueerd (en na de oorlog niet teruggegeven).

Toen de sociaaldemocraten het zinkende schip van het nazisme ontvluchtten, saboteerden ze pogingen door Otto om een regering in ballingschap te vormen.16 Otto kreeg nooit zijn troon terug.

Polen, het land van reactionairen en excentriekelingen: toen en nu gehaat

Polen had een tamelijk gekke regering toen de Tweede Wereldoorlog begon. Een semi-dictatuur met vrijmetselaarsinvloeden. Nationalistisch sentiment was echter wijdverspreid en reactionaire groepen en personen manifesteerden zich tijdens de oorlog en vochten tegen de nazi’s en communisten. De Poolse regering in ballingschap werd in 1945 door Engeland en de VS verraden, maar bleef erkend worden door de reactionaire staten Vaticaanstad, Ierland en Spanje.17

De extreemrechtse strijders van de Organizacja Wojskowa Związek Jaszczurczy, verbonden aan het nationale radicale kamp, werden na de oorlog uitgemaakt voor nazi’s en fascisten door de communisten, en kwamen bekend te staan als de vervloekte soldaten. Hun spionagewerk was echter uiterst belangrijk geweest.

Jan Mosdorf was een extreemrechtse politicus, leider van van de Poolse jeugdbeweging Młodzież Wszechpolska (internationaal bekend als All-Polish Youth) en verzetsstrijder. Hij werd geïnspireerd door Roman Dmowski en diens ideaal van een homogeen en katholiek Polen. Hij richtte de Narodowa Organizacja Wojskowa militia op die tegen de nazi’s streed en werd gearresteerd door de Gestapo.

Zoals Professor Irina Livezeanu van de Universiteit van Pittsburgh zei: “Mosdorf deed alles in zijn macht om de Joden te helpen in het kamp van Auschwitz en hij stierf samen met de Joden.”18 Hij stierf dus in een concentratiekamp in 1943, maar zijn beweging is vandaag de dag nog steeds actief in Polen en strijdt tegen globalisme, de EU, voor het kerngezin en voor traditionele normen en waarden.

Conclusie

Alhoewel deze verzetsbewegingen grotendeels werden uitgeroeid door de nazi’s en communisten en gemarginaliseerd na de oorlog zijn hun idealen juist relevanter dan ooit. Van Goerdelers concepten voor een nieuwe grondwet die Weimartaferelen zou voorkomen tot aan de strijd voor het herstel van de monarchie door Henri d’Astier de la Vigerie dienen deze helden nog steeds als bron van inspiratie.

Ze begrepen het gevaar van modern totalitarisme, de waarde van geloof en traditie, en van strijden voor waarheid en rechtvaardigheid, zelfs wanneer het tij tegen je lijkt. Opdat we mogen blijven herinneren…


  1. Will Staton, How Stalin Betrayed Poland↩︎

  2. NOS, ‘Oorlogskardinaal’ De Jong krijgt Yad Vashem-onderscheiding in Utrecht↩︎

  3. Ken Lambeets, Aanstaande heilige Titus Brandsma was niet perfect, maar wel een voorbeeld voor velen↩︎

  4. Géraud Poumarède, Le Cercle Proudhon ou l’impossible synthèse", Mil neuf cent: Revue d’histoire intellectuelle, no 12, p. 78. ↩︎

  5. Samuel Moyn, The first constitution to make human dignity its leading principle was the Vichy constitution of 1944↩︎

  6. Projet de constitution du 30 janvier 1944↩︎

  7. Charles Williams, Pétain: How the Hero of France Became a Convicted Traitor and Changed the Course of History↩︎

  8. Rational Wiki, Philippe Pétain↩︎

  9. Renée Bédarida, The Catholic Hierarchy in France during the War and the Persecution of the Jews↩︎

  10. Erik von Kuehnelt-Leddihn, Leftism Revisited, p. 289. ↩︎

  11. Georges Thierry d’Argenlieu is een prominent voorbeeld, hij kwam met het symbool van de vrije Fransen. ↩︎

  12. Jean Sévillia, Historiquement correct, p. 365. ↩︎

  13. Stéphane Giocanti, Charles Maurras: le chaos et l’ordre, p. 466. ↩︎

  14. Ramon Giralt, Different approaches to preventing another Nazi regime↩︎

  15. Astrid von Busekist, Karl Renner↩︎

  16. Martin Mutschlechner, Otto and Austrofascism↩︎

  17. Carl L. Bucki, A look at the Irish-Polish connection↩︎

  18. Irina Livezeanu, Jan Mosdorf↩︎