Rechten van de mens, bestaan ze?
4 minuten leestijd
Robert Lemm
Robert Lemm

De pen van Lemm

Robert Lemm schrijft elke week een column over culturele en maatschappelijke onderwerpen.

Rechten van de mens, bestaan ze?

De een zijn recht, is de ander zijn onrecht

Politiek
Rechten van de mens, bestaan ze?
4 minuten leestijd

Volgens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 zouden wij van de Schepper recht op leven, vrijheid en geluk hebben gekregen. De Decaloog van Mozes heeft het echter alleen over Geboden en Verboden. Tien jaar later maakte de Franse Revolutie epoque met Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Op de Place de Grève te Parijs vielen dagelijks vijfhonderd adellijke hoofden onder de Guillotine. Daarnaast eiste de Gelijkheid – ons volgens de Amerikaanse Verklaring eveneens gegeven door de Schepper – dat Frankrijk eerst moest afrekenen met de Ongelijkheid. Van die missie doordrongen, had Robespierre berekend dat hij met vijfhonderd hoofden per dag het land in vijftien jaar van de hele aristocratie kon verlossen. Doch toen de Revolutie al na elf maanden een gematigdere wending nam, ging zijn eigen hoofd voor de Bijl.

Tja, de gaskamers waren nog niet uitgevonden, want dan zou die genocidale klus in kortere tijd zijn geklaard. In elk geval leerden we van Parijs dat de enen hun recht, de anderen hun onrecht is. En dat zou een probleem blijven. De Schepper bij dat alles betrekken, is riskant. Want als Hij niet de gever van voornoemde rechten is, kan men zich afvragen of ze wel echt bestaan.

In 1948 volgde de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens tijdens een vergadering van de Verenigde Naties. In 2003 hield de Poolse filosoof Leszek Kolakowski een lezing voor de Raad van Poolse Ondernemers waarvan een jaar later een Nederlandse vertaling verscheen in De Groene Amsterdammer. De filosoof waarschuwde tegen het gevaar van die rechten. Ze zijn namelijk van louter menselijke makelij. En dan nog worden ze hoogstens gedragen door individuen. Op volken of staten zijn ze niet van toepassing. Ze zijn een wensdroom.

Onder de Universele Verklaring vallen ook recht op werk en geluk. Dat klinkt bemoedigend. Maar wat dat eerste betreft, hebben we de bevoorrechten, zoals ambtenaren, die met een vast contract hun leven lang onder de pannen zijn, terwijl anderzijds degenen die genoegen moeten nemen met een flexibel contract op ieder moment ontslagen kunnen worden. Werkelozen zijn er hoe dan ook altijd in min of meer groten getale. Geluk is ongrijpbaar. Wie het voor de wind gaat, goed van gezondheid en verstand is, mag de Schepper danken. Het is een geschenk. Je kunt er geen automatisme van maken.

Wat men thans van de Monarchie ook moge vinden, feit is dat er in de lange eeuwen vóór de Revolutie ook goede, zelfs heilige koningen waren. Door erfopvolging was hun macht niet een nagejaagde wensdroom, maar een van hogerhand toegewezen verantwoordelijkheid. Ze werden van oudsher gezalfd alvorens ze de troon bestegen, naar het voorbeeld van de oudtestamentische David en Salomon. Zij waren de wetgevende macht. Ze konden gratie verlenen - wat niet noodzakelijk inhield dat de begenadigden onschuldig waren. De vierentwintig oudsten rond het Lam in het Boek Openbaring behoorden tot de rechtvaardige koningen. De visionaire dichter Dante zag ze in het Paradiso vertegenwoordigd in het beeld van de Adelaar op de planeet Jupiter. Het recht had toen een bovennatuurlijke bron.

Democratieën zijn collectieven van onderaf, geredigeerd door de publieke opinie. De Koninklijke gratie en genade hebben het veld geruimd voor een abstract judicieel systeem. Het gaat hier niet om het gangbare gewoonterecht, conform ’s lands eer ’s lands wijs. Dat hoort bij de natuur. De rechten van 1948 zijn echter revolutionaire bedenksels. Ze zijn niet herleidbaar tot een metafysisch beginsel. Ze zijn een papieren constructie van tijdelijke signatuur. Het principe van ‘de een zijn recht, is de ander zijn onrecht’ vigeert. Recht op leven, dat volgens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring door de Schepper is gegeven, roept de vraag op hoe het dan zit met recht op abortus versus dat van de nog ongeborenen. Voor sommigen is het bestaan op aarde de hemel; voor anderen, de hel. Naast het geluk van de enen, hebben we het ongeluk van de anderen. Het vermeend universele van de mensenrechten betreft nooit tegelijkertijd iedereen. Maar de droom blijft. ‘Gelijke kansen’ is een moderne leus die politici huldigen om stemmen te winnen. ‘Diversiteit en inclusie’ is een andere moderne leus die blijkbaar is gericht tegen hiërarchie en orde. Die laatste twee principes gaan overigens samen, organisch, zoals in de natuur. De zon is de spil van ons stelsel, en dus hoger in rangorde dan de planeten die er omheen draaien. Zo is het hart in het menselijk lichaam centraal en vitaal ten opzichte van de andere organen. Orde moet er zijn.

Die Universele Rechten van 1948 gaan door voor een grote stap voorwaarts in de zogenaamde evolutie van de menselijke geest. Onlangs (9 februari jl.) kopte de Volkskrant dat ‘de collectieve vooruitgang komt met collectief verlies’. Dat is een andere manier van zeggen dat de een zijn recht, de ander zijn onrecht is.