‘Traditionalism: The Radical Project for Restoring Sacred Order’
6 minuten leestijd
Intan

‘Traditionalism: The Radical Project for Restoring Sacred Order’

Een recensie

‘Traditionalism: The Radical Project for Restoring Sacred Order’
6 minuten leestijd

Mark Sedgwick, professor van Arabische en Islamitische studies aan de Aarhus Universiteit, publiceerde in 2004 zijn eerste boek over het traditionalisme en heeft nu met ‘Traditionalism: The Radical Project for Restoring Sacred Order’ een nieuwe inleiding op de filosofische en religieuze stroming geschreven. Met deze uitgave wordt een belangrijke leemte gevuld in de studie hiernaar. Het geeft een diepgaand doch toegankelijk overzicht van de traditionalistische stroming en vormt hiermee een goede inleiding voor eenieder die kennis wil maken met deze interessante gedachtewereld. Helaas haalt de schrijver niet de volledige potentie uit het onderwerp door enkele vreemde keuzes en opvallende omissies. Toch is de uiteindelijke conclusie dat het boek veel waardevolle informatie over het traditionalisme bevat en hiermee een goede inleiding vormt tot deze filosofie.

Sedgwick stelt in zijn werk dat de essentie van het traditionalisme uit drie elementen bestaat. Ten eerste zijn traditionalisten perennialisten. Dit wil zeggen dat zij geloven dat onder alle religies “één enkele, tijdloze en esoterische heilige traditie” (p. 43) ligt. Ten tweede hebben traditionalisten een cyclische geschiedsopvatting waarbij de geschiedenis in verschillende opeenvolgende periodes is in te delen. Grondlegger van het traditionalisme René Guénon doet dit op basis van de vier hindoeïstische joega’s. Kenmerkend hierbij is dat de geschiedenis niet als progressie wordt gezien maar als degeneratie. Ten derde biedt het traditionalisme een fundamentele kritiek op de moderniteit. In de moderniteit komt individualisme, gevoel, sociale chaos en bovenal materialiteit centraal te staan volgens de traditionalisten (p. 102-103). Al deze elementen staan tegenover de Traditie waarin er sociale orde heerste en een gerichtheid op het transcendente.

Uit deze kern van het traditionalistische gedachtegoed volgen een aantal kern- en zijprojecten volgens Sedgwick. Tot de kernprojecten behoren zelfrealisatie, religie en politiek. Projecten die er meer zijdelings onderdeel van uitmaken zijn kunst, gender, natuur en interreligieuze dialoog. Al deze onderdelen komen in het werk uitgebreid aan bod en al met al krijgt men dan ook een behoorlijk breed en voor een betrekkelijk korte inleiding redelijk diep overzicht van de essentie van het traditionalisme en hoe dit in diverse projecten tot uiting komt.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals The Serpent Symbol in Tradition, in onze boekenwinkel.

The Serpent Symbol in Tradition

Toch moet worden opgemerkt dat het boek inhoudelijk enkele vreemde keuzes en tekortkomingen kent. Ten eerste is er de eigenaardige keuze voor de centrale representanten van het Traditionalistische gedachtengoed. Sedgwick kiest ervoor René Guénon, Fritjhof Schuon en Julius Evola als de centrale en meest oorspronkelijke vertegenwoordigers van het traditionalistische gedachtegoed te beschouwen. Nu worden de eerste twee denkers universeel erkend als centrale figuren die aan de basis hebben gestaan. Evola echter is een controversieel figuur in de beweging en wordt dan ook door velen niet tot het traditionalisme gerekend. Zo lijkt Evola op belangrijke punten rechtstreeks tegenover Guénon en Schuon te staan. Om enkele voorbeelden te noemen: Evola heeft een fundamenteel andere opvatting over wat de primordiale traditie inhoudt. Waarbij Guénon en Schuon zich op de grote wereldreligies richten zoals het hindoeïsme, boeddhisme, christendom en islam, richt Evola zich meer op Europese mythologie en diverse esoterische en hermetische stromingen. Ook moet genoemd worden dat waar bij Guénon en Schuon de vita contemplativa centraal staat, bij Evola de vita activa centraal lijkt te staan. Aansluitend kan men stellen dat waar politiek voor Guénon en Schuon van weinig belang was, voor Evola politiek gedurende zijn leven in meer en mindere mate – zo was Evola gedurende zijn laatste fase van zijn leven een voorstander van de apolitea – een belangrijke rol speelde. De keuze om Evola als centrale denker van het traditionalisme te beschouwen is helemaal vreemd met het oog op het feit dat Ananda Coomaraswamy slechts een zijdelingse rol toebedeeld krijgt; dit terwijl deze grootse schrijver en denker van fundamenteel belang was voor het traditionalisme. Het is zelfs goed verdedigbaar te stellen dat zijn werken en geschriften over kunst, symboliek en metafysica van minimaal eenzelfde inhoudelijke zo niet hogere kwaliteit zijn dan die van Guénon. Let wel, dit is niet om de schitterende werken van Guénon te kort te doen maar om aan te geven hoe hoog het niveau van denken en schrijven is van de werken die Coomaraswamy met ons gedeeld heeft. Helaas echter wordt Coomaraswamy enkel met enige diepgang besproken in het hoofdstuk over kunst.

Een ander kritiekpunt is dat Sedgwick ervoor kiest om in nagenoeg elk hoofdstuk enkele traditionalistische ‘fellow travelers’ te bespreken. De opvattingen van deze denkers voldoen niet voldoende aan de fundamentele aannames van het traditionalisme om ze als zodanig te kunnen categoriseren maar komen er in belangrijke aspecten wel mee overeen. Zo wordt Jordan Peterson meerdere malen aangehaald en uitgebreid besproken. De twijfel die de lezer kan hebben over het aanhalen van Peterson als fellow traveler is dat zijn archetypen een voornamelijk jungiaanse oorsprong hebben en dat hij de meeste aannames van de moderniteit wel ondersteunt. Dit zorgt ervoor dat er geen inhoudelijk goede reden lijkt te zijn voor de prominente plaats die hij inneemt in het boek.

Verder is een bespreking van het onderwerp symboliek een belangrijke thematische afwezigheid in het boek. Sedgwick zelf stelt dat hij hiervoor heeft gekozen in verband met het feit dat de traditionalistische aandacht voor en interpretatie van symboliek weinig impact hebben gehad. Los van de het feit of dit wel of niet het geval is – men zou zeker kunnen beargumenteren dat Coomaraswamy en Nasr wel degelijk enige academische impact op dit gebied hebben gehad – is het de vraag of men enkel vanuit een extern perspectief naar het onderwerp moet kijken om te beoordelen of iets van belang is. Voor traditionalisten zelf is symboliek namelijk van centraal belang. Guénon heeft vele tientallen artikelen en boeken geschreven over symbolen en deze gedachten informeren in zekere zin het gehele traditionalistische gedachtegoed. Ook nu nog publiceren traditionalisten belangwekkende werken over symboliek. Zo verscheen in 2020 nog het vuistdikke werk ‘The Serpent Symbol in Tradition’ van dr. Charles William Dailey.1 Het ontbreken van een hoofdstuk over symboliek maakt dat het werk dan ook niet als een volledige complete inleiding tot het traditionalisme kan worden gezien.

Concluderend moet men echter wel stellen dat Mark Sedgwick met traditionalism een over het algemeen goede inleiding heeft afgeleverd. Op basis van dit boek kan de leek een goed overzicht krijgen van de fundamentele gedachten van de stroming en enkele van haar belangrijkste denkers. De lezer dient hierbij wel in acht te nemen dat sommige keuzes van de auteur met betrekking tot besproken denkers en onderwerpen niet volledig verdedigbaar zijn. Echter, deze punten in acht nemend is het boek een zekere aanrader voor iedereen die meer te weten wil komen over dit onderwerp.


  1. Te koop in de de Reactionair.ml boekenwinkel. ↩︎