Tussen wapenwedloop en diplomatie
4 minuten leestijd
Robert Lemm
Robert Lemm

De pen van Lemm

Robert Lemm schrijft om de week een column over culturele en maatschappelijke onderwerpen.

Tussen wapenwedloop en diplomatie

Een historisch perspectief

Cultuur
Tussen wapenwedloop en diplomatie
4 minuten leestijd

De aanzet

Italië, begin zestiende eeuw. De dichter Ariosto noemt in zijn epos Orlando Furioso het buskruit een uivinding van de duivel omdat dan op het slagveld krijgers elkaar niet meer in de ogen zien. Graaf Castiglione schetst in zijn boek Il Corteggiano het portret van de hoveling. En daarmee de kunst om via afspraken het krijgsgeweld buiten de deur te houden. De filosoof Machiavelli adviseert in zijn traktaat Il Principe de machthebber om afspraken te breken zodra het hem uitkomt. Wanneer honderd jaar later Don Quichot opduikt, zien we de ridder als een tragikomisch anachronisme.

De Rotterdamse humanist Erasmus ontleende aan het Evangelie een vredesfilosofie. Zo veroordeelde hij paus Julius II die geharnast, te paard en te zwaard de stad Bologna belegerde.

Hugo de Groot, rechtsgeleerde uit Delft, beriep zich op het ’natuurrecht’. Doch in de natuur is de een zijn recht, de ander zijn onrecht. Wat anders is de ‘survival of the fittest’? Daarom gaf hij Holland het recht om op zee schepen van vijand Spanje te plunderen.

Op weg naar de Internationale Rechtsorde

Wapengekletter is van alle tijden en plaatsen. Wat voortgaat, zijn het technologisch vernuft en de betrekkingen tussen de landen. De Vrede van Westfalen, 1648, luidde het slotakkoord in van de Tachtigjarige en de Dertigjarige Oorlog. Met de Vrede van Utrecht, 1713, eindigde de ruzie tussen Frankrijk en Oostenrijk om de Spaanse troon. De Europese diplomatie was een feit. Vrede is goed voor de Handel - wat een andere vorm van oorlog is ten behoeve van de Welvaart.

Tot aan 1870 speelden krijgsverrichtingen zich voornamelijk af op slagvelden. Maar met de Frans-Duitse krachtmeting kwamen ze de steden binnen. Parallel aan het toegenomen collectivisme maakten oorlogvoerende naties grootschalig gebruik van mensen als gevechtsmateriaal. Het laatste kwartaal van de negentiende eeuw vond het gewapend geweld alleen ver weg plaats. De Spaans-Amerikaanse Oorlog, de Japans-Russische oorlog, de Boerenoorlog in Zuid Afrika.

De Eerste Wereldoorlog zag bombardementen op steden, gas in de loopgraven en alom miljoenen slachtoffers. Ter beteugeling van die verwording verrees na afloop de Volkerenbond. De Tweede Wereldoorlog stelde de voorafgaande in de schaduw met als dieptepunt de atoombommen op Hirosjima en Nagasaki. Nie wieder klonk het bij de oprichting van de Verenigde Naties in 1948. Implementatie van de Mensenrechten moest nu het ergste voorkomen. Tijdens de Cuba-crisis van 1962 hield de complete wereldbevolking de adem in vanwege de atoomdreiging. Harmageddon leek aanstaande. Angst voor totale vernietiging was niet meer weg te denken. Wapenwedloop en diplomatie hielden voortaan, noodzakelijk, gelijke tred.

Statenbond

Statenbonden leken de aangewezen weg voor vrede. De Zwitserse kantons, de Verenigde Nederlanden, de Verenigde Staten van Amerika. De meest ambitieuze bond werd de in 1958 opgerichte Europese Gemeenschap. Ambitieus omdat de mettertijd zevenentwintig lidstaten verschillen qua taal, geschiedenis en cultuur. Het deed denken aan de Toren van Babel. Maar gewapende conflicten ruimden nu het veld voor nadruk op de gedeelde voorspoed. Die nam toe doordat Europa als eenheid kon concurreren met nieuwe economische machten als Amerika, Japan, China, Zuid-Korea. Anderzijds bleken de liberale democratieën van de EU te open, waardoor de georganiseerde criminaliteit een hoge vlucht nam om in onze tijd even machtig te worden als een door partijzucht verzwakte overheid. De oorlog sloeg naar binnen.

Utopische instituties

De ooit in 1789 geproclameerde ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ bleef net zo beperkt tot het papier als in 1948 zo’n notie als ‘Internationale Gemeenschap’. Het ‘Wereldgeweten’, die andere notie, hield geen rekening met de van nature strijdige belangen van landen. Hoogstens nam men elkaar menselijk de maat en schoof men via de Publieke Opinie vermeende boosdoeners de zwartepiet toe. De journalisten hadden daarbij een gerespecteerd verdienmodel.

Onderwijl waren genocides niet van de lucht. Het Internationaal Strafhof echter, beperkte zich tot aanklagen van zwakke landen, of het criminaliseren van een machtige politieke opponent. De westerse mogendheden bleven buiten schot. De onvolprezen Internationale Rechtsorde kreeg evenwel de natuur niet onder de knie. Want politiek en moraal gaan niet echt samen, had Machiavelli al aangetoond.

De werkelijkheid

Het recht van de sterkste is nooit weggeweest. Dat weten de diplomaten, maar de elites van de zelfbenoemde rechtsstaten houden de droom in stand. Veel instituties, NGO’s, universiteiten, media, plukken daarvan de vruchten. Want de illusie is zowel lucratief, als prestigieus. Die levert banen op, bevordert carrières, geeft prijzen aan vooraanstaande opiniemakers, bemoedigt vredesdemonstranten, betaalt tienduizenden betrokkenen bij humanistische organisaties, afgezien van dat campagneleiders er massa’s kiezers mee winnen. Optimisme loont.