Verlichting en contraverlichting
6 minuten leestijd

Verlichting en contraverlichting

Dictatoriale rechtsstaat

Cultuur
Verlichting en contraverlichting
6 minuten leestijd

In de eenentwintigste eeuw wordt de democratische rechtstaat telkens vaker bedreigd door revolutionairen en contrarevolutionairen. Maar wat is de democratische rechtstaat nou precies? Veel democraten denken slechts dat het gewoon democratie is, of dat het liberale democratie betekent. Het is hier zeker aan verwant, maar democratische rechtsstaat beschrijft bovenal de mengeling van 2 tradities uit de verlichting die elkaar voor tijdens en na de Franse revolutie bestreden, maar een equilibrium bereikten na de meer gematigde revoluties van 1848.

Lost in translation

Een Nederlander zal geneigd zijn om te vergeten dat rechtsstaat begon als Duitse term. Alhoewel het deels gebaseerd is op en overeenkomsten heeft met het Engelse concept van rule of law (in Nederland het legaliteitsbeginsel), heeft het ook een eigen geschiedenis. De Duitse filosoof Immanuel Kant importeerde de Engelse notie van rule of law en gaf er zijn eigen draai aan.

Kant benadrukte een beperkte staat die negatieve rechten zou respecteren en zich liet limiteren via de wet.1 In principe kon dat volgens hem met elke regeringsvorm samengaan, maar een republiek was juist speciaal, omdat die de scheiding der machten zou omarmen. Kant adopteerde Montesquie’s visie op de trias politica. Dit stond echter op gespannen voet met zijn steun voor de notie van onbeperkte soevereiniteit. Kant’s ideeën werden uitgewerkt door Johann Wilhelm Placidus. Placidus benadrukte dat de staat niet alleen gebonden was aan wettigheid maar dat burgers zich hierop konden beroepen om hun burgerrechten te verdedigen tegen machtsmisbruik.2

Het was echter Adam Müller, een reactionair en voorstander van de contraverlichting, die leven gaf aan de term rechtsstaat. Hij sprak van de ware organische rechtsstaat. Het groeiende wetsidee gaf volgens hem leven aan de staat. Müller was voorstander van de absolute monarchie, maar vertaalde noties van rule of law uit de Angelsaksische wereld en de ideeën van Kant naar een absolute monarchie, waarin het groeiende wetsidee ge-idealiseert werd en de staat betekenis gaf.

De rechtse liberaal Robert von Mohl maakte de term beroemd. Von Mohl benadrukte ook het legaliteitsbeginsel en dat het handelen van de staat rationeel en gericht op het welzijn van de burgers moest zijn. Hij legde het belang van de burgers minder minarchistisch uit dan Kant (minder nadruk op louter negatieve rechten). Von Mohl koppelde het ook een trias politica, maar niet aan republikeinisme of democratie. Een constitutionele monarchie waar parlement geen invloed had op de uitvoerende macht genoot zijn voorkeur. Toch hield ook von Mohl vol dat de rechtsstaat samen kon gaan met absolute monarchie en aristocratie, evenals democratie. De rechtsstaat onderscheidde zich primair van de politiestaat en het despotisme (dat veel absolutisten ook verwierpen).

Rechtsstaat stond oorspronkelijk dus consistent voor rule of law/legaliteitsbeginsel, gebaseerd op rationele of wijze principes waaraan de staat zich bond en was tegelijkertijd niet nauw gebonden aan de notie van trias politica en absoluut niet aan republikeinisme of democratie.

Rechterlijke bescherming

Lorenz Stein benadrukte juist het unieke karakter van de rechtsstaat omdat in Duitsland er een halve eeuw lang geen parlement of grondwet was en de regering beperkt werd louter door de stellingen van juristen.

De rechtelijke macht vormde eigenlijk de enige balans tegenover een dictatoriale regering die niet beperkt werd door een parlement of verdere grondwet. Rechtsstaat betekende dus niet per definitie een parlement dat onafhankelijk was de uitvoerende macht of überhaupt wetgeving door parlement. Een regering met uitvoerende en wetgevende macht die niet democratisch was gekozen (dictatuur) kon juist gecontroleerd worden door onafhankelijke rechters. De rechtsstaat bestond zonder grondwet of trias politica. Het ging volgens von Mohl hier wel ideaal mee samen.

Friedrich Julius Stahl was ook een oerconservatief die de rechtsstaat zag als een staat gebaseerd op de wet met duidelijk gedefinieerde vrijheden en pleitte voor de toetsing van handeling door de uitvoerende macht aan wetgeving door het rechtssysteem. Tegelijkertijd verwierp hij de scheiding der machten. Stein en Stahl vormden samen met Mayer een generatie van reactionairen die wel beperkingen wilden van de regeringsmacht door het rechtssysteem maar verder revolutionaire principes verwierpen.3

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals De seksuele revolutie, in onze boekenwinkel.

De seksuele revolutie

De conservatieve Mayer en de meer liberale Bärh, koppelden beiden de rechtsstaat en legaliteit aan rechterlijke bescherming. De rechterlijk macht was essentieel in het beschermen van burgers en hun rechten, het voorkomen van machtsmisbruik en het bewaren van rechtvaardigheid.4

Zelfs voor liberalen als Rudolf Gneist lag de nadruk op een onafhankelijk rechtssysteem dat de regering in toom hield, niet om een brede trias politica.5 Gneist geloofde niet eens dat er een echte scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht was in Engeland. Hij beschouwde dit als een mythe. Binnen deze focus lijkt een autoritair regime als rechtsstaat te tellen, zolang de regering alleen maar de wetgevende en uitvoerende macht uitoefen en een onafhankelijk rechtssysteem burgerrechten beschermd en de regering aan wetsprincipes houdt. Dat is ook logisch in de context van de Duitse geschiedenis, aangezien de reactie die volgde op 1848 en het verdere beleid van Bismarck strijdig waren met een volle trias politica. De monarchistische regering negeerde het parlement jarenlang over de kwestie van de begroting. Ook werden decreet wetten doorgedouwd en het parlement ontbonden voordat het deze ongedaan kon maken.6 Dit paste bij de traditie van Fredrick de Grote die ophield zich de bemoeien met het rechtssysteem en een duidelijke wetstraditie instelde, maar regeerde zonder een democratisch parlement. Ook het principe van proportionaliteit was door Pruisen in het leven geroepen.

Duitsland werd door beide reactionaire, conservatieve en liberale voorstanders van de rechtsstaat tijdens de autoritaire Bismarck periode wel als een rechtsstaat gezien. Administratieve rechtsspraak werd ontwikkeld en groeide zelfs tot een bron van wetgeving. Onafhankelijke en objectieve rechtsspraak garandeerde legaliteit, proportionaliteit en redelijkheid.

Goede en slechte vruchten

De traditie uit Pruisen werd dominant in Meiji Japan en hield uiteindelijk zelfs onder de Amerikaanse bezetting stand. Japan heeft een zeer onafhankelijke en eerlijke en tegelijkertijd ultraconservatieve en terughoudende rechtsspraak.

Het concept van rechtsstaat was echter redelijk breed en vaag, in zover dat er continue discussie was over of de wet blind gevolgd moest worden, de waarde van de natuurwet en het doel van de rechtsstaat. Een giftig rechtspositivisme werd uiteindelijke door veel juristen aangegrepen na de machtergreifung om niet actief verzet te plegen tegen het naziterreur.


  1. Georg-Christoph von Unruh, The “School of Legal State Teachers” and their predecessors in the pre-constitutional period. Beginning and development of constitutional principles in German literature. In: Norbert Achterberg, Werner Krawietz, Dieter Wyduckel (ed.): Law and State in Social Change. Festschrift for Hans Ulrich Scupin ’s 80th birthday, Duncker & Humblot, [West-] Berlin 1983, pp. 250–281 (251). ↩︎

  2. Jo [hann] Wilhelm Placidus, Litteratur der Staatslehre. One try. First division, p. 78 f. ↩︎

  3. Friedrich Julius Stahl, The Doctrine of State and the Principles of State Law↩︎

  4. Armin von Bogdandy, Sabino Cassese, Peter M. Huber, The Max Planck Handbooks in European Public Law, Volume 1↩︎

  5. Marina Künnecke, Tradition and Change in Administrative Law: An Anglo-German Comparison↩︎

  6. Lothar Gall, Bismarc, The White Revolutionary: Volume 1 1815-1871↩︎