Waarom een authentieke reactionair een groene reactionair is
9 minuten leestijd

Waarom een authentieke reactionair een groene reactionair is

Over ecologie

Cultuur
Waarom een authentieke reactionair een groene reactionair is
9 minuten leestijd

Maar al te vaak wordt genegeerd hoe belangrijk het is om zorg te dragen voor de omgeving waarin we leven. We realiseren ons zelden hoe bijzonder ons landschap, onze directe leefomgeving, het gedierte en geboomte om ons heen is, en waarom we dit moeten koesteren. De nuchtere rechtse dissident is wars van klimaathysterie, welke opmerkelijke gelijkenissen vertoont met een ketterse eindtijdcultus. Bovendien, Milieubescherming is toch een linkse hobby? Maar ís dat wel zo?

Marxisme en ecologie: een ongelukkig huwelijk

Ook de afgelopen weken was er volop aandacht voor klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Op de NOS moesten we zien hoe met veel theatrale bombarie een “begrafenis” werd gehouden voor het klimaat. Onder links georiënteerde jongeren leeft de angst voor een onleefbare wereld sterk. Zeker omdat het niet al te veel uitleg behoeft waarom het kapitalisme, dat inspeelt op massaconsumptie, de hoofdschuldige zou zijn van alle ellende. Tot zover kunnen links en dissident rechts elkaar nog vinden. Onlangs schreef een zekere @sander_tweets, die zich revolutionair marxist noemt, dat de agrarische sector de oorzaak is van maar liefst 50% van de stikstofuitstoot in Nederland (een cijfer dat werd genoemd in een vrij dubieus onderzoek)1 en dat agrarisch cultuurlandschap geen “echte” natuur zou zijn. Neen, natuur zijn woeste bossen, uitgestrekte glooiende heidevelden, alles vrij van sporen van menselijke beschaving. Nu valt er al heel wat op te merken over dit linkse ideaalbeeld van natuur: de meeste bossen in Nederland zijn door de mensenhand geschapen, en het heidelandschap is een cultuurlandschap pur sang, het gevolg van massale ontbossing en eeuwen van overbegrazing.

Maar hoe staat de ideologische goeroe, Marx zelf, hierin? Allereerst moet ik opmerken dat in Marx’ tijd natuurbescherming een nieuw fenomeen was, wat slechts in de kinderschoenen stond. In de romantiek was er een interesse ontstaan onder een nieuwe generatie intellectuelen voor de natuur en het natuurlijke. Dichters als Novalis, Schiller en Goethe raakten gefascineerd door eeuwenoude bossen en ruige bergen en maakten kennis met het sublieme. Marx dacht hier anders over: de natuur moest ondergeschikt zijn aan menselijk welzijn. Vrijheid, gelijkheid, Bentham was zijn motto. Een wereld met pristine natuur is onverenigbaar met een arbeider met een volle maag. Daarom moest de natuur geknecht worden, en ondergeschikt gemaakt aan het menselijk belang.2 Het weinig andere wat Marx hierover te zeggen heeft is anti-naturalistisch en humanistisch van aard.

De dwaalleer van het sentimenteel ecologisme en ecomodernisme

De eigentijdse socialist of marxist zal het op deze punten weinig eens zijn met Marx, voor zover ze bekend zijn met zijn corpus. Het moderne ecologisme is gestoeld op sentiment. Deze stroming ontstond in de jaren ‘60 en wijst de mens als zondige vervuiler van de aardbol aan. Het nietsontziende grootkapitaal is verantwoordelijk voor met olie besmeurde zeevogels door lekkende tankers, verweesde mensapen uit gekapte regenwouden, en Afrikaans wild wat voor grof geld wordt neergeknald door stropers en gefortuneerde toeristen. Iedere persoon van onder de 50 is van kinds af aan met deze beelden opgegroeid. Al die zaken doen beroep op een specifiek onderdeel van de psyche: onze sentimentaliteit. We kunnen moeilijk verkroppen dat er onrecht bestaat, dat de sterkeren de zwakkeren overheersen en onderdrukken, dat er geen gelijkheid is. Er zijn baasjes die hun kat vegetarisch laten eten, omdat ze bezwaard zijn hun huisdier een ander dier te geven als maal, daarbij compleet voorbijgaand aan de carnivore natuur van de kat zelf. We hebben een partij in de tweede kamer die zich hard maakt voor dierenrechten, já rechten!, ook al kan een dier geen enkele plicht die daarbij hoort, vervullen. Allemaal tekenen van de decadentie in de beschaving.

Het woord dat al deze dwalingen omvat, is zojuist al gevallen: gelijkheid. Door de eeuwen heen, zelfs ver voor het Christendom, wist men al heel goed dat ongelijkheid een gegeven is, zelfs een noodzakelijkheid voor het bestaan van harmonie. De scala naturae, de ladder des levens, is een concept dat door de Griekse klassieken al werd verstaan. Al het leven op aarde is in overeenstemming met de kosmische orde. Iedere levensvorm, hoe nietig ook, heeft een plek op de aarde. Sinds het Christendom weten we ook dat de mens bovenaan staat, als kroon op de Schepping. Dit wereldbeeld zal bij menig progressief of marxist weerzin opwekken, zo niet ridiculisering. Hoe kan het, dat sterke schepselen het recht menen te hebben zwakkeren te onderwerpen, en zelfs naar believen te doden? Hoe kan het, dat bepaalde planten of dieren meer inherente waarde hebben dan anderen? De Franse traditionalist René Guénon verwoordde het zo: Uit het minder kan niet het meerder geboren worden.3 Of op zijn hollands: Een dubbeltje wordt nooit een kwartje. Denk alleen al aan de hordes dierenbeschermers die balen hooi over de hekken bij de Oostvaardersplassen gooiden om het wild te “helpen” en met tranen in hun ogen, vol agressie moesten aanzien hoe de beesten werden afgeschoten. De stadsbewoner is vervreemd van het leven, weet zich geen houding te geven aan de natuurlijke hiërarchie, wat, zoals Rousseau schreef, niet betekent dat we toe moeten geven aan iedere oerkracht die in ons opkomt. Het is heel gemakkelijk om naturalisme tot gouden standaard te verheffen, en al het moraal er aan af te wegen. dit ontaardt uiteindelijk een luguber sociaal-darwinistisch denken, met alle gevolgen van dien.

De Reactionair

Boekenwinkel

Ondek onze grote collectie boeken, zoals De seksuele revolutie, in onze boekenwinkel.

De seksuele revolutie

Een ander, minstens zo’n populair geluid binnen het ecologisme, is het ecomodernisme. Hier is de mens niet de zondaar, maar de oplossing van het probleem. Consumptie an sich is niet verkeerd, zolang dit maar op een duurzame wijze geschiedt. De hele wereld rondreizen mag, zolang het maar co²-neutraal is. Technologie is niet de boosdoener, maar de sleutel voor een beter milieu. Niet geheel verrassend vinden deze opvattingen vooral bij de progressief-liberale flank gretig aftrek. Wat is er immers aantrekkelijker dan het goede doen, zonder hier zelf op in hoeven boeten in levensstijl? Kernenergie en genetische manipulatie zijn geen taboes voor deze stroming. De wetenschap staat in dienst van de vooruitgang, en deze vooruitgang is eeuwig en onbeperkt. Grenzen aan economische groei zijn er ook niet, enkel optimistische vooruitzichten van een maakbare wereld. Een wereld met 30 miljard zielen zou geen probleem hoeven zijn, zolang deze efficiënt en dankzij vooruitgang comfortabel en milieuvriendelijk kunnen leven.4 Het hoeft geen betoog waarom deze kijk op milieu misschien nog wel verder afstaat van het rechtse ideaal als die van de marxisten. Hoeveel van onze menselijkheid zijn we bereid om op te offeren voor het utilitaristische, transhumanistische? Waarom staan enkel materiële zaken centraal in het ecomodernisme? Waarom denken zij dat de mens als een Prometheus de scheppende kracht is op de wereld?

Het reactionaire antwoord

De reactionair weet dat vooruitgang met een prijs komt, in het geval van de postindustriële maatschappij zelf tegen een zeer hoge prijs. Burke, de conservatieve filosoof, die leefde aan de vooravond van de industriële revolutie, was van mening dat de mens het beste zou moeten gedijen in een feodaal systeem bestaande uit kleine, op agrarische leest geschoeide gemeenschappen met weinig mobiliteit tussen die groepen.5 Anarcho-primitivisten gaan zelfs een stap verder; zij verwerpen alle vormen van technologie, zelfs de uitvinding van de landbouw was voor hen al een stap te ver. In tegenstelling tot de radicale primitivisten ben ik van mening dat technologie, mits verstandig toegepast, een noodzakelijkheid is voor ons bestaan. We moeten echter wel bewaken hoe ver we hier in gaan. De machine hoort de mens te dienen, niet andersom. De Amish in de Verenigde Staten zijn een goed voorbeeld van hoe men ondanks de mogelijkheid heeft voor modernisering, er toch bewust voor kiest om kritisch te zijn op wat men omarmt en wat men verwerpt.

In de vorige alinea werd het al zijdelings genoemd, nu komt de volgende pijler van reactionair ecologisme aan bod: Autarkie. Zelfvoorzienendheid is zowel op gemeenschappelijk niveau als voor de individu een onontbeerlijkheid die maar al te vaak in de moderne tijd wordt onderschat. In de hypergeglobaliseerde economie is alles afhankelijk van elkaar, en niets verantwoordelijk voor zichzelf, door de grillen van de vrije markt. Zaken die van levensbelang zijn, zoals voedsel- en medicijnproductie worden uitbesteed naar de gebieden waar het tegen de laagste kostprijs kan worden gemaakt. Stel dat we nu niet het bruto nationaal product als uitgangspunt nemen voor hoe welvarend een land is, maar de hoeveelheid vruchtbare aarde? Zou dat niet een veel betere basis zijn voor een duurzaam, gezond economisch systeem? Ook persoonlijke zelfredzaamheid is een eigenschap die de rechtse natuurliefhebber zou moeten kenmerken. Het is uitermate nuttig om kennis te hebben van het plantenleven, survivalskills te oefenen, of zelf een moestuin te beginnen. Geen wonder, dat de overgesocialiseerde stadsbewoner wacht op redding van anderen, terwijl wij vertrouwen op kennis en ervaring.

Ten slotte nog een ander veel gehoord onderwerp van de laatste tijd: duurzaamheid oftewel sustainability zoals het in jargon wordt genoemd. Veel grondstoffen op de aarde zijn eindig, of ze worden sneller geconsumeerd dan aangevuld. De afgelopen 200 jaar is het verbruik daarvan door de “vooruitgang” explosief gestegen. Ook het veranderende klimaat is onlosmakelijk verbonden met de overconsumptie van fossiele brandstoffen. Een ieder die ontkent dat er sprake is van een dergelijke trend, is kwaadaardig onwetend en zou beter naar zijn eigen leefomgeving moeten kijken. Wel wil ik benadrukken dat dit geen reden is voor hysterie of apocalyptische angsten. Wie goed voorbereid is, laat zich niet verrassen door natuurgeweld. Duurzaamheid is ook goed voor de winstcijfers, hebben multinationals reeds enkele decennia ontdekt. Waar vroeger miljarden aan procedurekosten tegen milieuorganisaties werden besteed, hebben grote vervuilers als Shell het activisme nu geïncorporeerd.6 Een klimaattop in Glasgow, waar de meeste participanten per privévliegtuig arriveerden, illustreert goed de metafysische leegte achter hun duurzaamheid. Maar wat is nu écht duurzaam? Goed rentmeesterschap, iets wat in christelijke oren zeker niet vreemd klinkt, is het antwoord. Wij hebben als mensheid het voorrecht gekregen van de goede Schepper om onze tijd hier door te mogen brengen. Het minste wat we in ruil daarvoor kunnen doen, is het in een staat nalaten, niet minder dan wij ze aantroffen. Goede en mooie zaken zijn lastig en tijdrovend om op te bouwen, maar gemakkelijk om af te breken.


  1. Factsheet stikstof Natura 2000, juli 2019. ↩︎

  2. Karl Marx, Das Kapital vol. 1↩︎

  3. René Guénon, Le Règne de la Quantité et les Signes des Temps↩︎

  4. Het Ecomodernistisch Manifest↩︎

  5. Parafrasering van een citaat uit Reflections on the Revolution in France van Edmund Burke. ↩︎

  6. Greenwashing Files: Shell↩︎

Goed artikel, over hoe en vooral waarom wij in harmonie met de natuur moeten leven. JW, bedankt voor het delen van je inzicht!

Zeer interessant, dank!