Zijn wij ons brein?
Over het zielenheil
Religie
Zijn wij ons brein? Vallen bij de dood onze hersens uit, zoals de motor van een auto uitvalt? Waarom werden we dan überhaupt geboren? Om voor goed te verdwijnen in het niets? Wat is daarvan de zin? En hoe kunnen we met die zinloosheid vrede hebben?
Hoe staat het met de ziel, met ons onsterfelijk wezen waarnaar ons aardse leven de weg is die we zouden moeten gaan. We kunnen haar bestaan, en daarmee ons voortbestaan niet bewijzen. Maar omdat we, van nature, naar voortduring verlangen, spreekt de filosoof Miguel de Unamuno van ‘Het tragische levensgevoel’. Hij voegt eraan toe dat wie daar niet naar verlangen, schade hebben opgelopen aan hun natuur. De meesten hebben die schade zo diep verdrongen dat ze er niet meer onder gebukt gaan, en met het vergankelijk verblijf in het vlees genoegen nemen door er een schijnzin aan te geven. De eerlijkheid gebiedt dat het leven absurd is, stelt de filosoof Jean Paul Sartre, de enige ooit die de Nobel Prijs heeft geweigerd. Vanitas vanitatum.
Steun
Reactionair
Help ons onafhankelijk te blijven. Doneer en steun de publicatie van vrij en onafhankelijk gedachtegoed.

De ongelukkige filosoof die zich aan wetenschap wijdt en concludeert dat God niet bestaat, zal in de andere wereld, ter verontschuldiging, aan Hem vragen: Waarom heeft U ons dan zo weinig bewijs gegeven van uw bestaan? Het antwoord luidt: Omdat dan u, en de mensen in het algemeen, niet vrij zouden zijn. De duivel weet dat ik besta, maar hij houdt niet van me. De dichter Baudelaire verduidelijkt: wie niet geloven dat de duivel bestaat, houden wel van hem.
En hoe staat het met de gelovigen. Paulus schrijft : zonder de verrijzenis, is het geloof zinloos (1 Korinthiërs 15:17). Het eeuwig leven is de reden waarom we geloven. De kerkgangers horen dat ze samen op weg zijn naar een nieuwe aarde en een nieuwe hemel bij de Wederkomst. Wanneer dat zal zijn, weet niemand. Maar hoe zit het dan met de ontelbare overledenen sinds het begin van de mensheid? Ubi sunt? Wachten hun zielen nog steeds op de vereniging met hun lichamen bij een laatste oordeel, of jongste dag?
Ligt het niet meer voor de hand dat die jongste dag na ieders verscheiden terstond aanbreekt en dat de ziel zich meteen of gaandeweg met het lichaam verenigt. Een geestelijk, geen fysiek lichaam! Die conclusie valt te trekken uit de vele ‘bijna-dood-ervaringen’ die zijn geregistreerd, becommentarieerd, gerubriceerd en gepubliceerd in heel wat boeken. Onder de meest geloofwaardige zijn Life After Life van Raymond A. Moody, 1975, en On Death And Dying van Elisabeth Kübler-Ross, 1966. Ze bevestigen de bevindingen van de Zweedse natuurwetenschapper Emanuel Swedenborg, die in de achttiende eeuw leefde en als dienaar van Jezus Christus het meest complete beeld van het hiernamaals mocht geven dat we kennen. De Japanse Zen Grootmeester Daisetzu Suzuki noemde hem de grootste visionair van het Westen. Wat Swedenborg verheldert is dat hemel en hel geen beloning en straf zijn, maar de staten van ieders vrije keuze. Zover is de kerkelijke leer nog niet. Doch de profetie, schrijft Paulus in zijn Eerste Brief aan de Korintiërs 12:29, staat boven de leer.
Paulus schrijft dat hij zelf eens tot in de derde hemel werd opgerukt, en daar onuitsprekelijke dingen hoorde - waarover hij verder niet wil uitweiden om niet voor opschepper door te gaan. Pseudo-Dionysus de Areopagiet, van wie vroeger gedacht werd dat het een tijdgenoot was van Paulus, schreef in zijn Hemelse Hiërarchie dat iedere overledene herkenbaar blijft zoals hij in zijn lichaam op aarde was. Dante plaatst Dionysus in het Paradiso van zijn Goddelijke Komedie. Zielen zijn “geestelijke personen, zegt de filosoof Dietrich von Hildebrand, die daarbij aantekent dat de kwestie van de onsterfelijkheid van de ziel alle mensen raakt en alle andere onderwerpen waarover men zich druk maakt in de schaduw stelt.
In het andere leven worden de zielen met zichzelf geconfronteerd, daarbij geholpen door eerdere overledenen die hen tot gids of spiegel dienen. Zo begint het proces waarin de nieuwe geestelijke persoon moet leren wie hij is en wat hij werkelijk wil. En vervolgens gaat hij op zoek naar geestverwanten. Dat zoekproces houdt het oordeel in, en dat loopt uit in hetzij een hemelse, hetzij een helse staat.
De moderne mens heeft aan dit alles geen boodschap. Wij zijn ons sterfelijk brein. Ons bewustzijn vergaat met ons lichaam. Vandaar de veelgehoorde raad om de dag te plukken. Mocht onverhoopt het lijden de overhand krijgen, dan is er de euthanasie. Tot slot zijn er ook nog filosofen die een kosmisch bewustzijn aannemen dat voortduurt na onze dood. Wat dat ook voorstelt, het blijft vaag over hoe het iedere unieke persoon zal vergaan. En dat laatste is waar het om gaat.
Van alles wat wezenlijk is hebben we geen bewijzen, alleen getuigenissen.

