Het lijden volgens Kierkegaard
4 minuten leestijd
Robert Lemm
Robert Lemm

De pen van Lemm

Robert Lemm schrijft elke week een column over culturele en maatschappelijke onderwerpen.

Het lijden volgens Kierkegaard

Over zedelijke en religieuze moed

Religie
4 minuten leestijd

De Navolging van Christus van Thomas a Kempis, uit de vijftiende eeuw, wordt wel gezien als het meest verspreide en invloedrijke werk uit de christelijke literatuur. Het roept op om met een nederig gemoed het lijden van Christus tot voorbeeld te nemen.

In zijn boek De leerschool van het lijden, uit 1847, stelt de Deense filosoof Søren Kierkegaard dat zonder de ‘navolging’ het christendom niet meer is dan mythologie, poëzie. Want wat de navolger zal leren, is dat de waarheid in deze wereld moet lijden.

Kierkegaard volgend:

Het christendom is het tegenovergestelde van het pantheïsme - de leer die poneert dat God onverschillig, gelijkmatig over alles in de Natuur is verspreid. De Leerschool wil dat wij ons als individuen ontwikkelen om gaandeweg verlost te raken van de algemeen geldende menselijke bepalingen. Want heel het openbaar leven is van A tot Z gewetenloos; en het standpunt dat Christus een vriend is die wij in de hemel hebben, blijft hangen in sentimentaliteit.

De persoonlijke ontplooiing gaat gepaard met het ontwaken van het bewustzijn. Dat is de staat die intreedt wanneer de onmiddellijke ervaring van het kind uitvalt, en plaatsmaakt voor het geboeid raken door iets wat angst inboezemt en dat samenhangt met de erfzonde. Door afstand van de kindertijd komt de twijfel naar boven, en daarmee de middellijke werkelijkheidservaring met inzet van het woord, de taal, het redeneren.

De middeleeuwers meenden dat christen zijn berust op verzaken, versterving, ascese. De moderne stelling is dat het christendom beschaving schept. Priesters en professoren die de gedachten (Pensées) van Blaise Pascal lezen en aanhalen, vergeten dat hij een kluizenaar was, drager van het boetekleed en dat alles daarbuiten verstrooit. Afsterven aan wat voorbijgaat is de kern van de leerschool.

De theorie dat het christendom de evolutie van de mensheid in gang zou hebben gezet - de filosoof Hegel was niet de eerste; de jezuïet Teilhard de Chardin niet de laatste – gaat mank aan realiteitszin. De Voorzienigheid moest er om glimlachen. En het deed Kierkegaard een onbeschrijfelijk plezier dat de filosoof Schopenhauer in de Geschiedenis niet meer zag dan een voorbijglijdende wolkenpartij. Zo grof kan alleen een Duitser zijn, luidde zijn instemmende commentaar.

Pas wanneer de mens zijn eigen diepste ellende erkent, wordt zijn enige troost, zijn enige wens te sterven. Zijn enige zorg, zijn enige hoop is zalig te worden. Alleen het zondebesef hindert hem nog. En dan zijn we aangeland bij het zuivere christendom. Want God werd Mens om van zichzelf te getuigen en vrijwillig het kruis op zich nemen. Lijdensaanvaarding kenmerkt dus de navolger. De meeste mensen praten, denken, schrijven zoals ze slapen, eten en drinken. Er is zedelijke moed voor nodig om te treuren, en er is religieuze moed voor nodig om blij te zijn. Meer moed is nodig om te vergeten dan om te herinneren.

Het lijden is een stille tijd waarin wij gespeend worden van de wereld om enkel voor de eeuwigheid te leven. En zo wordt het verblijf op aarde een weg om in gehoorzaamheid de omringende werkelijkheid te verdragen in verbinding met wat eeuwig is. Het eeuwige leven betekent elk jaar jonger worden. Het Woord ontledigde zich van zijn hemelse heerlijkheid om in de tijd met zijn kruisgang de mensen te verlossen en met zijn verrijzenis voor hen de hemel te openen.

In de tegenwoordige wereld heeft het christendom aan waarachtigheid ingeboet. Voorbij is de tijd dat christenen nog belijders waren die standvastig bleven ondanks verlies van vermogen en levensgevaar. Denemarken is als een land waar iedereen kan zwemmen en waar men zich druk maakt over wie er het beste zwemt. Het christendom wordt er verkondigd door ambtenaren. De predestinatieleer of onvoorwaardelijke verkiezing is een gruwelijke misvatting, in strijd met Gods Voorzienigheid.

De drie grote lotsbestemmingen zijn verpersoonlijkt in de figuren van Don Juan, Faust en de Eeuwige Jood. Zij vertegenwoordigen het buitengodsdienstige leven in zijn drievoudige richtingen. Het godsdienstige leven komt daarin op de tweede plaats.

Vrijheid van denken is iets anders dan vrijheid van meningsuiting. Dat laatste is een soort vergoeding voor het eerste. Elke waarheid is tot op zekere hoogte waar. Gaat zij daar bovenuit, dan komt het contrapunt, en wordt zij onwaar.

Kierkegaards nadruk op de individuele weg versus de gemeenschap komt later ook aan bot bij Dostojewski. In zijn parabel van de Groot-Inquisiteur (ingelast in De Gebroeders Karamazov, 1880) staat dat mensen die Christus werkelijk navolgen te gering zijn qua aantal om een regering nodig te hebben. Daarom verwijst de Groot-Inquisiteur ze naar de woestijn. Zodoende mag Christus aan hem zijn Evangelie overlaten als richtsnoer bij het besturen van de staat.