Het nieuwe geloof
4 minuten leestijd
Robert Lemm
Robert Lemm

De pen van Lemm

Robert Lemm schrijft elke week een column over culturele en maatschappelijke onderwerpen.

Het nieuwe geloof

Vanuit redelijke dingen naar de geloofsleer kijken

Religie
4 minuten leestijd

Het beschouwen van de geloofsleer vanuit redelijke dingen is heel anders dan de beschouwing van redelijke dingen vanuit de geloofsleer. Vanuit de redelijke dingen naar de geloofsleer kijken, is niet in het Woord geloven, of de daarvan afgeleide leringen, totdat men er vanuit de rede van overtuigd is dat het zo is. Daarentegen betekent kijken naar redelijke dingen vanuit de leer van het geloof dat je eerst het Woord gelooft, of de daaruit afgeleide leer, en die vervolgens bevestigt met onze redelijke vermogens.

De eerste weg is de omgekeerde volgorde, en dat betekent dat niets wordt geloofd. De tweede weg is de echte, en die voert naar geloofsverdieping.

Het Oude Geloof was ooit. Het Nieuwe is actueel.

De Reactionair

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen door u in te schrijven op onze nieuwsbrief!

Wij sturen u een e-mail ter verificatie, zie uw inbox.

Envelop

Het Oude Geloof bestreek, historisch gezien, de periode van het Concilie van Nicea (325) tot en met het Concilie van Trente (1545-1563). Dat tijdsbestek verbindt de formulering van de geloofsleer in het Credo met de gedetailleerdere herformulering van de leer tegenover het protestantisme. Daardoor werd de benaming ‘katholicisme’ gangbaar.

Gedurende de Middeleeuwen sprak men van joden, christenen en moslims.

Het Nieuwe Geloof is de Wetenschap. De boekdrukkunst, de ontdekking van Amerika, het besef dat de Aarde niet in het middelpunt staat, maar met andere planeten om de Zon draait; de telescoop en de microscoop; de zwaarte- of aantrekkingskracht in het heelal; de stoommachine en de elektriciteit, de onthulling dat beweging energie is; dat tijd ruimte is,… dat alles en nog veel meer gaf de Wetenschap gezag.

Waren wetenschap en geloofsleer, in de oude tijd verbonden, nog te verzoenen? En belangrijker: wat deed het Nieuwe Geloof met de oude gelovigen? Of nog anders: hebben de wetenschappelijke bevindingen de mens, geestelijk gezien, verrijkt en wijzer gemaakt?

Feit is dat het narratief van het Oude Geloof zijn invloed verloor en zich naast het dominante narratief van het Nieuwe Geloof ging verschansen in een eigen burcht. Het Eerste Vaticaans Concilie (1869-70) en het Tweede Vaticaans Concilie (1962-66) hielden zich versus het Nieuwe Geloof op de vlakte. Ze beperkten zich aanvankelijk tot kritiek op het liberalisme om zich ten slotte te openen voor de wereld en de eigen traditie op te geven.

Het Nieuwe Geloof of de Wetenschap berust op voornamelijk fysieke nieuwigheden. Het overkoepelde wereldbeeld van weleer met de aarde in het middelpunt had plaatsgemaakt voor een onbegrensd heelal met z’n talloze stelsels en aardbollen. Dat nieuwe beeld verontrustte de zeventiende-eeuwse Franse wiskundige Blaise Pascal. Bijgevolg verliet hij de wetenschap om zijn toevlucht te nemen in de exegese van het christendom, getuige zijn beroemde Pensées. God stelde hij zich voor als een bol waarvan het middelpunt overal is, en de omtrek nergens. Wat voor betekenis had nog onze planeet, een speldenknop verloren tussen ontelbare hemellichamen in een oneindige ruimte? En waar in die oneindigheid bevond de mens zich? Het gevoel van plaatsloze ontheemding heeft in de twintigste-eeuwse tot de filosofie van het existentialisme geleid, met bijbehorende bestaansangst.

Die levensbeschouwing voerde enerzijds tot het atheïsme van Heidegger (Dasein) en Sartre. Anderzijds bracht ze een nieuwe bezinning over het Geloof in de lijn van Pascal en Kierkegaard. Mede aan die twee voorlopers ontleende de Spaanse filosoof Miguel de Unamuno het Tragisch Levensgevoel, titel van zijn hoofdwerk uit 1913. Dat gevoel typeert de mens als een gespletene tussen zijn van nature aangeboren verlangen naar onsterfelijkheid en het wetenschappelijk onbewijsbare bestaan van God. De conclusie van Unamuno luidde dat indien God niet bestaat, wij mensen evenmin bestaan. Dan zijn wij als romanfiguren van een auteur die verdwijnen wanneer we het boek sluiten.

De drukpers heeft de verspreiding bevorderd van zowel de Bijbel, als de geloofsleer, inclusief de ketterijen. De Ontdekking van Amerika leidde tot de evangelisatie en de doop van miljoenen Indianen. Het onbegrensde heelal wierp de vraag op of dat alleen maar bestaat ten behoeve van onze aarde, en de vraag of er in het universum nog andere creaturen voorkomen dan wij mensen. De ufo’s zijn inmiddels zo wijdverbreid waargenomen dat we weten dat wij niet de enigen zijn. Waarom ze ons bezoeken, is een andere vraag.

De verschijningen van Maria duiden klaarblijkelijk op het bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid. Invloed op de geloofsleer van de Kerk hebben ze niet gehad. Rome beschouwt ze als ‘privé’, ook al lijken de jaarlijks duizenden die Lourdes bezoeken weinig met privé van doen te hebben. Zolang Maria oproept tot bekering en boete, is het oké. Toen zij echter in Amsterdam, jaren vijftig, als de Vrouwe van alle Volkeren op erkenning van haar titel Medeverlosseres aandrong, hield Rome de boot af. Dat was veel te brutaal.

De vele geregistreerde bijna-dood-ervaringen bracht het Vaticaan er niet toe daarin een bevestiging te zien van haar leer over de onsterfelijkheid van de ziel.

De geloofsleer blijft gescheiden van de wetenschap.