Reactionair.nl Reactionair Op weg naar een nieuw begin.
Reactionair.nl Reactionair Menu

Brief uit Brussel

Brieven aan Lodewijk Poffer: achtste brief

Beste Lodewijk, Denk niet dat het gering aantal brieven dat ik je de laatste tijd stuur, voortkomt uit een nalatigheid mijner zijde, of dat onze vriendschap mij niet meer dierbaar zou zijn: het leven grijpt me bij de lurven en slingert me van de ene gebeurtenis naar de andere, …

Luca de Clippelaar Cultuur
Brief uit Brussel
Wikimedia commons, publiek domein

Beste Lodewijk,

Denk niet dat het gering aantal brieven dat ik je de laatste tijd stuur, voortkomt uit een nalatigheid mijner zijde, of dat onze vriendschap mij niet meer dierbaar zou zijn: het leven grijpt me bij de lurven en slingert me van de ene gebeurtenis naar de andere, waardoor er voor schrijven nog maar weinig tijd overblijft. Zo ben ik door een samenloop van omstandigheden drie dagen lang gestrand in de Belgische hoofdstad Brussel. Je weet wel, die stad van het Absolute Kwaad, die ooit verrukkelijk moet zijn geweest, maar op mij nu dezelfde indruk achterlaat als een bedorven pak melk, als een hond met kapotte poten, of een uitgerangeerde teef die reeds te veel jaar haar lichaam verhoert op straat tijdens carnaval.

Ze hebben de stad grondig verpest: naast de gotische Sint-Goedelekathedraal staan blokkendozen van beton en glas. Negentiende eeuwse parken zijn verloederd, overspoeld met bedelaars, migranten en zwerfafval. Zelfs de Grote Markt, het stukje Brussel wat nog echt ‘Brussel’ zou moeten heten, voelt niet prettig aan. De gildehuizen zijn het ultieme symbool van de stad: vergulde façades die je niets zeggen. Je ruikt de geur van mierzoete wafels en pis. Je hoort honderden talen, maar het Nederlands is er niet één van. Je ziet mensen van hot naar her gaan, naar een gevel staren. Je ziet hun blikken, maar daarachter zit niemand. Weten deze dagtoeristjes wel hoe belangrijk deze plek is voor de geschiedenis van de Lage Landen? Weten zij dat Alva hier Egmont en Hoorne heeft laten onthoofden? Dat hier de Tachtigjarige Oorlog is begonnen? Waarschijnlijk weten ze niet eens dat die oorlog heeft plaatsgevonden. En waarom zouden ze ook! “Geschiedenis, daar vind ik niks aan. Ik kijk liever vooruit, naar de toekomst!”

Ik eet stoofvlees met peperkoek, het enige wat nog een beetje Vlaams is in deze stad der kosmopolieten, en zet mijn tocht voort naar een architectonisch wereldwonder: het Justitiepaleis. Wie nog twijfelt aan de onherroepelijke ondergang van het Avondland zou eens naar het Poelaertplein te Brussel moeten komen om daar het algehele verval van Europa te aanschouwen. Ooit waren de Belgen(!) in staat het grootste gebouw ter wereld te bouwen. Nu duurt het veertig jaar aleer de overheid besluit dat het tijd wordt om iets aan het Justitiepaleis te doen, voordat het geheel in elkaar zakt. Waarom veertig jaar wachten? Omdat het Justitiepaleis valt onder de de federale overheid van België… en de Vlaming noch de Waal een fuk geven om de federale overheid.

En ofschoon de ijzeren binnenconstructie geen goede keuze bleek te zijn met betrekking tot vocht en roest, betekent dit nog niet dat het gebouw gedoemd was om in elkaar te storten. Ons verval zit ‘m niet in materiële zaken, Loo. Een gebrek aan visie manifesteert zich in deze bouwsteigers - die na veertig jaar ook aan restauratie toe zijn! Het is een gebrek aan wilskracht de kapotgetrapte ramen niet te vervangen. Het is een gebrek aan levenswil, de graffiti op het belangrijkste gerechtsgebouw van het land te laten zitten.

De buitenkant van het Justitiepaleis mag dan wel vervallen zijn, de binnenkant bevat nog altijd de laatste gloeiende sintels van de grootste cultuur die deze wereld ooit gezien heeft. Wil je weten wat grootsheid is? Bezichtig de de kolossale zuilen in de Salle des Pas Perdus, de wandelzaal die wel negentig meter lang, en veertig meter breed is. Trappen vloeien naar beneden gelijk een waterval van marmer. Vele sculpturen beelden scènes van misdaad en bestraffing uit. De gangen stralen macht uit. Het gebouw is niet leugenachtig: hier tronen de rechters van het koninkrijk België. Dit is het fatsoen dat instituties vroeger hadden. Ze namen geen blad voor de mond. ‘Ik ben de baas’, roept dit gebouw en je neemt het voor lief.

Omdat het Justitiepaleis zo ontzaglijk groot is, kan de verlichting niet volledig uit zonlicht bestaan. Daarom staan er reusachtige schijnwerpers - mooi weggewerkt in vuurschalen - gericht op het plafond. Door de combinatie van dit licht en de lastdragende zalen, ontstaan er harde schaduwen die een adembenemende indruk achterlaten. Dit is grootsheid. Dit is wil. Dit is Europa… of beter gezegd: dit was Europa. Ik dool nog even door de Salle des Pas Perdus, maar weet dat ik hier niet lang kan blijven. Ik moet weer door. Ik heb een afspraak met een MEP in het Europarlement en ik mag niet te laat komen.

Wie nog niet tegen de EU was, wordt het, zodra hij de Europese Wijk van Brussel binnenloopt. Het Europarlement is misschien wel even kolossaal als het Justitiepaleis, alleen het gevoel dat dit gebouw oproept, is compleet anders. Door de zuilen van het Justitiepaleis en de gigantische ruimte in de Wandelzaal wordt je als individu verpletterd, maar niet vernietigd. Je maakt deel uit van het collectief dat wordt geschapen bij het binnentreden van het paleis. Dat geldt niet voor het Europese parlement. De constructie van beton en glas is gecreëerd om je te demotiveren, om langzaam alle vreugde uit je te persen, tot er niets overblijft dan de mens, de universele mens. En dat is ook precies wat de EU van de Europeaan wil maken: ‘een mens’. Maar Lodewijk, mensen an sich bestaan niet, en zullen ook nooit bestaan. Helaas zullen de bezig bijtjes in het EU-parlement daar nooit achter komen.

De parlementariër die mij rondleidt is een Duitser. Hij praat met een zekere walging over alles dat in het parlementsgebouw aanwezig is. “Normaal als ik mensen op bezoek krijg, bijvoorbeeld in het parlement in Duitsland, kan ik ze iets laten zien dat historische waarde heeft, maar in Brussel hebben we dat niet. Alles is hier plastic, glas of beton.” Ik vraag hem of hij gelukkig is als Europarlementariër, maar daar kan hij geen antwoord op geven dat ook maar enigszins vrolijk is. “Nee, ik vind het vreselijk hier.” Zou je dan willen dat Duitsland uit de EU stapt, of dat het hele project opgeheven wordt? “Nee, dat ook weer niet. De EU moet zich gewoon met minder bemoeien. Ze moet kleiner worden. We moeten de EU van binnenuit hervormen.”

En daar gaat men de mist in: de EU kan helemaal niet ‘van binnenuit hervormd’ worden. Het enige wat een lidstaat kan, is er in blijven, of eruit gaan. Maar als zelfs de eurosceptische partijen hun tanden verloren hebben door een etentje hier, en een onkostenvergoeding daar, dan zie ik de toekomst van Europa somber in.

Na de rondleiding die mij volledig uit het lood heeft geslagen, loop ik terug naar mijn hotel bij het beursgebouw. Denkend aan het Justitiepaleis voel ik tranen opwellen. De zolen van mijn voeten doen pijn: tassel loafers zijn niet gemaakt om over de ongelijke kinderkoppen en smerige stoepstenen van Brussel te stappen.

Het wordt donker. Terug in het hotel raak ik, zoals altijd, aan de zuip. Met een jongen uit Haarlem - godverdomme, wat praten die mensen toch bekakt - kuis ik een fles wijn. Waar we over hebben geluld, weet ik niet meer. We waren het in ieder geval over eens om de hort op te gaan, om de bloemetjes eens goed buiten te zetten. We stappen de deur uit en gaan de nacht in. We zien neon reclameletters waarop staat Irish pub, en uit balorigheid gaan we naar binnen. In het cafe zingen mensen karaoke-liedjes. Ze dansen als primaten. Waarom feest men, Lodewijk? Wat valt er te vieren?

‘Dit is Europa’, hoor ik mezelf hardop zeggen. ‘Alles is verpest’. De barman schenkt twee pinten Maesbier en shotjes wodka voor ons in. Ik tik de wodka naar achter, ram met mijn poten op de bar en hoor de poëzie van Theognis door mijn hoofd schallen:

Ik drink me zat, om de zelfvernietigende armoede bekommer ik mij niet,

Noch om de vijanden die kwaad over mij spreken.

Maar ik betreur de begeerlijke jeugd die mij ontvlucht,

En ik ween om de smartelijke ouderdom die nadert.


lees ook deze artikelen

Kattenvrouwtjes en castraten

Kattenvrouwtjes en castraten

Brief aan Poffer•Luca de Clippelaar, 22 juli

Brieven aan Lodewijk Poffer: de zevende brief

Actie omwille van de actie

Actie omwille van de actie

Brief aan Poffer•Luca de Clippelaar, 30 juni

Brieven aan Lodewijk Poffer: zesde brief

Rijkdom en schoonheid

Rijkdom en schoonheid

Brief aan Poffer•Luca de Clippelaar, 10 juni

Brieven aan Lodewijk Poffer: vijfde brief

De talkshow als inversie van de platonische dialoog

De talkshow als inversie van de platonische dialoog

Brief aan Poffer•Luca de Clippelaar, 2 juni

Brieven aan Lodewijk Poffer: vierde brief

reacties

Nog geen reacties. Deel als eerste uw gedachten.