Beste Lodewijk,
Toen ik heel jong was, dronk ik niet. En later, toen ik wat ouder werd, dronk ik van het assortiment aan alcoholische versnaperingen louter bier. Pas laat, al te laat heb ik mijn lippen mogen laven aan de vreugde van Dionysos. Zoals je weet is er voor de mens alleen maar een ontsnapping aan het lijden van de wereld te vinden in deze vreugde, in de extase van de roes, of de vergetelheid van de droom. Nietzsche schrijf hierover. Niet gelezen? Maak je niet druk Loo; ik ook niet.
Enfin, om mijn verdriet te verdrinken in de lach van Bacchus reisde ik afgelopen week naar Duitsland, naar de Moezelstreek, waar ik mij aldaar begaf tussen de heuvels bezet door duizenden wijnranken en bejaarden die zowat hun laatste adem uitblazen op een boottochtje. Niet ik, mijn walging voor gerimpeld vel, ouderdomsvlekken, grijs haar en onwelriekende adem doet mij nog liever in het water storten dan mij ook maar één minuut op zo’n naar spruitjes geurende boot in te laten met de ongestorven halfdood van de wereld. Wist je al dat we niet in een democratie, maar in een gerontocratie leven? Alles in onze maatschappij is erop gericht de babyboomers het zo comfortabel mogelijk te maken, omdat ze ‘zo hard gewerkt hebben’, en ‘Nederland hebben opgebouwd’. Als er een generatie is die alles verpest heeft, die alle welvaart en voorspoed van dit land door de gootsteen heeft gespoeld, dan is het wel de babyboom-generatie. Maar goed: leid mij niet in bekoring een mooie brief te verpesten aan het gezeur dat ook ergens anders te lezen is!
Ik voer niet mee met de bejaardenboot, maar zwom zelf in de rivier. Is er een groter genot dan zwemmen op een zomerdag? En nadat mijn kameraden en ik ons gelaafd hadden aan ongoddelijke hoeveelheden riesling, vertrokken wij de volgende dag naar het plaatsje Cochem, een toeristische trekpleister langs de Moezel, die kronkelt door het dal als een ader over de slaap van een kale schedel.
De stad Cochem is niet anders dan de andere slaperige stadjes langs de wijnrivier. Ook hier kom je iedere drie meter een winkel tegen waar je drank kunt kopen. En de rondvaartboten braken maar met al te veel plezier hun grijze passagiers uit. Wat de stad anders maakt, is de sprookjesachtige rijksburcht die op een heuvel ligt en moedig uitkijkt over het dal, waarvan de helling is bezaaid met wijnranken. De klim was zwaar, maar zoals je weet Lodewijk, bezit ik sterke benen - die als het moet weelde kunnen dragen - en was ik binnen een mum van tijd bij de burcht.
Op de de centrale toren van het kasteel is een mozaïek van St. Christophorus (“Christus-drager”) aangebracht, patroonheilige van de pelgrims en reizigers. Hij waadt door een ondiepe rivier met in zijn nek een klein kind: Christus. Christophorus, ook wel Christoffel genoemd - is dat geen mooie naam, Lootje? - zou voor mij, de grote antichrist die ik ben, geen bekende heilige zijn geweest, ware het niet dat ik zojuist De elzenkoning van Michel Tournier had uitgelezen en Christoffel daar een belangrijke rol in speelt. Met grote vreugde vertelde ik aan mijn vrienden wie er op de mozaïek was afgebeeld en voelde gepaste trots toen een uur later onze gids me in mijn gelijk bevestigde. Zo zie je maar Lodewijk, dat het lezen van een paar boeken je nog eens kan helpen om indruk te maken op je vrienden. Om indruk te maken moet je echter wel eerst vrienden hebben! Touché
Als je de burcht betreedt, lijkt het net alsof je in Der Meistersinger van Wagner terecht bent gekomen: door alle klimop, rozen, en algehele romantiek word je meegezogen in de wereld van ridders en jonkvrouwen. Toevalligerwijs is in het jaar dat Der Meistersinger voor het eerst werd opgevoerd (1868) deze burcht gekocht door de Berlijnse industrieel Louis Fréderic Jacques Ravené (1823 - 1879) en opnieuw opgebouwd. Het was in 1868 namelijk nog een ruïne!
Zoals wel gebruikelijk was in de 19e eeuw, wilde Ravené zich als bourgeois meten aan het voorbeeld van de adel van weleer. En wat heeft iedere nobelman die er toe doet? Natuurlijk: een kasteel! De grote industrieel heeft echter nooit van zijn aankoop kunnen genieten. Al vorens de renovatie van de burcht was voltooid, stierf hij. Is dat niet groots Lodewijk? Met je centen een ruïne kopen en er een romantische droom van maken… willen we dat niet allemaal? Vroeger deed de bourgeoisie nog tenminste iets moois met zijn geld en dat pleit voor hen. Vroeger had men smaak!
Het zou vandaag niet meer kunnen. Ten eerste omdat iedere ruïne tot in de lengte van dagen zo moet blijven zoals deze in de 19e eeuw is aangetroffen, ten tweede omdat het nieuwe geld anno 2026 spiritueel proleet is, en ten derde - en dat is het allerbelangrijkste - omdat iedereen die ook maar een klein beetje vermogen heeft, fiscaal verkracht wordt door de roverheid. Zelfs al zou er vandaag een gestoorde staalmagnaat opstaan om met zijn poen een mooi sprookjeskasteel te bouwen gelijk een Ludwig II, dan zou zijn droom alsnog neder worden geslagen door alle socialisten en werkschuwe kankeraars, die op hem teren als krioelende teken in een warme knieholte na een lange boswandeling.
Men maakt een denkfout door te zeggen dat de wereld mooier wordt als welvaart “gelijk” verdeeld wordt. Zij wordt er alleen maar lelijker van. Het zijn altijd de rijken geweest die de kunsten hebben laten floreren, die de mooiste huizen en kathedralen hebben laten bouwen. Wanneer men de ongelijkheid afschaft, schaft men ook de schoonheid af. En nu jij weer Lodewijk!
Ach ja, gelukkig hebben we een verzorgingsstaat, en worden er ontzettend mooie dingen gedaan met ons belastinggeld, niet waar? We houden zwakzinnigen en bejaarden in leven en die kunnen nu maar mooi met een rondvaartboot over de Moezel varen! Het leven heeft iets ironisch, vind je niet?
Laat ik maar ophouden met mijn geklaag en mij nog een maal vergrijpen aan een volle fles riesling, opdat Dionysos mij voor even bevrijdt van de sluier van Maya.
Voor immer je dichter,
Luca de Clippelaar


