Dat het toekeren van de andere wang een zwaktebod is, berust op een misverstand. Het is alleen weggelegd voor de sterken, zoals enigszins vergelijkbaar voorkomt in het zenboeddhisme. Naast de andere wang, kennen we van Christus het gezegde dat hij niet op aarde is gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard (Matteüs 10:34). De paradox is niet vreemd aan het Evangelie. De samoerai kan het zwaard hanteren, maar hoeft volgens de erecode (Bushido) niet altijd geweld te gebruiken. Er zijn ook situaties die om een vreedzame of creatieve oplossing vragen. Zelfbeheersing is hoofdzaak, mensenkennis is vereist. Don Quichot, Ridder van de Droevige Figuur, laat uiteindelijk het onrecht aan God over. Want er staat geschreven “Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want Mij komt de wraak toe. Ik zal het vergelden”, (Romeinen 12:19). Laat liever “vurige kolen op je hoofd stapelen” (Spreuken 25: 21-22), wat inhoudt dat je iemand die jou kwaad heeft gedaan, niet straft, maar juist goed behandelt. Zo kan de vijand door schaamte tot berouw komen.
Wraak nemen, toont niet een sterk karakter. Wrok koesteren is zonder meer een uiting van zwakte. Het vergiftigt de ziel en stremt iemands ontwikkeling. Aangedane pijn niet kunnen verwerken, is een treurig lot. Het kan leiden tot opstandigheid, zoals bij Kaïn, die zich afgewezen voelde door God. Maar zijn situatie was nog steeds omkeerbaar. Dat was anders met de gevallen engelen, want die konden - zijnde onsterfelijk - niet meer uitzien naar de dood als bevrijding.
Steun
Reactionair
Help ons onafhankelijk te blijven. Doneer en steun de publicatie van vrij en onafhankelijk gedachtegoed.

Hoe het ook zij, de andere wang is alleen van toepassing op de mens als persoon. Niet op het collectief. Een groep of de groepsmens is niet gehouden aan de raad van de Bijbel om goedheid en gastvrijheid te tonen voor de vreemdeling (Leviticus 19:34) wanneer het gaat om een golf van vreemdelingen die het land overspoelt. Breng je genoemde aanbeveling in verband met het “asielprobleem” waarin wij ons bevinden, dan ga je voorbij aan de terechte onrust van het gastland. Zoals blijkt uit deze recente uitspraak: “De strafbaarstelling van illegalen vinden wij een probleem. Voor God is een mens niet illegaal.” God erbij halen? Zo de vrouw die in Nederland leiding geeft aan een politieke partij die ChristenUnie heet. Ze verwart de preekstoel met de Tweede Kamer.
De paradox van de andere wang versus het zwaard verdient een uitweiding. De voorwaarde die voor beider aanpak geldt, is, nogmaals, dat ze allereerst de mens als individu aangaan, en ten tweede dat die mens in een positie verkeert om gratie te verlenen, dus macht heeft. Wie geen tanden heeft, kan niet bijten. Dat laatste is in het algemeen kenmerkend voor de Kerk na de Revolutie van 1789. De Inquisitie is sinds begin negentiende eeuw afgeschaft. In onze tijd bestaat bovendien het begrip “ketter” niet meer. En dat is een zwaktebod van de ooit Una Sancta. Die houdt zich thans voornamelijk bezig met wereldse zaken. Het geloof in “het leven na de dood” staat nog wel in de catechismus, maar is geen onderwerp meer van encyclieken en preken.
De Reactionair
Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen door u in te schrijven op onze nieuwsbrief!
Wij sturen u een e-mail ter verificatie, zie uw inbox.
Kan de moderne Staat gratie verlenen? Volgens de grondwet, wel. Formeel, heeft de Koning het recht. Maar dat is tegenwoordig vooral papier. Want in een democratie beslist het collectief. Het principe van “de andere wang toekeren” en de dynamiek van de politiek staan fundamenteel op gespannen voet met elkaar. De ethiek van genade is het voorrecht van een gerespecteerd en boven de politiek staand gezagsdrager die in bepaalde gevallen kan afzien van geweld en kiezen voor verzoening binnen de wetgeving en handhaving van de rechtsorde.
Dat religie in de praktijk geen remedie is tegen noodtoestanden die de samenleving raken, laat onverlet dat God de wereld bestuurt, en dat Zijn dienaren hebben te gehoorzamen. Maar hoe onze acties in werkelijkheid uitpakken, en in welke omstandigheden, en wanneer, dat is de kwestie. Anders gezegd: het antwoord op onze zorgen inzake het huidige opvangprobleem als gevolg van de massale toestroom van immigranten, vluchtelingen en ontheemden ten spijt, feit is dat God niet ingrijpt daar Hij in zijn wijsheid weet dat zulks niet het beste is in het licht van ons eeuwige belang. Daarnaast blijft het in levensbedreigende situaties altijd raadzaam om ons tot Hem te wenden. Want Hij zal ons helpen en in staat stellen om alle nadelige effecten te overwinnen van het lijden dat met zo’n situatie gepaard gaat. Dit, naar aanleiding van Jesaja 41:10, Psalm 23:4, Matteüs 10:28 en 11:28.
En toch, hoe vaak hoorden we bij rampen en oorlogen niet de vraag “Waar was God?” toen zoveel “onschuldige mensen” omkwamen? Maar ja, wie is onschuldig.


