De drie vragen

Brieven aan Lodewijk Poffer: eerste brief

Cultuur
De drie vragen
3 minuten leestijd

Beste Lodewijk,

Aan je wens zal ik gehoor geven: vanaf vandaag zal ik proberen je wekelijks een brief te schrijven. Je moet niet boos worden als ik het vergeet, of uit luiheid verzuim de pen op te pakken. Er zijn dagen waar ik duizenden woorden op het papier smijt met zo’n elegantie dat ook ik waarlijk geloof in mijn roeping als literair genie. Helaas is het aantal dagen waarop ik geen letter uit mijn pen krijg groter. Moedeloos word ik daarvan, weet je dat? Voordat ik begon met brieven schrijven, probeerde ik iedere week een column te tikken - maar dat liep al snel uit op een flater. Waarover kan een mens elke week iets zinnigs zeggen? Hoe makkelijk vervalt een grote geest niet in het volgen van de alledaagse waan? Hoe snel wordt hij niet meegesleurd door de emoties van de massa, die dan weer vóór dit is of tegen dat? Een nieuwssite slingert een prikkelende headline de wereld in, en ieder mens wordt in de val gelokt te reageren op de onnozelheid van zijn boodschap. Niet ik. Maar ja wat blijft er dan nog over om je over op te winden, om over te schrijven?

Algoed meneer Poffer, ik hou op met mijn gewauwel. Het is voor een lezer niet van belang te weten in wat voor moeilijkheden een schrijver verkeert bij het verrichten van zijn arbeid, net zoals het voor de gast in een restaurant niet van belang is om te weten hoe de chef zich in de keuken uit de naad werkt. Hij moet een bord met warm eten krijgen. Dat is alles.

Ik zal je schrijven over de dingen die me werkelijk interesseren, of ze nu politiek actueel zijn of niet. Voor mij zijn er misschien maar drie daadwerkelijk interessante vragen. Eén: wat is leven? Twee: wat is licht? Drie: wat is Grieks? Die laatste vraag valt, als we het aandachtiger betrachten, waarschijnlijk samen met de eerste vraag, maar dan gesteld vanuit een historisch in plaats van zuiver biologisch perspectief. De tweede vraag moet je niet geheel letterlijk opvatten: die snijdt aan het vlak van de natuurkunde, filosofie en de biologie, en valt misschien ook weer samen met de eerste vraag. Uiteindelijk is alles met elkaar vervlochten, nietwaar? De letterlijke vraag ‘Wat is licht?’ houdt mij wel sinds mijn prilste jeugd op het gymnasium bezig. Kunnen we licht zien? Of zorgt licht ervoor dat we kunnen zien? Heeft Newton nou gelijk? Is wit licht een bundel van verschillende kleuren? De grote Goethe zou het daarmee volstrekt oneens zijn, maar ja… van zijn Farbenlehre wordt men niet veel wijzer. En als we zeggen dat licht een foton is, wat zijn we dan eigenlijk opgeschoten? Probeert de moderne wetenschap niet een grote bezwering uit te spreken over de werkelijkheid, door aan objecten en fenomenen dure namen te geven, in de hoop zo iets te hebben uitgelegd wat helemaal niet uit te leggen valt?

Zeg jij het maar Lodewijk: ik weet het niet. Op de vraag ‘Wat is leven?’ tracht ik toch in de loop van deze briefwisseling een antwoord te geven. Ik ben iets op het spoor waar menig bioloog nog nooit over na heeft gedacht; laat staan onze ‘experts’ en klimaatfanatici! Om te begrijpen wat leven is, moet men eerst snappen wat de natuur is, of tenminste wat de essentie van de natuur is. Met die essentie zal ik je komende tijd bestoken, of je het nu leuk vindt of niet! En mocht je het niets vinden; dan verscheur je mijn brieven maar!

Voor eeuwig je dichter,

Luca de Clippelaar