Politici zeggen nooit wat ze denken – als ze al denken - , maar wat anderen, liefst de meesten willen horen. Pim Fortuyn was een uitzondering. Hij was dan ook geen politicus, maar een geboren leider. Reden waarom De Haag hem uit de weg liet ruimen op 6 mei 2002.
Dat hij had nagedacht, bewijzen zijn boeken. Hij was geen man van losse dossiers, maar van samenhang en visie. Zoiets hadden we nog niet meegemaakt, en juist omdat het volk met hem meeging, werd hij een aanstoot voor de elite en het haar dienende journaille.
Profetisch was hij ook. Al meer dan een kwart eeuw geleden riep hij dat Nederland vol was. Dat zulks nog steeds niet tot het gezond verstand is doorgedrongen, is verbazingwekkend. Wie met een auto door het land reist, komt overal urbanisatie tegen. We zijn één groot park tussen betonnen snelheidswegen. Met z’n twintig miljoenen bewonen we een van de kleinste stukken geografie in Europa. Het vrije buitenleven, waar men de mond vol van heeft, bestaat allang niet meer. Velen zeggen dat ze in weekenden “de natuur ingaan”- als waren ze daar zelf geen onderdeel van.
Pim had in 1989 de Val van de Muur meegemaakt, het einde van de Koude Oorlog, de ondergang van de Sovjet-Unie. Er was geen concurrerend systeem meer, dus het marktkapitalisme kon vrij zijn gang gaan. Met het einde van de geschiedenis (Fukuyama), kwam ook het einde van de mens in zijn fysieke en mentale zin, aldus Pim. Wetenschap en informatie hadden God niet nodig. Dat schrijft hij aan de vooravond van het nieuwe millennium, toen 9/11 voor de deur stond, en daarmee het opportune beeld van een nieuwe vijand: de islam, ook wel ’terrorisme’ genoemd.
NL werd sinds 1994 geregeerd door Paars, een combo van socialisme en liberalisme. Dat zogeheten ‘poldermodel’ vormde de rode lap voor Pim. Aanvang 2002 verscheen zijn boek De puinhopen van acht jaren paars. De politiek, zei hij, had zich losgezongen van de werkelijkheid. Daartegen vatte hij in nog geen tweehonderd pagina’s samen hoe ons kikkerland er uit hoort te zien, met noties als: weg met zuilen en partijen, meer persoonlijke verantwoordelijkheid, kleinschaligheid, onderwijs zonder ideologie, een minimum aan ambtenaren, weinig staatsbemoeienis, geen gelijkheidsdwang, niet denken dat geld alle sociale problemen oplost. De kerk was te links; de islam, een probleem. Hij zag het geheel, waar de gemiddelde volksvertegenwoordiger hoogstens het deel kent dat bij zijn dossier past.
Zijn boek was een tank. Een afrekening met de verwende generatie die langs de Revolutie van 1968 in de jaren tachtig aan de macht was gekomen. Fortuyn signaleerde het failliet van Links, dat geen ideeën meer had. Solidariteit is in een homogene samenleving al moeilijk; in een multiculturele, nagenoeg onmogelijk.
Schrijver dezes was op 14 maart 2002 ooggetuige van de presentatie van zijn boek in de Haagse Nieuwspoort. Een anarchistische groep die zichzelf Biologische Bakkersbrigade noemde, kreeg vrij baan van de organisatie om Pim een taart in het gelaat te duwen, gevuld met stront. Vervolgens schold de brigade hem uit voor een extreem rechtse populist, die van zijn voetstuk moest worden gestoten. Na zich te hebben verschoond, kwam hij in de zaal terug om in twintig minuten zijn boek toe te lichten, waarna de aanwezige verslaggevers vragen mochten stellen. De ene vraag was nog giftiger dan de andere. Nooit eerder had ik zo’n concentratie van haat meegemaakt.
De woede werd alom voelbaar toen de verkiezingen naderden. Pim steeg in de peilingen van zijn inmiddels eigen partij en dreigde de grootste van het land te worden. De Volkskrant brandmerkte hem als racist en xenofoob. HP De Tijd beeldde hem af als alfa-aap op een apenrots die inspeelt op de onderbuikgevoelens van het electoraat en serveerde hem af als libertijns opportunist, fascist, aartsreactionair, megalomaan, opgerezen uit het niets. Andere bladen vormden geen uitzondering op de verplichte woede.
En op 6 mei 2002 was het zover. Zijn executie vond plaats op het Media Park te Hilversum. De schutter nam niet de moeite te zeggen waarom hij terechtstond. Politici buitelden zich over oh, hoe erg, wat verschrikkelijk, premier Wim Kok voorop. Maar Den Haag was opgelucht, evenals de koningin. Men was van hem af. Alleen twee Kamerleden waren er die niet met de hetze hadden meegedaan: Balkenende (CDA) en Wiegel (VVD).
Het Katholiek Nieuwsblad verweet Pim op 31 mei na de moord nog een “fascist” te zijn. Een paar advocaten, Spong en Hammerstein, protesteerden tegen de publieke lynchpartij - en verweten Links het criminaliseren van Rechts en het neerzetten van Fortuyn als nazi. Het rechtssysteem had zich gedragen als Pilatus.
Toen de eerste vrouwelijke Kamervoorzitter, mevrouw Jeltje van Nieuwenhoven, na het zomerreces in september het parlement weer opende, waren haar eerste woorden: “We zijn weer onder elkaar.”


