Knuppel die haan kapot!

Germaanse gedachten bij Midzomer

Cultuur
Knuppel die haan kapot!
8 minuten leestijd
Dit artikel is geschreven door Reinout Eeckhout.

Binnenkort is het 21 juni, de datum van de zomerzonnewende. De zon staat op zijn hoogste punt en de nacht is de kortste van het jaar. De Germanen werkten met slechts twee seizoenen: de lichte tijd van de opbloei van de natuur, met Midzomer als hoogtepunt en de donkere tijd waarin de natuur rijpt en afsterft, met Midwinter als dieptepunt. In hun samenleving zonder het opjagende getik, gezoem, geping, gebrom en gekoekoek van allerhande mechanische en elektrische uurwerken oriënteerden zij zich op de hemellichamen om op een organische, natuurlijke wijze samen te komen. Het belangrijkste was daarbij de maan met haar verschillende fasen, maar ook met de zon werd zorgvuldig rekening gehouden.

Dit betekent geenszins dat de Germanen er een “natuurgodsdienst” op na hielden. Ze vereerden de natuurelementen niet, maar gebruikten eenvoudig wat in hun leefomgeving voorhanden was om hun visie op het God vorm te geven.1 Zij beleefden het God veeleer als een dynamische en persoonlijke interactie tussen hogere wezens. Een interactie overigens die qua dramatische intensiteit, vol intriges, moord en doodslag de vergelijking met de stukken van Shakespeare (of de Werdegang van bepaalde politieke partijen) glansrijk kan doorstaan. Dat is niet zo vreemd als we aannemen dat het God draait om de ordening van de wereld, en dus ook om de macht die orde op te leggen. Daarom zijn machtswil en machtsstrijd een intrinsiek onderdeel van de Germaanse visie op het God.

Steun

Reactionair

Help ons onafhankelijk te blijven. Doneer en steun de publicatie van vrij en onafhankelijk gedachtegoed.

Doneer aan Reactionair

De Midzomerviering was dus geen verering van de zon. Midzomer was een algemeen voor ieder zichtbare gebeurtenis, en daarom een uitgelezen, organisch bepaald tijdstip voor iedereen in de gemeenschap om bij elkaar te komen. Een gelegenheid om de banden van de mensen onderling en hun band met het God te beleven, te bevestigen en te versterken. Centraal stond het afsmeken van vruchtbaarheid in de natuur enerzijds, want hongersnood eiste elk jaar opnieuw vele levens, en bescherming tegen allerhande gevaren anderzijds.

In deze trant heb ook ik deelgenomen aan midzomervieringen bij verschillende “nieuwheidense” groepen. De vraag die telkens weer opduikt is hoe zo’n nieuwheidense viering er dan uit zou moeten zien. De informatie die nog over is uit de oude tijd is immers fragmentarisch en haar brokstukken liggen wijd verspreid in tijd en plaats, met alle variatie die dat met zich meebrengt. En vereisen nieuwe tijden niet aangepaste vormen? Het Traditionalisme zal zeggen dat nieuwheidendom een dwaalweg is omdat de Traditie verbroken is. Dit idee van Traditie lijkt sterk op de katholieke idee van een apostolische successie, waarbij de ononderbroken reeks handopleggingen vanaf de apostelen garant staat voor de effectiviteit van de priesterwijding.

Heidendom heeft echter nooit een specifiek begin gekend, en dus een vast uitgangspunt. Het is organisch opgekomen vanuit de menselijk beleving met het God in zijn specifieke leefwereld, en heeft ook meebewogen met veranderingen in die leefwereld. De enige constante is “de roep van het God” en de verering én de zorgopdracht van de voorouders. Creativiteit is dus niet slechts toegestaan, maar zelfs geboden. Nieuwe religieuze vormen kunnen daarbij eventueel getoetst worden door het raadplegen van orakels. In het heidendom zijn orakels in feite de belangrijkste vorm van devotie: daarmee blijf je up-to-date met het God.

Ik zal hieronder een beeld schetsen van de rituelen die ik bij een bepaalde heidense groep mocht beleven, maar ik wil benadrukken dat deze niet in steen gebeiteld staan. Ze zijn het resultaat van een lange zoektocht door expliciet heidense bronnen, maar ook door gekerstende volksoverleveringen, en ingebed in eigen creativiteit. Tevens wil ik vermelden dat mijn interpretatie van het gebeuren, en van heidendom in het algemeen, slechts een persoonlijke visie betreft.

De viering van Midzomer kent bij de betreffende groep twee rituelen. ’s Middags is er een ritueel rond de midzomerstaak, ook wel levensboom, meiboom of meie genoemd (‘meie’ betekent ‘bloeiend’). De meie is een oeroude verbeelding van de verbinding tussen Asgaard, de wereld van de goden boven in de kosmos, en Midgaard, de wereld van de mensen in het midden. Die verbinding wordt ook wel weergegeven als de taxusboom Yggdrasil. ’s Avonds is er een ritueel rondom een machtig groot vuur, dat ook een soort boom wordt, een vuurboom, met de vlammen als wortels en de rookkolom als stam. Het middagritueel is vervlochten met het verhaal van de moord op de lichtgod Balder, de schitterendste en geliefdste der goden. Het avondritueel verhaalt van de gebeurtenissen rond zijn crematie, die niet bepaald gladjes verloopt. Game of Thrones zou er nog een puntje aan kunnen zuigen.

Het middagritueel verbindt de moord op Balder met de zon die vanaf het punt van haar hoogste glorie nu steeds verder gaat afsterven. Voordat de staak wordt opgericht steken de deelnemers hem onder luid gejuich door een groot rad versierd met bloemen, een wel zeer duidelijke toespeling op de seksualiteit. Ook krijgt hij in de top een gouden haan, die uit verschillende loszittende onderdelen bestaat. Deze haan kent verschillende associaties: met de zon natuurlijk, maar ook met de haan Goudkam, die met zijn gekraai oproept tot de strijd tegen de krachten van de chaos bij de komende wereldondergang, Ragnarok. Nadat de staak in de grond is geplaatst omwikkelen jongens en meisjes op muziek hem met kleurige linten.

Als de zon dan haar hoogste punt heeft bereikt, verdeelt de groep zich in tweeën en gaat “haanknuppelen.” De deelnemers gooien om de beurt met een knuppel om de haan kapot te krijgen. Maar omdat het beest zo hoog in de boom zit, en het rad met bloemen in de weg hangt, is dat bepaald geen gemakkelijke opgave. Voeg daarbij de snikhete zon die in je gezicht schijnt, en het zweet gutst je over de rug voordat iemand het laatste onderdeel van de haan eraf knuppelt. De gelukkige gooier wordt plechtig gekroond tot midzomerkoning, en zijn partijgenoten worden de edelen, het gevolg van de koning. Zij moeten door de verliezers in alles op hun wenken worden bediend. De vrije Germaanse geest laat zich echter niet zo makkelijk knechten, zodat de allengs woester wordende wenken van de edellieden toch niet direct het effect sorteren dat een buitenstaander zou kunnen verwachten.

De Reactionair

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen door u in te schrijven op onze nieuwsbrief!

Wij sturen u een e-mail ter verificatie, zie uw inbox.

Envelop

Bij zonsondergang volgt dan het tweede ritueel van de midzomerviering. Overdag is door halve- hele- en kleine toekomstige pyromanen gebouwd aan een ingenieus bouwsel van een brandstapel, waar de inquisitie nog jaloers op zou zijn. Hij moet zo doordacht in elkaar zitten omdat er maar een klein vlammetje beschikbaar is om het geheel in brand te steken. Dit vlammetje is afkomstig van het zogenaamde ‘noodvuur.’ Dit is een oeroude manier van vuur maken door een pen van hard hout met grote snelheid rond te laten draaien in het gat van een plank van zacht hout. Gedachten aangaande de geslachtsgemeenschap dringen zich weer eens op. Het aansteken van de brandstapel is het hoogtepunt van het ritueel.

Eerst wordt echter de brandstapel als het ware magisch verrijkt doordat de deelnemers er om de beurt negen kruiden- en negen houtsoorten op leggen, waaraan van oudsher een magische invloed wordt toegekend. Daarbij wordt in de nog duistere kring, en bij voorkeur met spookachtige stem, van ieder van de hout- en kruidensoorten de overlevering verteld. Over de taxus bijvoorbeeld:

Doodsboom, Bogenboom! Van u maken wij schilden en lansen, Giftige pijlpunten en machtige bogen. U beschermt ons tegen onze vijanden Als moeders tot u zingen van droefheid, verdriet en rouw. Aan iedereen die rondloopt met uw talisman Op hun blote huid Verleent u bescherming tegen tovenarij en betovering Onder uw takken Neemt u ons mee Op verre reizen door de acht werelden (de uitwasemingen van een taxus op een hete zomerdag hebben een hallucinerend effect)

Als al het magische gewas op de brandstapel is beland gaat een hoorn gevuld met mede de kring rond. Ieder kan een heilwens uitspreken en een teug nemen. De hoorn moet geregeld bijgevuld worden. Tenslotte stort de voorganger wat er nog over is van de mede uit als een plengoffer aan de goden. Dan mag eindelijk de fik in de brandstapel. De vlammen schieten omhoog en nemen zo Balder en de offergaven van de deelnemers mee “naar de andere wereld,” naar Asgaard. In de wereld van de mensen, in Midgaard, barst het feest los rondom het hoog oplaaiende vuur. Balder is dood en we stappen de duistere tijd van het jaar in. Maar we vieren dat we leven in een gemeenschap, samen met onze voorouders, nakomelingen en hogere wezens. En al wacht ons een harde strijd, wij zijn bereid!


  1. Het woord ‘God’ was bij de Germanen een onzijdig woord. De zeer lezenswaardige webstek Taaldacht geeft als mogelijke oorspronkelijke betekenis ‘het aangeroepene,’ ‘het geplengde’ (wat verwijst naar het plengoffer van bijvoorbeeld mede of wijn) en ‘het geachte.’ Het zou kunnen betekenen dat het, net als het Latijnse numen verwijst naar een onbepaalde goddelijke macht. Ik gebruik het hier in die betekenis. Vgl. https://taaldacht.nl/2018/10/26/het-god/ ↩︎