Om te beginnen stellen we vast dat de Geest geen rekening houdt met de indelingen van bibliotheken en universiteiten in genres. Voor filosofie voldoet de notie Literatuur. Drama, proza, wat anders zijn de dialogen van Plato. Je hebt literatoren wier overtuigende argumenten de in filosofie geïnteresseerde lezer aan het denken zetten. Neem essays van Oscar Wilde als The Soul of Man Under Socialism, The Art Of Lying; de parabels van Kafka; de nivolas van Unamuno; de ficciones van Borges, om enkele recente voorbeelden te noemen.
Allesbehalve literair genietbaar zijn De Kritiek van de Zuivere Rede en De Kritiek van de Praktische Rede van Immanuel Kant. Die leest niemand voor zijn genoegen. Ze gaan over vragen als ‘wat kunnen wij weten’ en ‘hoe moeten wij handelen’. Niet niks. Die ressorteren onder wat een ‘discipline’ heet, een besloten tuin voor deskundigen en vakstudenten.
‘Wij’ is voor de filosoof Kant het passende voornaamwoord. Heel democratisch. Niemand kan of mag meer weten dan wat we met z’n allen kunnen weten. Maatstaf is de gemiddelde mens, ondergeschikt aan de Statistiek. Dat is heel andere koek dan wat we over Socrates lezen versus de sofisten bij Plato. Niet zomaar werd die antidemocratische waarheidzoeker veroordeeld tot de gifbeker.
Wat buiten de Kritiek valt, geldt niet. Nieuw is wat Kant verstaat onder de klinische term noumenon. Anders gezegd: Ding an sich, ook wel ‘het wezen der dingen’. Een substituut van wat voorheen God was. De Waarheid is ongrijpbaar. Verder dan de verschijningsvormen gaat ons verstand niet. De ooit Metafysica heeft afgedaan. De natuur verklaart zichzelf. Aristoteles’ ‘Onbewogen Beweger’ als Eerste Oorzaak van alles is niet meer dan een veronderstelling. Alleen het empirisch onderzoek, of wat Wetenschap heet is van toepassing.
Steun
Reactionair
Help ons onafhankelijk te blijven. Doneer en steun de publicatie van vrij en onafhankelijk gedachtegoed.

Kant breekt dus met een lang verleden. Zijn Praktische Rede bepaalt hoe we moeten handelen, conform de beproefde gemeenplaats van wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet.
Kant maakte school. Hegel, een andere staatsambtenaar, eveneens literair ongenietbaar, verhief de mens en de mensheid tot God en maakte vrijheid en vooruitgang tot leidraad van zijn Filosofie. Die moest absoluut, definitief en algemeen geldend zijn. Kern van zijn systeem is de Idee, het handelend Zijnde, de alles in zich opnemende Rede. De Geschiedenis leert dat dankzij wat hij de Geist noemt (de Esprit van Voltaire) wij automatisch opklimmen naar een immer hogere trede van verlichting.
Schopenhauer, onafhankelijk en literair de moeite waard, verving Kants Rede en Hegels Idee en Geist door de Wil als motor waarvan de wereld afhangt. Hij besefte overigens wel dat het verstand de wil aan banden legt. Maar voor de massamens is het leven een zaak van wringen en dringen. Alle liefde daarentegen, is meelijden. Daarom hoort de verstandige zijn ego af te zweren. Niet in de zin van Christus, maar in die van Boeddha. Want de werkelijkheid is een schijnvertoning.
De Reactionair
Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen door u in te schrijven op onze nieuwsbrief!
Wij sturen u een e-mail ter verificatie, zie uw inbox.
Literair de moeite waard en onafhankelijk is ook Nietzsche, die Schopenhauer omdraait: de wil niet afzweren, maar juist benadrukken. Hij vergoddelijkt de Ewige Wiederkunft, waardoor uit de dode materie telkens weer nieuw leven oprijst. Moeder Natuur schept zichzelf zonder ophouden, als in een vicieuze cirkel. Gezondheid, kracht en een absolute vrijheid zijn cruciaal. In zijn eigen leven gaf hij blijk van ziekelijkheid, fysieke zwakte en ten slotte waanzin. Meer dan filosoof, was hij een dichter, getuige zijn Zarathoestra. Zijn genie berust op een systeemloze waaier van cultuurkritische kwinkslagen. Zijn postume invloed verdient een diagnose.
Wat men ook onder filosofie wil verstaan, ze blijft persoonsgebonden. Buiten kijf is dat het wereldbeeld en de ideeën van een denker worden ingekleurd door diens eigen achtergrond, ervaringen en identiteit. Iemands karakter, opvoeding en levensgeschiedenis vormen het fundament van waaruit hij de wereld observeert en bevraagt. Hoe objectiverend filosofie ook pretendeert te zijn, iedere filosoof baseert zich uiteindelijk op zijn eigen waarneming en ratio, zoals Descartes het treffend formuleerde met zijn uitspraak “Ik denk, dus ik ben”. Meteen rijst dan de vraag hoe blijvend of veranderlijk dat ik is. En waarom iemand die niet denkt, niet zou bestaan. Tot slot kunnen we ons afvragen of met het oog op de dood het bestaan niet gewoon een illusie is.
Maar laat ons geen scheiding maken tussen professionele denkers en grote literatoren. Goed schrijven, of niet. Dat is de kwestie. Leven filosofie en religie met de rug naar elkaar toe, dan verdampen ze. Daarom zag Thomas van Aquino in de Onbewogen Beweger van Aristoteles een voorbode van de Geopenbaarde God. Meer empathisch was de dichter Dante Alghieri, die zijn Paradiso afsloot met het wezenskenmerk van die Beweger: “l’ Amor che move il sole e l’ altre stelle.” Daar kunnen de zelfbenoemde filosofen een puntje aan zuigen.
“Literature is news that stays news”, aldus Ezra Pound, in ABC of Reading (1934).


